14/03/2022

Bestemmingswijziging kan niet als herstel in natura opgelegd worden (bis)

Reeds eerder hebben we in een blogbericht verwezen naar een duidelijke uitspraak in die zin van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, Afdeling Veurne, van 9 juni 2016. Thans bevestigt het hof van beroep van Gent in een arrest van 11 maart 2022 – zij het in een andere zaak – deze rechtspraak:

‘Appellanten vragen uw hof, in hoofdorde, dus opnieuw om geïntimeerden beiden, in solidum, te verplichten tot het finaliseren van het planningsproces van het RUP (…) conform de vigerende structuurplannen. Het betreft het finaliseren van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (…) dat de stad G. reeds is opgestart, waarvoor delegatie is gevraagd en bovendien is verleend.

(...)

Zelfs al is dergelijke vordering niet identiek aan het vorderen van een ‘bevel tot herbestemming’ (in de zin zoals gewenst), dan nog betreft dergelijke vordering naar oordeel van het hof niet louter een bevel tot het beëindigen van een (gebeurlijke) schadelijke onwettigheid, maar het stellen van een handeling van openbaar bestuur, waartegen het beginsel van scheiding der machten zich verzet.

Het feit dat de gemeente (al dan niet foutief) een voordien reeds aangevat (specifiek) planningsproces omtrent deze terreinen heeft stopgezet, doet daar geen afbreuk aan, en dit al zeker niet nu precies gevraagd wordt dat dit specifiek planningsproces, dat een specifieke herbestemming van (…) omvat, alsnog zou worden gefinaliseerd’.

Het hof voegt daaraan ten overvloede toe:

‘Het thans (doen) finaliseren van het GRUP (…) zou een ongeoorloofde voorafname betekenen op de door de provincie middels het in opmaak zijnde PRUP te bepalen afbakening van het (van het buitengebied te onderscheiden) kleinstedelijk gebied G.; tot dergelijke voorafname kunnen noch de gemeente (in de mate dat zij alsnog over een delegatie daartoe zou beschikken), noch de provincie worden verplicht.

Referentie: Getn 11 maart 2022, nr. 2022/1946, ng. (PUB8645-1)

Meer tags?