29/08/2018

Nieuwe regelgeving in de maak voor de ontwikkeling van woonreservegebieden

De Vlaamse regering werkt aan nieuwe regelgeving over de woonreservegebieden. Dit zijn gebieden die meestal als 'woonuitbreidingsgebied' op het gewestplan staan aangeduid. Heel wat van deze gebieden zijn door de jaren heen (deels) ontwikkeld, maar er zijn ook nog heel veel gronden onbebouwd, vaak op slecht gelegen plekken

In het licht van de juridische en planmatige overwegingen wordt voorgesteld volgende wijzigingen aan te brengen in het decretale regime voor woonuitbreidingsgebieden (en bij uitbreiding alle woonreservegebieden):

- Het zonevreemd karakter van bestaande woningen in “niet-geordend” woonuitbreidingsgebied komt te vervallen, en via verkaveling of groepswoningbouw geordende delen van woonuitbreidingsgebieden krijgen het statuut van woongebied, om gewenste evoluties (functievermenging, ruimtelijk rendement) mogelijk te maken.

- Er wordt een specifieke decretale regeling opgenomen voor de zogenaamde restpercelen.

- Als een gemeente in haar nieuw gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan na afweging tot de conclusie komt dat een ontwikkeling voor wonen gewenst is (en er is vanuit provinciaal of gewestelijk niveau geen voorbehoud gemaakt bij die optie uit het gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan), dan is rechtstreekse aansnijding van (de betrokken delen van) het woonuitbreidingsgebied in het vergunningenbeleid mogelijk conform de voorschriften van het Inrichtingsbesluit van 1972 voor wonen.

- Op de regeling in het vorige punt na, is rechtstreekse aansnijding via groepswoningbouw of globale verkaveling niet langer mogelijk. Er is steeds een goedkeuring op Vlaams niveau nodig van een gemeentelijk voorstel tot woonontwikkeling. Het gemeentelijk voorstel moet conform zijn met de gemeentelijke ruimtelijke beleidsopties en een woonbehoefteninschatting, en de Vlaamse Regering beoordeelt het voorstel rekening houdend met de principes van het BRV. 

- De gemeenteraad spreekt zich op eigen initiatief of op verzoek van een particulier uit over de ontwikkelingsmogelijkheden van een nog onbebouwd woonuitbreidingsgebied op haar grondgebied. Ze kiest voor woonontwikkeling, behoud van open ruimte of een bedrijfs-, recreatie- of openbare nutsbestemming. Er is een voorafgaand advies van de Gecoro.

- De deputatie geeft advies.

- Een voorstel tot woonontwikkeling vindt alleen doorgang als de Vlaamse Regering het goedkeurt (cf. supra). Bij afkeuring moet de Vlaamse Regering binnen de twee jaar een RUP voorlopig en binnen de vier jaar definitief vaststellen met een open ruimtebestemming. Stelt de gemeente het behoud van open ruimte voor, dan wordt het gebied eveneens meegenomen in een gewestelijk planinitiatief voor open ruimte.
De andere voorstellen (bedrijfsbestemming, openbaar nut, recreatie) moeten ook de goedkeuring krijgen van de Vlaamse Regering maar leiden tot gemeentelijk planinitiatief. 

- Elke ontwikkeling in (voormalig) woonuitbreidingsgebied, met uitzondering van de bebouwing van restpercelen, moet beantwoorden aan door de Vlaamse regering nader te specificeren criteria i.v.m. dichtheid, groenvoorzieningen e.d. (“state of the art”- ontwikkeling cf. de BRV-principes) 

- Het toepassingsgebied van de decretale regeling wordt uitgebreid naar de reservegebieden voor woonwijken, woonreservegebieden en woonaansnijdingsgebieden.

Het voorontwerp van de decreetswijziging vindt u hier. De Raad van State moet nu advies verlenen.

Meer tags?