26/08/2017

Wanneer kan je een dwangsom vorderen voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen?

Ziehier het antwoord van de RvVb in het arrest nr. A/1617/0594 van 21 februari 2017:

'Artikel 38 §1 DBRC-decreet bepaalt de voorwaarden waaraan dient te worden voldaan alvorens een dwangsom te kunnen opleggen. Dit artikel stelt:

“§ 1. Een Vlaams bestuursrechtscollege als vermeld in artikel 2, 1°, a) en b), kan bij ingebreke blijven van de verwerende partij, op verzoek van een partij bepalen dat de verwerende partij, zolang ze niet voldoet aan een bevel, gegeven met toepassing van artikel 37, een dwangsom verbeurt ten voordele van de partij die om de oplegging van een dwangsom heeft verzocht.

Het verzoek is slechts ontvankelijk wanneer de verzoeker de verwerende partij bij een beveiligde zending tot het nemen van een nieuwe beslissing heeft aangemaand en ten minste drie maanden vanaf de kennisgeving van het vernietigingsarrest verlopen zijn. De dwangsom kan niet worden verbeurd alvorens het arrest waarbij zij is vastgesteld, wordt betekend.”

Uit dit artikel vloeit voort dat een dwangsom slechts kan worden opgelegd nadat de Raad een vernietigingsarrest heeft uitgesproken en de verzoekende partij de verwerende partij in gebreke heeft gesteld, ten minste drie maanden na de kennisgeving van het vernietigingsarrest. Een verzoek tot het opleggen van een dwangsom vervat in een verzoekschrift gericht tegen een beslissing die nog niet vernietigd is, is derhalve onmogelijk. Het verzoek tot het opleggen van een dwangsom wordt afgewezen'.

Meer tags?