26/06/2020

Beslissingstermijn van minister in de P15-procedure (FAVV) is een ordetermijn

Het FAVV kan overgaan tot intrekking van de erkenning of toelating van een ‘operator’ (een slachthuis, een vleesverwerkend bedrijf, een supermarkt, …) wanneer, bijvoorbeeld, de inrichting niet langer beantwoordt aan de vereisten inzake infrastructuur en uitrusting en waaraan niet binnen een redelijke termijn kan worden tegemoet gekomen of wanneer de exploitatievoorwaarden die van toepassing zijn op de inrichting niet meer worden nageleefd (artikel 15 §1 KB van 16 januari 2006 tot vaststelling van nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het FAVV).

De beslissing van het FAVV, genomen na het horen van de operator, kan worden aangevochten bij een (interne) Beroepscommissie die dan een advies geeft aan de minister of zijn afgevaardigde.

Artikel 16 §6 van het KB van 16 januari 2006 bepaalt:

‘De minister of zijn afgevaardigde beschikt over 15 dagen vanaf de datum van Beroepscommissie om op basis van voornoemd advies, een eindbeslissing te nemen over het beroep en deze bij een ter post aangetekende brief  of afgeleverd tegen ontvangstbewijs aan de betrokkene mededeler’.

In het arrest nr. 247.168 van 27 februari 2020 beslist de Raad van State dat het een ordetermijn betreft. Dit betekent dat enkel  de overschrijding van de 15-dagentermijn niet maakt dat het beroep wordt ingewilligd of verworpen.

Stel hier je vraag bij dit blogbericht


Dirk Van Heuven FAVV
Meer tags?