28/10/2021

Bye, bye 'majesteitsschennis'

Met arrest nr. 157/2021 van 28 oktober 2021 maakt het Grondwettelijk Hof de facto een einde aan (de vervolging van) het misdrijf van de majesteitsschennis.

We kunnen het arrest niet beter samenvatten dat het Grondwettelijk Hof zelf in diens persbericht:

'De kamer van inbeschuldigingstelling van het Hof van Beroep te Gent dient zich uit te spreken over de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel dat door het Spaanse gerecht is uitgevaardigd tegen een Spaanse onderdaan die in Spanje werd veroordeeld wegens smaad aan en ernstige beledigingen van de Spaanse Kroon. De kamer van inbeschuldigingstelling, die onderzoekt of dat misdrijf ook een misdrijf in het Belgische recht is (de strafbaarstelling in beide landen is een voorwaarde voor de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel), stelt vast dat smaad aan en ernstige beledigingen van de Koning ook in België strafbaar zijn, op grond van de wet van 6 april 1847 “tot bestraffing van de beleedigingen aan den Koning”. De kamer van inbeschuldigingstelling wil evenwel van het Hof vernemen of die wet in overeenstemming is met de vrijheid van meningsuiting. Het Hof is van oordeel dat artikel 1 van de wet van 6 april 1847 de vrijheid van meningsuiting schendt. Die bepaling bestraft beledigingen van de Koning met een bijzonder zware gevangenisstraf (zes maanden tot drie jaar gevangenisstraf), wat in beginsel strijdig is met de vrijheid van meningsuiting wanneer de straf wordt opgelegd voor geuite meningen in het kader van een politiek debat of een debat over aangelegenheden van algemeen belang. Bovendien beschermt die bepaling de reputatie van de Koning ruimer dan die van andere personen. Volgens het Hof beantwoordt de bepaling niet aan een dwingende maatschappelijke behoefte en is zij onevenredig met de doelstelling om de reputatie van de persoon van de Koning te beschermen'.

Het Hof beslist:

'Artikel 1 van de wet van 6 april 1847 tot bestraffing van de beleedigingen aan den Koning' schendt artikel 19 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 10 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens'.