22/02/2017

Geen beperkte, maar volle planologische toets vereist bij handelsvestigingen

Zo blijkt uit het arrest van de Raad van State nr. 235.808 van 20 september 2016:

‘De verwerende partij betwist terecht niet dat zij een planologische toetsing van de aanvraag diende door te voeren. Voorts wordt niet betwist dat het gevraagde in de gewestplanbestemming woongebied is gelegen.

Artikel 5.1.0. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 ‘betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen’ bepaalt dat handel in een woongebied enkel is toegelaten ‘voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd’, en ‘voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving’.

In de bestreden beslissing beperkt het ICD zich, wat haar beoordeling van de planologische verenigbaarheid van het project betreft, in wezen tot de eigen overweging ‘dat de site volgens het gewestplan gelegen is in woongebied’ en dat ‘de voorgestelde activiteit verenigbaar is met deze bestemming’. De bestreden beslissing reveleert geen afdoende toetsing aan de onder het vorige randnummer vermelde criteria. Integendeel blijkt het ICD er in haar beslissing, meer bepaald onder het eerste subcriterium van het eerste criterium, ten onrechte, van uit te gaan dat de kwestieuze vestiging sowieso met de planologische bestemming woongebied verenigbaar is.

Het middel is in de aangegeven mate gegrond.’

Stel hier je vraag bij dit blogbericht


Dirk Van Heuven Handelsvestigingen