19/03/2022

Statuut als (gemeentelijke) waterbeheerder laat geen onwettige eigendomsinname toe

Een gemeente had – met omgevingsvergunning - een houten constructie geplaatst om twee gedeelten van het park met elkaar te verbinden. Deze constructie bevond zich evenwel op andermans eigendom.

De rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen overweegt in een vonnis van 15 maart 2022 dat:

- een omgevingsvergunning wordt afgeleverd onder voorbeboud van burgerlijke rechten/eigendomsrechten en dus niets zegt over de rechtmatigheid van eventuele grondinnames, terwijl het feit dat de gemeente een openbaar bestuur is, hieraan niets afdoet
- de bepalingen van artikel 16 en 17 van de wet van 28 december 1967 betreffende onbevaarbare waterlopen, maken dat de aangelanden doorgang moeten verlenen aan de waterbeheerder, maar maken geenszins een eenzijdige grondinname mogelijk. Het bouwen van een houten constructie als doorgang tussen 2 parkgedeelten is, aldus de rechter, geen daad van waterbeheer, noch het faciliteren van het waterbeheer
- de vraag of de loods van de gebuur waartegen de houten constructie werd geplaatst al dan niet vergund is, is niet relevant is en kan zodoende geen alibi kan uitmaken voor een onwettige eigendomsinname
- de loutere opname van de houten constructie (doorgang) in het gemeentelijk wegenregister bewijst de verwerving van een erfdienstbaarheid door verjaring alsdusdanig niet, nu geen toelichting wordt gegeven over wanneer de houten constructie werd opgenomen in het gemeentelijk wegenregister en op grond van welke titel
- het zgz. akkoord met de vorige eigenaar niet bewezen is en het loutere feit dat de vorige eigenaar mogelijk geen bezwaar indiende tegen de omgevingsvergunning alvast niet volstaat 

Aldus wordt de gemeente veroordeeld tot het verwijderen van de houten constructie binnen de 6 maanden na betekening van het vonnis.

Referentie: Rb. Antwerpen, 15 maart 2022, nr. 22/4628 (Pub508404-2.

Stel hier je vraag bij dit blogbericht


Dirk Van Heuven Water
Meer tags?