15/07/2020

Vlaamse minister geeft uitleg aangaande het begrip 'hoofdfunctie van een gebouw'

Overeenkomstig artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen is een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen nodig als één van de volgende hoofdfuncties van een bebouwd onroerend goed geheel of gedeeltelijk wordt gewijzigd. Het creëren of wijzigen van een ondergeschikte functie is bijgevolg niet vergunningsplichtig. 

De vraag wat nu al dan niet als een hoofdfunctie aanzien dient te worden, leidt in de praktijk wel eens tot problemen.

In een antwoord op een parlementaire vraag van Vlaams Parlementslid Annick De Ridder heeft Vlaams Minister van Omgeving Zuhal Demir nu enige toelichting gegeven bij het begrip 'hoofdfunctie van een gebouw'. 

De vraag was tweeledig:

(1) Kan de minister verduidelijken of een gebouw meerdere hoofdfuncties kan hebben? Zo niet, overweegt de minister dan om de wetgeving en de toelichtingen ter zake die dit tegenspreken, in die zin aan te passen?

(2) Kan de minister verduidelijken op basis van welke criteria (bv. oppervlakte, ruimtelijke impact, omzet) men dient te bepalen of bepaalde activiteiten al dan niet als vergunningsplichtige hoofdfuncties moeten worden beschouwd?

In haar antwoord stelt de minister dat een gebouw inderdaad meerdere hoofdfuncties kan hebben en dat de oppervlakte van elke functie dienaangaande van geen tel is.

Er worden ook een aantal interessante voorbeelden gegeven.

Het volledige antwoord van de minister luidt als volgt:

"In bepaalde rechtspraak en rechtsleer wordt het begrip ‘hoofdfunctie’ bij gebrek aan definitie vaak in zijn spraakgebruikelijke betekenis omschreven als ‘de voornaamste of belangrijkste functie van een gebouw’.

In principe heeft een gebouw één hoofdfunctie, maar – vooral grotere – gebouwen kunnen uiteraard meerdere hoofdfuncties hebben. Zeker gebouwen met meerdere bouwlagen herbergen meestal ook meerdere functies. Als voorbeeld kan verwezen worden naar gebouwen in stedelijke context, waarbij de gelijkvloerse verdieping vaak retail of horeca bevat, en de bovenliggende verdiepingen een woonfunctie hebben. Anders is het dan weer bij een grootschalige detailhandel waar een kleine horeca-faciliteit in opgenomen is, die enkel functioneert als onderdeel van het winkelgebeuren. In dat geval is de hoofdfunctie “handel” en is de horeca-functie een ondergeschikte functie. Een ander typisch voorbeeld is een particuliere woning (hoofdfunctie: wonen) met een vrij beroep zoals een kapperszaak (nevenfunctie: diensten).

De term ‘hoofdfunctie’ kwam reeds voor in het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 1984. De hoofdfunctie van een goed werd toen gezien als de functie die blijkt uit de aard van het gebouw: een woning heeft een residentiële functie, fabriek een industriële hoofdfunctie, … Dergelijke monofunctionele benadering strookt niet (meer) met de realiteit, waar meerdere functies als evenwaardig kunnen samenkomen in één gebouw. Multifunctionaliteit en verwevenheid zijn trouwens aan te bevelen in functie van de ruimtelijke kwaliteit.

Het zgn. functiewijzigingenbesluit spreekt over een vergunningsplicht voor het “geheel of gedeeltelijk wijzigen van de hoofdfunctie”, voor zover die als vergunningsplichtig is aangemerkt. De verschillende hoofdfuncties worden daarbij opgesomd. Dit bevestigt het uitgangspunt dat een gebouw meerdere hoofdfuncties kan hebben of krijgen. en duiden erop dat de term hoofdfunctie niet langer slaat op de ‘voornaamste bestemming van een goed’.

De verschillende functies van een gebouw zijn vastgelegd in de vergunning en de daarbij horende plannen. Bij ontstentenis dient vertrokken te worden van het feitelijk gebruik, aangezien artikel 1.1.2, 5° VCRO ‘functie’ definieert als ‘het feitelijk gebruik van een onroerend goed of een gedeelte daarvan’. Artikel 2, § 1 van het functiewijzigingsbesluit hanteert geen criteria voor de omvang van de ene functie ten opzichte van eventuele andere functies van een zelfde bebouwd onroerend goed. In een gebouw kunnen dus meerdere hoofdfuncties samen bestaan, zonder dat hier een verhouding (in oppervlakte bv.) tussen bestaat. Een gebouw met gelijkvloers een handelspand en daarboven 2 woongelegenheden heeft bijgevolg 2 hoofdfuncties: ‘handel’ en ‘wonen’. Wil men de gelijkvloerse handel omvormen naar een woongelegenheid, zal bijgevolg een vergunning vereist zijn voor functiewijziging.

Een aanpassing van de regelgeving lijkt mij op dit moment niet opportuun."

Het antwoord vindt u hier: http://docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1574482

 

Meer tags?