05/01/2018

Zuiver commercieel belang in stedenbouwkwesties (andermaal) niet aanvaard door Raad van State

De Raad van State heeft op 23 november 2017 (nrs. 239.942 en 293.493) twee arresten geveld in cassatie tegen beslissingen van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. 

Aanleiding waren twee arresten, door de Raad voor Vergunningsbetwistingen uitgesproken op 6 december 2016. 

De Raad voor Vergunningsbetwistingen oordeelde:

"De in artikel 4.7.21, §2, 2° en in artikel 4.8.11, §1, eerste lid, 3° VCRO bedoelde “hinder en nadelen” moeten dan ook in een stedenbouwkundige context worden begrepen. Een commercieel nadeel kan bijgevolg slechts aanvaard worden als een afdoende belang op voorwaarde dat het rechtstreeks of onrechtstreeks veroorzaakt wordt door hinder of nadelen van stedenbouwkundige aard ten gevolge van de bestreden vergunningsbeslissing. 

De Raad noch de verwerende partij kan bijgevolg in het kader van een stedenbouwkundige vergunningsaanvraag of een verkavelingsvergunningsaanvraag op ontvankelijke wijze gevat worden wanneer de procedure wordt ingeleid louter om een commerciële strijd onder concurrenten uit te vechten of, zoals in casu te beletten dat mogelijke concurrenten zich in de ruime omgeving van bestaande handelszaken zouden kunnen vestigen.

Zoals blijkt uit de uiteenzetting in het verzoekschrift, voert de verzoekende partij ter verantwoording van haar belang enkel een commercieel nadeel aan, dat wil zeggen een mogelijk verlies aan cliënteel ten gevolge van de creatie van een ander winkelgebied.

Een commercieel nadeel of het risico daarop kan zoals gesteld maar in aanmerking worden genomen voor zover het voortvloeit uit of in verband staat met de stedenbouwkundige hinder die de bestreden beslissing veroorzaakt. De verzoekende partij beweert niet dat de omgeving van haar vestiging als gevolg van de bestreden beslissing aan enige stedenbouwkundige impact blootgesteld wordt. Zij beroept zich op een louter commercieel nadeel dat zij koppelt aan de oprichting van een andere handelszone die door de aanwezigheid van ruime parkingfaciliteiten over een comparatief voordeel zou beschikken.

Anders dan bij de beoordeling van een handelsvestigingsvergunning, waar de concurrentiepositie van een verzoekende partij een voldoende en geldig belang kan vormen, houdt het louter inroepen van een commercieel nadeel, in casu een comparatief commercieel nadeel van een bestaande winkelzone ten aanzien van een ander winkelgebied, geen afdoend rechtens vereist belang in om op te komen tegen een verkavelingsvergunning of een stedenbouwkundige vergunning. De regelgeving betreffende de ruimtelijke ordening en leefmilieu zijn niet in het leven geroepen om louter commerciële private belangen te dienen."

De Raad van State heeft de twee cassatieberoepen verworpen. 

Een commercieel belang zal ook in de toekomst enkel kunnen worden aanvaard op voorwaarde dat het rechtstreeks of onrechtstreeks veroorzaakt wordt door hinder of nadelen van stedenbouwkundige aard als gevolg van de bestreden vergunningsbeslissing. 

Gepost door Merlijn De Rechter

Blog Vlaams Omgevingsrecht
Tags Merlijn De Rechter, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
11/06/2018

HR update!

Celine Van De Velde vervoegt in augustus onze Kortrijkse vestiging als stagiaire van Jan Beleyn. Celine studeerde aan de Ugent en studeert deze zomer af als master in de rechten.

Achille Hannoset zal in oktober het Antwerpse kantoor versterken en wordt stagiair van Dirk Van Heuven. Achille studeerde aan de Universiteit Antwerpen. In 2015 studeerde hij af als master in de rechten. Daarna volgde hij een LLM in Toulouse. Thans vervolmaakt hij een LLM Energy & Climate Law aan de universiteit van Groningen.

Publius blijft groeien. Bekijk hier onze Kortrijkse en Brusselse vacature!

Blog Publius Nieuws
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
11/06/2018

Mogelijke telefoonhinder door werken!

Telenet voert van 14 t.e.m. 25 juni werken uit in Kortrijk. Hierdoor zullen we niet altijd even goed telefonisch bereikbaar zijn. Wij stellen technisch alles in het werk om de hinder zo beperkt mogelijk te houden. Kan je ons toch niet bereiken of wordt de lijn plots verbroken, stuur ons dan een mailtje (info@publius.be) met de vraag om je terug te contacteren. Dank voor je begrip.

Blog Publius Nieuws
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
08/06/2018

Stedenbouwkundige verordeningen vallen ook onder de plan-MER-richtlijn

In een arrest van het Hof van Justitie van 7 juni 2018 (nr. C-671/16) staat het volgende te lezen aangaande een Brusselse Stedenbouwkundige Verordening:

"Uit de lezing van de bestreden verordening volgt dat zij met name voorschriften bevat met betrekking tot de inrichting van zones die zich in de omgeving van de gebouwen en de andere vrije ruimten bevinden, van doorgangsgebieden, van zones met koeren en tuinen, de omheiningen, de aansluitingen van de bouwwerken op de netwerken en op de riolering, de opvang van het regenwater en diverse kenmerken van de bouwwerken, met name het veelzijdig en duurzaam karakter ervan, bepaalde van hun uiterlijke kenmerken of nog de toegang van voertuigen tot de bouwwerken.

In het licht van de wijze waarop zij zijn omschreven, kunnen de door een dergelijke verordening vastgestelde criteria en modaliteiten, zoals de advocaat-generaal in punt 30 van haar conclusie heeft opgemerkt, aanzienlijke gevolgen hebben voor het stedelijk milieu.

Zulke criteria en modaliteiten kunnen immers, zoals de Commissie heeft benadrukt, een invloed hebben op de verlichting, de wind, het stedelijk landschap, de luchtkwaliteit, de biodiversiteit, het waterbeheer, de duurzaamheid van de bouwwerken en, meer in het algemeen, op de uitstoot in de betrokken zone. Meer in het bijzonder en zoals in de preambule van de bestreden verordening vermeld, kunnen het bouwvolume en de plaatsing van hoge gebouwen ongewenste schaduw- of windeffecten veroorzaken.

Gelet op deze gegevens, waarvan de verwijzende rechter echter het bestaan en de draagwijdte moet beoordelen rekening houdend met de betrokken verordening, dient te worden geoordeeld dat een verordening zoals aan de orde in het hoofdgeding valt onder het begrip „plannen en programma’s” in de zin van artikel 3, leden 1 en 2, van de SMB-richtlijn, die aan een milieueffectbeoordeling moet worden onderworpen."

Het integrale arrest vindt u hier.

Gepost door Merlijn De Rechter

Blog Lokale Besturen
Tags Brussels omgevingsrecht, Lokale besturen, Merlijn De Rechter, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags