24/02/2022

Geen planschadevergoeding in woonuitbreidingsgebieden voorbij 50 meter van de rooilijn

In het arrest nr. 27/2022 van 17 februari 2022 heeft het Grondwettelijk Hof zich nogmaals uitgesproken over de zgn. 50-meterregel inzake planschade, ditmaal in relatie tot woonuitbreidingsgebieden.

Bij vonnis van 21 augustus 2020 had de Rechtbank van Eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren, hiertoe een prejudiciële vraag m.b.t. artikel 2.6.1, § 3, 4° Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) gesteld aan het Grondwettelijk Hof. Het betreffend artikel voorziet in een planschadevergoeding na inwerkingtreding van een RUP waardoor een perceel niet meer in aanmerking komt voor een vergunning om te bouwen of te verkavelen (en voordien wel), waarbij dergelijke vergoeding (onder meer) beperkt wordt tot de eerste 50 meter vanaf de rooilijn.

In het arrest van 17 februari 2022 verwijst het Hof zoals verwacht naar het voorgaand arrest nr. 140/2016 van 10 november 2016, waarbij voor woongebieden in het algemeen geen onevenredige last werd gezien voor de eigenaars van bouwgronden, nu veelal niet dieper dan vijftig meter vanaf de rooilijn kan gebouwd worden. In dit arrest werd evenwel bepaald dat dezelfde regel niet geldt voor de andere gebieden dan woongebieden (zoals industriegebieden), zodat de 50 meter-limiet niet aan de overige gebieden zou kunnen opgelegd worden.

Het Hof herneemt vooreerst haar beoordeling uit het arrest nr. 140/2016 aangaande woongebieden in samenhang met de beperkingstoets van het eigendomsrecht door de decreetgever :

Zoals het Hof bij zijn arrest nr. 140/2016 heeft geoordeeld, heeft de decreetgever, door te bepalen dat de planschadevergoeding wordt beperkt tot de eerste vijftig meter vanaf de rooilijn, in beginsel geen maatregel genomen die kennelijk onevenredig is met het door hem beoogde doel of die kan worden beschouwd als een krachtens artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens ongeoorloofde inbreuk op het eigendomsrecht.

Immers, de beperking van de hoegrootheid van de planschadevergoeding hangt samen met de voorwaarde dat een planschadevergoeding enkel toekomt aan de eigenaar van een bouwgrond, die bovendien een zekere, actuele en objectief vaststelbare schade moet hebben geleden en die slechts deels wordt vergoed. Aldus werd tijdens de totstandkoming van de planschadevergoeding benadrukt dat « winstderving uitdrukkelijk van vergoeding [is] uitgesloten » (Parl. St., Senaat, 1968-1969, nr. 559, p. 24) aangezien de regeling niet beoogt bij te dragen tot « het verzilveren van meerwaarden, die ofwel van toevallige ofwel van speculatieve aard zijn » (Parl. St., Kamer, 1977-1978, nr. 113/1, p. 55).

Het komt de decreetgever toe de gevallen te bepalen waarin een beperking van het eigendomsrecht tot een vergoeding aanleiding geeft en hij beschikt te dezen over een ruime beoordelingsvrijheid. Het Hof dient evenwel te beoordelen of de decreetgever zijn beoordelingsbevoegdheid niet te buiten is gegaan door een onevenredige last op te leggen aan de eigenaars van bouwgronden in woonuitbreidingsgebieden.

Dienvolgens heeft het Grondwettelijk Hof geen schending voor woonuitbreidingsgebieden vastgesteld, al bij al in vrij summiere bewoordingen met hieronder de voornaamste overweging:

Vermits in woonuitbreidingsgebieden het accent op het wonen ligt, vermocht de decreetgever te oordelen dat de gronden gelegen in die gebieden – zoals de gronden gelegen in de effectieve woongebieden – niet het voorwerp dienen uit te maken van een vergoeding voorbij vijftig meter vanaf de rooilijn. Het feit dat woonuitbreidingsgebieden uitsluitend bestemd zijn voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid niet over de ordening van het gebied heeft beslist, leidt ter zake niet tot een ander besluit.

Het Hof komt tot de soortgelijke vaststelling voor woonuitbreidingsgebieden zoals voorheen voor woongebieden. Voorbij 50 meter vanaf de rooilijn komen eigenaars van een bouwperceel in woonuitbreidingsgebied niet in aanmerking voor een planschadevergoeding.

Het resultaat van dit arrest viel te voorspellen, mede doordat woonuitbreidingsgebieden een subcategorie van woongebieden in toepassing van het Inrichtingsbesluit vormen.

Meer tags?