29/11/2021

Het arrest Lombardi van het HVJ biedt een definitief van de overheidsopdracht uitgesloten inschrijver geen redding

In een recent arrest (nr. 252.118) oordeelt de Raad van State dat een definitief uitgesloten inschrijver het recht kan worden ontzegd om beroep in te stellen tegen het besluit tot gunning van de overheidsopdracht.

De Raad had nochtans in een tussenarrest (nr. 246.267) de debatten heropend, n.a.v. het arrest Lombardi van het Hof van Justitie (HvJ 5 september 2019, C-333/18). In Lombardi oordeelde het Hof dat een principaal beroep niet onontvankelijk mag worden verklaard op grond van nationale procedurele voorschriften die bepalen dat het incidenteel beroep van een andere inschrijver eerst moet worden onderzocht. De inschrijver die principaal beroep aantekende was immers nog niet definitief uitgesloten en had dus belang bij zijn beroep.

Ook al betrof het in casu een niet-Europese overheidsopdracht, de Raad oordeelt nu dat het gelijkheidsbeginsel rechtvaardigt dat toch rekening wordt gehouden met de rechtspraak van het Hof van Justitie. De Raad volgt hiermee de ‘Dzodzi-rechtspraak’ van het Hof van Justitie (HvJ 18 oktober 1990, C-297/88, overw. 33 e.v.).

Vervolgens onderscheidt de Raad de voorliggende situatie dan toch van de situatie in Lombardi. In de voorliggende zaak kan de verzoekende partij immers wel als definitief uitgesloten inschrijver beschouwd worden, dit aangezien de Raad in het tussenarrest reeds oordeelde dat zijn offerte substantieel onregelmatig is, waardoor hem wel het recht ontzegd kan worden om beroep in te stellen tegen het besluit tot gunning van de opdracht. Hiermee sluit de Raad zich aan bij het arrest Bietergemeinschaft Technische Gebäudebetreuung en Caverion Österreich van het Hof van Justitie (HvJ 21 december 2016, C-355/15, overw. 31 en 36).

Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen.

Stel hier je vraag bij dit blogbericht


Sofie Logie Thomas Fiers Belang Overheidsopdracht
Meer tags?