12/02/2018

Wat is een gebouwencomplex?

Artikel 4.1.1, 4° VCRO luidt als volgt:

'4° gebouwencomplex : een functioneel geheel bestaande uit fysiek niet met elkaar verbonden gebouwen'.

Deze definitie is van belang voor de toepassing van artikel 5 van het Besluit Zonevreemde Functiewijzigingen:

'Met toepassing van artikel 4.4.23 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan een vergunning worden verleend voor het geheel of gedeeltelijk wijzigen van het gebruik van een gebouw of gebouwencomplex, niet gebruikt of bedoeld voor de land- en tuinbouw in de ruime zin, in maximaal één eengezinswoning per gebouwencomplex, voorzover aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
1° het gebouw of gebouwencomplex maakt deel uit van een gebouwengroep;
2° in de ruimere omgeving van het gebouw of het gebouwencomplex komen nog gebouwen voor met de vergunde functie wonen'.

De Raad voor Vergunningsbetwistingen geeft in het arrest nr. RvVb/A/1718/0474 van 23 januari 2018 volgende interpretatie:

'Artikel 4.1.1., 4° VCRO definieert een gebouwencomplex als ‘een functioneel geheel bestaande uit fysiek niet met elkaar verbonden gebouwen’. Het wordt niet betwist dat het voorwerp van de aanvraag deel uitmaakt van een gebouwencomplex. De verzoekende partij erkent ook dat er op vandaag reeds een eengezinswoning is in het gebouwencomplex, met name de woning met nummer 14.

De bepalingen inzake zonevreemde functiewijzigingen zijn uitzonderingsbepalingen en als dusdanig restrictief te interpreteren. De Raad oordeelt dat de bewoording van artikel 5 van het Besluit zonevreemde functiewijzigingen duidelijk is en geen andere interpretatie toelaat, waar artikel 5 bepaalt dat het moet gaan om maximaal één eengezinswoning per gebouwencomplex.

De verwerende partij is ook dit oordeel toegedaan en overweegt verder inde bestreden beslissing dat uit artikel 5 volgt dat het gebouwencomplex in zijn geheel moet bekeken worden, ook al wordt er slechts voor één gebouw een functiewijziging aangevraagd.

Het standpunt van de verzoekende partij dat artikel 5 toelaat om in een gebouwencomplex met een bestaande woning een zonevreemd gebruik van een ander gebouw om te vormen naar een tweede woning binnen hetzelfde gebouwencomplex, is geen restrictieve interpretatie van artikel 5. De interpretatie die de verzoekende partij aanhangt vindt evenmin steun in het voormelde verslag aan de Vlaamse regering.

Uit het voorgaande volgt dat de verzoekende partij niet gevolgd kan worden waar zij voorhoudt dat, naast de reeds aanwezige eengezinswoning met huisnummer 14 in het gebouwencomplex, tevens in een ander gebouw binnen dit gebouwencomplex de functie kan gewijzigd worden naar een eengezinswoning. Dit gaat in tegen de uitdrukkelijke formulering van artikel 5.’.

Ref. pub506139

Meer tags?