28/02/2020

Geen uiterst dringende noodzakelijkheid bij 'loutere veronderstellingen' en 'gissingen'

De Raad voor Vergunnigsbetwistingen is in het arrest nr. RvVb-UDN-1920-0597 van 28 februari 2020 streng bij de verwerping van een verzoekschrift tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid:

'De Raad kan geen rekening houden met loutere veronderstellingen en gissingen, en evenmin met het (on)vergund karakter van een bedrijf in de omgeving dat niet betrokken is bij de bestreden belsissing, zelfs niet impliciet'.

Verder in het arrest heet het:

'De Raad kan bij de beoordeling van de uiterst dringende noodzakelijkheid geen rekening houden met loutere veronderstellingen, die niet gestaafd worden, maar, integendeel, louter en alleen gebaseerd op een eigen redenering van verzoekende partij, die niet blijkt uit het dossier'. 

Het arrest is ook interessant omdat nogmaals bevestigd wordt dat het ongeschonden karakter van een gebied reeds verloren is gegaan bij het definitief geworden RUP dat het gebied in industriegebied legt, - niet door de omgevingsvergunningen die er uitvoering aan geven.

Meer tags?