06/01/2020

Hobbystallen in agrarisch gebied: de Raad voor Vergunningsbetwistingen zet de puntjes op de 'i'

In een arrest van 22 oktober 2019 heeft de Raad voor Vergunningsbetwistingen zich uitgesproken over de regeling inzake hobbystallen in agrarisch gebied. Met ingang van 1 januari 2018 maakt de Codextrein het immers mogelijk om middels een afwijking een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen af te geven voor het oprichten van één stal voor weidedieren die geen betrekking heeft op een effectief beroepslandbouwbedrijf. Daartoe zijn in artikel 4.4.8/2 van de VCRO een aantal voorwaarden bepaald, zoals bv. de vereiste dat de stal moet worden opgericht binnen een straal van vijftig meter van een hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte residentiële woning of bedrijfswoning.

De beoordeling van de Raad luidt als volgt:

'Artikel 4.4.8/2 VCRO is een afwijkingsbepaling en moet als dusdanig restrictief worden uitgelegd.

Waar artikel 4.4.8/2, §1, eerste lid, 1° VCRO de oprichting van de stal binnen een straal van vijftig meter van “een hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte residentiële woning of bedrijfswoning” als toepassingsvoorwaarde stelt, wordt daarmee de woning van de aanvrager bedoeld. Het is niet in te denken dat in die regeling de afstand van de woning van de aanvrager tot de stal, toch mede bepalend voor de mogelijkheid van toezicht op en opvolging van de dieren, niet van belang zou zijn. Evenmin is het in te denken dat in een dergelijke afwijkingsregeling de vergunningstoestand van de woning van de aanvrager zelf geen rol zou spelen.'

De tot dan toe, o.m. door het Departement Omgeving, gehanteerde soepele interpretatie van de regelgeving, te weten dat de woning van de aanvrager zich niet noodzakelijk op hetzelfde perceel moest bevinden of het feit dat de woning niet noodzakelijk eigendom moest zijn van diezelfde aanvrager wordt nu dan ook door de Raad aangescherpt.

Meer tags?