25/05/2021

Een gebrekkige project-m.e.r.-screeningsnota en de ontvankelijkheid van een vergunningsaanvraag. Quo vadis?

In het arrest nr. RvVb-A-1920-1078 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 4 augustus 2020 oordeelde de Raad voor Vergunningsbetwistingen dat het ontbreken van een project-m.e.r.-screeningsnota of een ontoereikende project-m.e.r.-screening dient te leiden tot de weigering van de vergunningsbeslissing omwille van de onvolledigheid van het aanvraagdossier.

Naar aanleiding van dit vernietigingsarrest - en onder verwijzing naar de andersluidende memorie van toelichting bij artikel 13 Omgevingsvergunningsdecreet inzake de administratieve lus - stelde Vlaams parlementslid Steven Coenegrachts volgende schriftelijke vraag aan Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir:

'1. Is de minister op de hoogte van de geschetste problematiek en de verwarring die de Raad voor Vergunningsbetwistingen heeft gecreëerd met betrekking tot het toepassen van de administratieve lus?

2. Hoe beoordeelt de minister het arrest?

3. Welke mogelijkheden ziet de minister om hieraan te remediëren en de Raad voor Vergunningsbetwistingen te wijzen op de fout? Heeft het decreet in dezen nog steeds voorrang op de rechtspraak?'

Minister Demir antwoordde alvast als volgt:

'1. Ik ben op de hoogte van de aangehaalde rechtspraak.

2. Ik kan de rechtspraak van de RvVb niet volgen in deze dat zij zou leiden tot het feit dat de administratieve lus nooit toegepast kan worden in geval van een gebrekkige screening. Zo oordeelde de RvVb recentelijk (arrest van 12 november 2020 RvVb-A2021-0250) dat de onvolledigheid van een aanvraagdossier bij gebrek aan een projectm.e.r.-screening ‘een onoverkomelijke legaliteitsbelemmering vormt’. Ik heb tegen dit arrest cassatie aangetekend bij de Raad van State.

In de memorie van toelichting van het Omgevingsvergunningendecreet staat inderdaad ook het voorbeeld van het gebrek van de project-mer-screeningsnota. De decreetgever had dus wel degelijk de bedoeling om het gebrek aan screening recht te zetten via administratieve lus. In de bepalingen van het Omgevingsvergunningendecreet wordt daarbij geen onderscheid gemaakt tussen de toepassing van de lus in eerste of laatste aanleg. Hierbij wordt tevens gewezen op het devolutief karakter van het administratief beroep waardoor ook de in laatste aanleg bevoegde overheid de in eerste aanleg gemaakte procedurefouten kan herstellen.

3. Zie antwoord op vraag 2.

De RvVb heeft haar eigen interpretatie van het Omgevingsvergunningendecreet, het is aan de Raad van State om in cassatie te oordelen of de RvVb correct heeft geoordeeld.

Ik ben dan ook van mening dat de mogelijkheid om via een administratieve lus tijdens de procedure tot een oplossing te komen maximaal benut moet kunnen worden. Men kan dus blijven gebruik maken van artikel 13 van het Omgevingsvergunningendecreet.'

We zijn alvast benieuwd naar de uitspraak in de cassatieprocedure, maar durven ervan uit te gaan dat deze eerder in lijn zal liggen met de bedoeling van de Vlaamse decreetgever, zoals uiteengezet in de memorie van toelichting bij artikel 13 Omgevingsvergunningsdecreet!

Nog dit. Intussen ligt ook genuanceerdere rechtspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen voor. Zo oordeelde de Raad voor Vergunningsbetwistingen in het arrest nr. RvVb-A-2021-0250 van 15 oktober 2020 dat het toekomt aan de vergunningverlenende overheid om te oordelen of aan een gebrekkige passende beoordeling kan verholpen worden door toepassing van de administratieve lus en zo ja, of ze dit opportuun acht.

Meer tags?