21/03/2022

Wacht niet te lang voor het inleiden van een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid!

In het arrest nr. 253.287 van 21 maart 2022 herinnert de Raad van State aan haar strenge rechtspraak:

'De bestreden beslissing werd verzoeker ter kennis gebracht bij aangetekend schrijven van 18 februari 2022. Zoals verzoeker zelf aangeeft heeft hij die kennisgeving ontvangen op 21 februari 2022. Pas op 10 maart 2022 dient verzoeker bij de Raad van State een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in.

Het tijdsverloop tussen de datum waarop verzoeker kennis had van de bestreden beslissing waarbij zijn kansspelvergunning vanaf 1 april 2022 zou worden geschorst en de datum waarop de vordering werd ingesteld, houdt de negatie in van de uiterst dringende noodzakelijkheid. Verzoeker voert in zijn verzoekschrift geen elementen aan die zijn talmen rechtvaardigen. De uitermate
hoge graad van urgentie die thans door verzoeker aan de zaak wordt toegeschreven, valt niet te verzoenen met het manifeste gebrek aan diligentie in zijnen hoofde.
Uit wat voorafgaat volgt dat verzoeker niet met de vereiste spoed is opgetreden en dat zijn niet-verantwoorde afwachtende houding de uiterst dringende noodzakelijkheid van de vordering ontkracht'
.

Kortom, 17 dagen wachten - zonder 'verzachtende omstandigheden' -  is gewoonweg te lang. Het is aangewezen om een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid zo rap als mogelijk in te leiden. Of de fatale deadline nu 8 dan wel 10 (dan wel 15 kalenderdagen zoals in overheidsopdrachten) is, kan niet met zekerheid worden gesteld, maar wie heeft nu goesting om dat uit te testen? Ook de inwerkingtreding van de beroepen beslissing is trouwens van belang. 

Referentie: PUB510582 

Meer tags?