14/12/2017

Antwerpse lage-emmissiezone doorstaat toets Grondwettelijk Hof

Het Grondwettelijk Hof heeft met arrest nr. 144/2017 van 14 december 2017 het vernietigingsberoep verworpen tegen de gemeentelijke beslissing van de stad Antwerpen betreffende lage-emissiezone, het decreet van het Vlaamse Gewest van 27 november 2015 betreffende lage-emissiezones, het besluit van de Vlaamse overheid van 26 februari 2016 en het programmadecreet 2017 van de Vlaamse overheid.

Logisch ook, gelet op de kennelijke onontvankelijkheid van de vordering:

'B.2. Het Grondwettelijk Hof is bevoegd om uitspraak te doen over beroepen tot vernietiging van wetten, decreten en ordonnanties (artikel 1 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof). Een dergelijk beroep kan met name worden ingesteld door iedere natuurlijke of rechtspersoon die doet blijken van een belang (artikel 2) en dit binnen een termijn van zes maanden of, indien het gaat om een akte houdende instemming met een verdrag, binnen een termijn van zestig dagen na de bekendmaking van de betrokken wettelijke norm (artikel 3). Het beroep tot vernietiging wordt bij het Hof aanhangig gemaakt door middel van een verzoekschrift (artikel 5), dat het onderwerp van het beroep vermeldt en een uiteenzetting van de feiten en middelen bevat (artikel 6).

B.3. Het Hof is niet bevoegd om te oordelen over het beroep tegen een gemeentelijke beslissing of tegen een besluit van de Vlaamse Regering, die geen wetskrachtige normen zijn. Het staat aan de bevoegde rechter om, in voorkomend geval met toepassing van artikel 159 van de Grondwet, na te gaan of de desbetreffende bepalingen bestaanbaar zijn met hogere rechtsnormen.

B.4. In zoverre het beroep voorts gericht is tegen het decreet van het Vlaamse Gewest van 27 november 2015 betreffende lage-emissiezones, dat werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 18 december 2015, en tegen het Vlaamse decreet van 23 december 2016 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2017, dat werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 29 december 2016, is het buiten de voormelde termijn van zes maanden ingediend'.

Publius was als adviseur betrokken bij de totstandkoming van deze regelgeving.

Stel hier je vraag bij dit blogbericht


Dirk Van Heuven Grondwettelijk Hof