27/02/2021

Zonevreemde opslagactiviteiten en vergunningsplichtige functiewijziging

Met arrest van 24 februari 2021 veroordeelde het hof van beroep te Antwerpen beklaagden wegens een onvergunde functiewijziging:

‘Beklaagden gaan er verkeerdelijk vanuit dat het opslaan van elektrische apparaten/huisraad in een stalling in agrarisch gebied met commerciële doeleinden een niet-vergunningsplichtige handeling was. Immers, op 4 september 1989 werd er een vergunning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente S. voor het bouwen van een opslagplaats voor stro, zijnde de loods 2. Op 13 mei 2004 werd er een vergunning verleend voor het dichtmaken van de linker zijgevel van de twee loodsen 1 en 2. Er werd voor deze loods 2 geen bestemmingswijziging aangevraagd van een stalling voor stro naar een handelsruimte. Deze loods 2 werd aanvankelijk opgericht met het oog op gebruik voor agrarische doeleinden.

Ingevolge de machtiging tot visitatie van de politierechter te Antwerpen van 22 mei 2018 stelde de verbalisanten op 5 juni 2018 vast dat deze loods niet langer een opslagplaat voor stro was, maar wel een opslagplaats voor elektrische apparaten en huishoudtoestellen met het oog op export naar het buitenland. Deze loods werd derhalve niet meer gebruikt voor agrarische doeleinden maar werd gebruikt voor commerciële doeleinden. Deze functiewijziging was een vergunningsplichtige handeling en was aldus een inbreuk op artikel 4.2.1.6° VCRO.

Het geciteerde arrest van het Hof van Cassatie van 18 januari 2019 waarnaar beklaagden in besluiten verwijzen, is hier niet van toepassing omdat er in die zaak geen sprake was van een functiewijziging hetgeen het hof van beroep ten onrechte had afgeleid uit de brief van de stedenbouwkundig inspecteur. Om redenen zoals hierboven uiteengezet, is er wel sprake van een functiewijziging van loods 2 hetgeen op grond van artikel 4.2.1.6° VCRO een vergunningsplichtige handeling is’.

Referentie: Antwerpen, 24 februari 2021, nr. C/299/2021, ng. (PUB507608)
__

Zie voor schijnbaar andersluidende rechtspraak:

- Cassatie 18 januari 2019, nr. C.18.0207.N/1
- RvVb 3 september 2019, nr. A/1920/0021

Meer tags?