17/04/2020

Gekissebis om klinkers: betonverharding vervangen door klinkers is (stedenbouwkundig) geen zuiver onderhoudswerk

In de zaak die geleid heeft tot het arrest RvVb-A-1920-0691 van 17 maart 2020 had de vergunningsaanvraag in landschappelijk waardevol agrarisch gebied betrekking op twee aspecten: enerzijds de regularisatie van klinkerverharding van 327,17 m2 en anderzijds de oprichting van een afsluiting van 2,20 meter hoog (teruggebracht tot 2 meter).

De Raad voor Vergunningsbetwistingen stelt omtrent de klinkeraanleg:

'Het enige motief dat in de bestreden beslissing over de geregulariseerde klinkerverharding te lezen valt, is “dat aangenomen kan worden” dat daar vroeger een betonnen verharding lag. Het enkele gegeven dat een voordien bestaande verharding vervangen wordt, wil nog niet zeggen dat het gaat om werken “die het gebruik van een constructie voor de toekomst ongewijzigd veilig stellen door het bijwerken, herstellen of vervangen van geërodeerde of versleten materialen of onderdelen'.

Onderhoudswerken worden immers conform art. 4.1.1., 9° VCRO als dusdanig gedefinieerd. Het argument van onderhoudswerken werd (vergeefs) ingeroepen omdat dergelijke werken aan een hoofdzakelijk vergunde constructie niet worden beschouwd als strijdig met voorschriften van het gewestplan in toepassing van artikel 4.4.1. §3, eerste lid VCRO.

Wat de afsluiting betreft, betekende de onderste betonplaat van 40 cm een obstakel tot vergunnen in de mate dat de deputatie louter naar het Vrijstellingsbesluit had verwezen. Dit besluit kent slechts een vrijstelling toe voor een open afsluiting en niet voor een gesloten betonafsluiting.

De deputatiebeslissing bleek alzo niet ‘sluitend’ gemotiveerd, waarop de vergunning werd vernietigd.

Let ook op het gegeven dat de Raad de buurman gevolgd is in het voorhanden zijn van visuele hinder en een risico op wateroverlast met de al bij al beperkte werken van vervanging van verharding en omheining.

Meer tags?