22/09/2022

Grondwettelijk Hof spreekt zich uit over de vrijstelling van overheidsinstellingen t.o.v. lokale belastingen

Helemaal juist is bovenstaande titel niet. Het Grondwettelijk hof kan zich natuurlijk niet uitspreken over de ene of andere vrijstelling in een gemeentelijk belastingsreglement.

Maar het arrest nr. 112/2022 van 22 september 2022 is de moeite waard om te lezen. De gemeente Schaarbeek was gefrustreerd dat de RTBF (en de VRT) vrijgesteld zijn van haar kantoorbelsting op basis van artikel 30 van de wet van 18 mei 1960 houdende organisatie van de Instituten der Belgische Radio en Televisie en liet de fiscale rechter te Brussel deze prejudiciël vragen stellen:

- Schenden (a) artikel 30 van de wet van 18 mei 1960 houdende organisatie van de Instituten der Belgische Radio en Televisie, in zoverre het de RTBF gelijkstelt met de Staat voor de toepassing van de wetten en verordeningen betreffende de directe belastingen van de Staat en de taksen of belastingen van de provincies en de gemeenten, (b) het algemeen rechtsbeginsel of de wettelijke regel volgens welke de goederen van het openbaar domein van de Staat en die van het privaat domein ervan die voor een openbare dienst of een dienst van algemeen belang worden aangewend, uit hun aard, niet aan de belasting kunnen worden onderworpen en volgens welke die goederen slechts aan de belasting worden onderworpen indien een wetsbepaling uitdrukkelijk daarin voorziet, en de bepaling van artikel 172, tweede lid, van de Grondwet, luidens welke geen vrijstelling of vermindering van belasting kan worden ingevoerd dan door een wet, niet op hen van toepassing is, of (c) de combinatie van het genoemde artikel 30 en van het genoemde algemeen rechtsbeginsel of van de genoemde wettelijke regel, in die zin geïnterpreteerd dat de RTBF van alle gemeentebelastingen is vrijgesteld voor de goederen van het openbaar domein en die van het privaat domein ervan die voor een openbare dienst of een dienst van algemeen belang worden aangewend, artikel 170, § 4, van de Grondwet en het beginsel van de fiscale autonomie van de gemeenten?

- Schenden (a) artikel 30 van de wet van 18 mei 1960 houdende organisatie van de Instituten der Belgische Radio en Televisie, in zoverre het de RTBF gelijkstelt met de Staat voor de toepassing van de wetten en verordeningen betreffende de directe belastingen van de Staat en de taksen of belastingen van de provincies en de gemeenten, (b) het algemeen rechtsbeginsel of de wettelijke regel volgens welke de goederen van het openbaar domein van de Staat en die van het privaat domein ervan die voor een openbare dienst of een dienst van algemeen belang worden aangewend, uit hun aard, niet aan de belasting kunnen worden onderworpen en volgens welke die goederen slechts aan de belasting worden onderworpen indien een wetsbepaling uitdrukkelijk daarin voorziet, en de bepaling van artikel 172, tweede lid, van de Grondwet, luidens welke geen vrijstelling of vermindering van belasting kan worden ingevoerd dan door een wet, niet op hen van toepassing is, of (c) de combinatie van het genoemde artikel 30 en van het genoemde algemeen rechtsbeginsel of van de genoemde wettelijke regel, in die zin geïnterpreteerd dat de RTBF van alle gemeentebelastingen is vrijgesteld voor de goederen van het openbaar domein en die van het privaat domein ervan die voor een openbare dienst of een dienst van algemeen belang worden aangewend, de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet, in zoverre zij een verschil in behandeling doen ontstaan tussen, enerzijds, de RTBF en, anderzijds, de andere economische operatoren die analoge activiteiten uitoefenen, maar ook allen die gemeentebelastingen verschuldigd zij ?

Het Grondwettelijk Hof acht de vrijstelling verantwoord en ziet geen schending van de fiscale autonomie van gemeenten in belastingszaken:

'B.13.1. De gelijkstelling waarin artikel 30 van de wet van 18 mei 1960 voorziet, kan worden beschouwd als noodzakelijk, aangezien de RTBF een openbare dienst waarneemt, haar goederen bestemd zijn voor dienstverlening aan de bevolking en haar verschillend statuut verantwoordt dat ze aan bijzondere regels wordt onderworpen : ofschoon het juist is dat sommige van haar activiteiten soortgelijk zijn met die van andere operatoren, blijft het feit dat zij, overeenkomstig het decreet van 14 juli 1997 en het beheerscontract dat krachtens dat decreet is afgesloten, gehouden is tot een aantal openbare dienstverplichtingen die niet op die andere operatoren, noch op de andere personen die gemeentebelastingen verschuldigd zijn, wegen.

B.13.2. De RTBF wordt overigens onder meer gefinancierd door een toelage die jaarlijks door de Franse Gemeenschap wordt toegekend, als tegenprestatie voor de uitvoering van haar opdracht van openbare dienst overeenkomstig het beheerscontract, en door de ontvangsten uit haar commerciële activiteiten, met dien verstande dat de nettowinsten van die activiteiten integraal moeten worden besteed aan de financiering van de nettokosten van haar opdracht van openbare dienst.

B.13.3. Ten slotte is de RTBF, in tegenstelling tot hetgeen was bepaald bij de wet van 18 juni 1930 'op de stichting van het Belgisch Nationaal Instituut voor Radio-omroep (NIR)', niet onvoorwaardelijk vrijgesteld van gemeentelijke belastingen. Het voormelde artikel 30 beperkt zich tot een gelijkstelling van de fiscale regeling van de RTBF met die van de Staat, zoals die door het Hof van Cassatie wordt geïnterpreteerd.

B.14. Bijgevolg vermocht de wetgever redelijkerwijs het beginsel van gelijkstelling van de fiscale regeling van de RTBF met die van de Staat als noodzakelijk te beschouwen om te vermijden dat de aan de RTBF toevertrouwde opdrachten van openbare dienst in het gedrang zouden komen door belastingen die verschuldigd zijn aan andere belastingheffende overheden'.

Er is evenmin een schending van het gelijkheids- en niet-discriminatiebeginsel:

'B.16. De tweede prejudiciële vraag heeft betrekking op de bestaanbaarheid van de in het geding zijnde bepaling met de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet, in zoverre zij een verschil in behandeling doet ontstaan tussen de RTBF en, enerzijds, de economische operatoren die analoge activiteiten uitoefenen en, anderzijds, allen die gemeentebelastingen verschuldigd zijn.

B.17.1. De artikelen 10 en 11 van de Grondwet waarborgen het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie. Artikel 172 van de Grondwet is een bijzondere toepassing van dat beginsel in fiscale aangelegenheden. Het gelijkheidsbeginsel in fiscale zaken verbiedt de wetgever niet om sommige belastingplichtigen verschillend te behandelen, op voorwaarde dat het aldus ingevoerde verschil in behandeling redelijk kan worden verantwoord.

B.17.2. In tegenstelling tot hetgeen de RTBF en de VRT aanvoeren, zijn de categorieën van personen die in de tweede prejudiciële vraag worden beoogd, voldoende vergelijkbaar. De RTBF oefent activiteiten van radio en televisie uit op dezelfde markt als andere operatoren, en dit binnen een concurrentiële context. Zij is overigens eigenaar van kantoorgebouwen op het grondgebied van de gemeente Schaarbeek, net zoals privaatrechtelijke rechtspersonen dat kunnen zijn.

B.18.1. Het in B.16 vermelde verschil in behandeling berust op een objectief criterium, namelijk het feit dat de eerstvermelde categorie van personen instaat voor de openbare dienst inzake radio en televisie van de Franse Gemeenschap van België, terwijl de andere categorieën van personen niet met een dergelijke opdracht zijn belast.

B.18.2. Ten opzichte van de doelstelling van artikel 30 van de wet van 18 mei 1960, namelijk vermijden dat de aan de RTBF toegekende opdrachten in het gedrang worden gebracht door belastingen die verschuldigd zijn aan andere belastingheffende overheden, is het pertinent de fiscale regeling van die laatste inzake gemeentebelastingen gelijk te stellen met die van de Staat, gelet op de vrijstellingen die hij geniet in fiscale aangelegenheden.

B.18.3. Rekening houdend met het feit dat de andere operatoren voor radio en televisie en, meer algemeen, de privaatrechtelijke rechtspersonen die eigenaar zijn van kantoorruimten op het grondgebied van de gemeente Schaarbeek, niet ertoe zijn gehouden de openbare dienst van radio en televisie in de Franse Gemeenschap te verzekeren, heeft de gelijkstelling van de fiscale regeling van de RTBF met die van de Staat inzake gemeentebelastingen ten slotte geen onevenredige gevolgen voor die andere rechtspersonen, aangezien uit die taak een groot aantal verplichtingen voortvloeien die niet op hen rusten'.

Dit arerst is zeker een inspiratiebron voor advocaten die de vrijstellingen in gemeentelijke belastingsreglementen mogen verdedigen voor de Raad van State of voor een fiscale rechter!

Het Grondwettelijk Hof weigert tenslotte om een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Stel hier je vraag bij dit blogbericht


Dirk Van Heuven Gelijkheidsbeginsel Lokale belastingen
Meer tags?