26/02/2018

Wanneer kan een voorbereidende bestuurshandeling aangevochten worden?

De Raad van State legt het in het arrest nr. 240.783 van 22 februari 2018 nog eens uit:

'Terecht, zo lijkt, schrijft verzoekster op blz. 39 van haar inleidend verzoekschrift, dat het verlenen van de erkenning verschijnt als een complexe administratieve verrichting waarvan het thans bestreden erkenningsbesluit de eindbeslissing is, laatste schakel van een keten van voorbereidende bestuurshandelingen, en dat tegen de erkenning dan ook ontvankelijk als vernietigingsgrond elke onwettigheid mag worden aangebracht die ergens in de loop van de complexe administratieve verrichting is begaan en die geacht kan worden een determinerende
invloed op de eindbeslissing te hebben gehad.

De beoordeling van de ontvankelijkheid van de kandidaten is, zo lijkt, zo een beslissing die specifiek en noodzakelijk voorbereidend is op de eindbeslissing over de erkenning. Daarmee is echter niet gesteld dat die – mogelijk zelfs onregelmatige – voorbereidende bestuurshandeling zelf ook een aanvechtbare administratieve rechtshandeling is. In de regel zijn voorbereidende handelingen dat niet. Anders is het, wanneer de voorbereidende handeling voor de belanghebbende een dadelijk grievende vóórbeslissing is. Dit zou het geval zijn, bijvoorbeeld, indien verzoeksters kandidatuur onontvankelijk was verklaard, wat niet is gebeurd. De beslissing waarbij één van haar concurrenten ontvankelijk wordt verklaard, lijkt evenwel geen zulke aanvechtbare vóórbeslissing te zijn, aangezien die beslissing op het eerste gezicht niet specifiek de rechtspositie van verzoekster bepaalt, noch aan verzoekster definitief nadeel berokkent. Dat een concurrent een ontvankelijk verklaard dossier heeft ingediend mag de kansen op erkenning van verzoekster dan wel beïnvloeden, maar het sluit haar niet uit van de beoogde erkenning'.

Het onontvankelijk bevinden van een kandidaat in een mededingsprocedure, laat het dan voor een overheidsopdracht, een concessie of een erkenning als lokale radio-omroep (zoals in deze zaak) zijn, is een voorbereidende beslissing die niet afzonderlijk kan aangevochten worden, tenzij het verzoekende partij zelf uitsluit van de verdere procedure.  De niet gekozen kandidaat kan tegen de eindbeslissing evenwel ontvankelijk opwerpen dat de kandidatuur van de verkozen kandidaat eigenlijk uitgesloten had moeten worden.

Blog Publius Nieuws
Tags Dirk Van Heuven, Raad van State
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
11/06/2018

HR update!

Celine Van De Velde vervoegt in augustus onze Kortrijkse vestiging als stagiaire van Jan Beleyn. Celine studeerde aan de Ugent en studeert deze zomer af als master in de rechten.

Achille Hannoset zal in oktober het Antwerpse kantoor versterken en wordt stagiair van Dirk Van Heuven. Achille studeerde aan de Universiteit Antwerpen. In 2015 studeerde hij af als master in de rechten. Daarna volgde hij een LLM in Toulouse. Thans vervolmaakt hij een LLM Energy & Climate Law aan de universiteit van Groningen.

Publius blijft groeien. Bekijk hier onze Kortrijkse en Brusselse vacature!

Blog Publius Nieuws
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
11/06/2018

Mogelijke telefoonhinder door werken!

Telenet voert van 14 t.e.m. 25 juni werken uit in Kortrijk. Hierdoor zullen we niet altijd even goed telefonisch bereikbaar zijn. Wij stellen technisch alles in het werk om de hinder zo beperkt mogelijk te houden. Kan je ons toch niet bereiken of wordt de lijn plots verbroken, stuur ons dan een mailtje (info@publius.be) met de vraag om je terug te contacteren. Dank voor je begrip.

Blog Publius Nieuws
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
08/06/2018

Stedenbouwkundige verordeningen vallen ook onder de plan-MER-richtlijn

In een arrest van het Hof van Justitie van 7 juni 2018 (nr. C-671/16) staat het volgende te lezen aangaande een Brusselse Stedenbouwkundige Verordening:

"Uit de lezing van de bestreden verordening volgt dat zij met name voorschriften bevat met betrekking tot de inrichting van zones die zich in de omgeving van de gebouwen en de andere vrije ruimten bevinden, van doorgangsgebieden, van zones met koeren en tuinen, de omheiningen, de aansluitingen van de bouwwerken op de netwerken en op de riolering, de opvang van het regenwater en diverse kenmerken van de bouwwerken, met name het veelzijdig en duurzaam karakter ervan, bepaalde van hun uiterlijke kenmerken of nog de toegang van voertuigen tot de bouwwerken.

In het licht van de wijze waarop zij zijn omschreven, kunnen de door een dergelijke verordening vastgestelde criteria en modaliteiten, zoals de advocaat-generaal in punt 30 van haar conclusie heeft opgemerkt, aanzienlijke gevolgen hebben voor het stedelijk milieu.

Zulke criteria en modaliteiten kunnen immers, zoals de Commissie heeft benadrukt, een invloed hebben op de verlichting, de wind, het stedelijk landschap, de luchtkwaliteit, de biodiversiteit, het waterbeheer, de duurzaamheid van de bouwwerken en, meer in het algemeen, op de uitstoot in de betrokken zone. Meer in het bijzonder en zoals in de preambule van de bestreden verordening vermeld, kunnen het bouwvolume en de plaatsing van hoge gebouwen ongewenste schaduw- of windeffecten veroorzaken.

Gelet op deze gegevens, waarvan de verwijzende rechter echter het bestaan en de draagwijdte moet beoordelen rekening houdend met de betrokken verordening, dient te worden geoordeeld dat een verordening zoals aan de orde in het hoofdgeding valt onder het begrip „plannen en programma’s” in de zin van artikel 3, leden 1 en 2, van de SMB-richtlijn, die aan een milieueffectbeoordeling moet worden onderworpen."

Het integrale arrest vindt u hier.

Gepost door Merlijn De Rechter

Blog Lokale Besturen
Tags Brussels omgevingsrecht, Lokale besturen, Merlijn De Rechter, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht