14/12/2018

Thomas Quintens schrijft noot over de rechtsplegingsvergoeding in onteigeningsprocedures (RABG 2018, 1302-1306)

Thomas bespreekt het vonnis van het Vredegerecht Harelbeke van 26 mei 2016 en van het Vredegerecht Ieper II Poperinge van 14 april 2017. Beide geannoteerde vonnissen hadden betrekking op een onteigening bij toepassing van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemene nutte. Er wordt geconcludeerd dat de rechtsplegingsvergoeding terecht wordt toegekend aan de onteigende partij aangezien deze noodgedwongen wordt betrokken in een gerechtelijke procedure. Hoewel de rechtspraak ter zake wispelturig is, valt te verdedigen dat de hoogte van de rechtsplegingsvergoeding wordt berekend op basis van het bedrag van de toegekende onteigeningsvergoeding.

Stel hier je vraag bij dit blogbericht


Thomas Quintens Onteigeningen