28/04/2020

#coronavirus (45). Raad van State verwerpt vordering tot schorsing omtrent corona-maatregelen

Zo luidt het op de website van de Raad van State in hun meest recente nieuwsbericht.

De Raad van State heeft bij arrest nr. 247.452 van 27 april 2020 de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid ingediend op 21 april 2020 door de NVAndreas Stihl e.a. verworpen. Hij heeft geoordeeld dat een schending van het gelijkheidsbeginsel niet voorligt. Er is immers niet aangetoond dat het door de verwerende partij gemaakte onderscheid om enkel doe-het-zelf-zaken met een algemeen assortiment die hoofdzakelijk bouwmaterialen/-gereedschap verkopen en tuincentra die hoofdzakelijk planten en bomen verkopen te openen en dus niet de gespecialiseerde vakhandel, onredelijk is. De verwerende partij heeft bij het nemen van die beslissing rekening gehouden met meerdere elementen zoals die blijken uit de aanhef van het besluit en het administratief dossier, namelijk dat een versoepeling van het verbod op niet-essentiële verplaatsingen - bedoeld om het maatschappelijk draagvlak van de “blijf thuis”-verplichting te ondersteunen - slechts “zeer gradueel” en “stapsgewijs” kan zijn.

De Raad stelt het onder meer als volgt:

'Rekening houdend met de hiervoor geschetste feitelijke omstandigheden en geuite bekommernissen die door de verzoekende partij in haar pleitnota niet worden betwist en die steun vinden in het administratief dossier, lijkt het in het licht van de nagestreefde doelstelling (het blijvend bestrijden van het besmettelijke COVID- 19) en de te verzoenen bekommernissen waarop door de geraadpleegde deskundigen is gewezen, op het eerste gezicht niet onredelijk dat de bevoegde overheid heeft geoordeeld - zoals de verwerende partij in haar nota uiteenzet - om “zoveel als mogelijk de maatregelen te handhaven, en tegelijk de thuisblijfverplichting draaglijker te maken door zelf klussen in huis en tuin beter mogelijk te maken, zonder dat daarbij massaal veel nieuwe verplaatsingen zouden ontstaan”. Het lijkt in die omstandigheden prima facie niet onredelijk om te kiezen, zoals de verwerende partij heeft gedaan, voor het openen - en daartoe strikt beperkt gelet op de nadruk om slechts “zeer gradueel” en “stapsgewijs” te versoepelen - van eensdeels “grotere” DHZ-zaken met een algemeen assortiment die hoofdzakelijk bouwmaterialen of -gereedschap verkopen en anderdeels tuincentra (of boomkwekerijen) die hoofdzakelijk planten en bomen verkopen en die aldus met hun gezamenlijk (en complementair) assortiment breed zijn gericht op “gewone” consumenten met het oog op het verrichten van “huis- en tuinwerk” teneinde de thuisblijfverplichting te ondersteunen. Op het eerste gezicht lijkt overigens niet zozeer de hoegrootheid van de DHZ-zaken determinerend te zijn geweest voor het onderscheid noch de nacebel-codes waarvan op geen enkel ogenblik gewag wordt gemaakt, doch wel het “algemeen assortiment” waardoor het aantal verplaatsingen kan worden beperkt.'
[eigen aanduiding]

De kritiek van de verzoekende partij dat de gehanteerde uitzonderingscategorieën, met name “de doe-het-zelfzaken met een algemeen assortiment die hoofdzakelijk bouwgereedschap en/of bouwmaterialen verkopen” en “de tuincentra en boomkwekerijen die hoofdzakelijk planten en/of bomen verkopen” onduidelijk zijn en tot rechtsonzekerheid leiden wordt niet bijgetreden. Na te hebben vastgesteld dat uitzonderingen beperkend moeten worden uitgelegd, oordeelt de Raad van State dat niet valt in te zien dat een gespecialiseerd vakhandelaar redelijkerwijze niet kan in concreto beoordelen of zijn handelszaak al dan niet tot een van de genoemde categorieën behoort. Dat er bij de eerste openingsdag mogelijk verwarring is ontstaan, doet daaraan niet af.  Een loutere verwijzing naar de media volstaat niet om daaruit af te leiden dat er bij de interpretatie en de rechtstoepassing op het terrein door de handhavende besturen noemenswaardige problemen zijn ontstaan.

Meer tags?