27/02/2020

Raad van State bevestigt nu ook: een assortimentsbeperking kan niet zomaar!

Er wordt vooreerst verwezen naar onze eerdere blog dienaangaande, ten gevolge van een arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. 

De Raad van State kwam nu vrij recent, op 28 januari 2020, ook tot een arrest aangaande een beslissing van het college van burgemeester en schepenen waarbij het assortiment 'schoenen en textiel' geweigerd werd.

Het arrest luidde klaar en duidelijk (RvS 28 januari 2020, nr. 246.878):

"5.3. In de toelichting bij de voormelde verordenende voorschriften wordt bepaald dat de handelsfunctie beperkt dient te blijven “tot complementaire activiteiten met het centrum, d.w.z. activiteiten die omwille van hun grootschaligheid, aard of mobiliteitsgenerende karakter niet in het centrum thuishoren” en dat “handelszaken die beschouwd worden in het centrum thuis te horen, en dus niet toegelaten zijn in het PRUP, […] o.a. [zijn]: een interimkantoor, een speelgoedwinkel, een papierhandel, kledingwinkels, een schoenwinkel, een computerwinkel, een bank, ..”.

5.4. De voormelde toelichting is niet verordenend van aard. Zij vermag niet af te doen aan de duidelijke bepalingen van de verordenende stedenbouwkundige voorschriften van het PRUP, vermeld onder randnummer 5.2.

5.5. Door de gevraagde vergunning voor een schoenen- en kledingwinkel op grond van het gestelde in de onder randnummer 5.3 vermelde toelichting te weigeren (zie randnummer 3.10), gaat de verwerende partij in tegen de duidelijk bepalingen van artikel 1 van de stedenbouwkundige voorschriften van het PRUP (zie randnummer 5.2) en schendt zij het in het middel aangevoerde materiëlemotiveringsbeginsel.

5.6. Dat in het besluit van de Vlaamse regering van 11 april 2008 „tot vaststelling van de nadere regels met betrekking tot de vorm en de inhoud van de ruimtelijke uitvoeringsplannen‟ wordt bepaald dat in de toelichting richtlijnen kunnen opgenomen worden over de voorwaarden die zouden kunnen opgenomen worden “in stedenbouwkundige vergunningen” – niet: “stedenbouwkundige voorschriften”, zoals in de bestreden beslissing wordt gesteld – om “een kwalitatieve invulling van de bestemming beter te garanderen”, vermag aan de voormelde vaststelling geen afbreuk te doen."

De Raad van State lijkt nu te stellen dat het niet mogelijk is om zonder enig voorschrift een assortimentsbeperking op te leggen. 

Benieuwd wat de gevolgen zijn voor de praktijk. 

Meer tags?