12/01/2018

Uitvoeringsbesluit Onteigeningsdecreet vandaag in het Belgisch Staatsblad!

Het uitvoeringsbesluit bij het Onteigeningsdecreet werd vandaag in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd!

Hierdoor treedt de langverwachte nieuwe regelgeving eindelijk (retroactief) in werking. 

De inwerkingtreding van het digitaal onteigeningsplatform is wel uitgesteld tot een latere datum. 

U vindt de gepubliceerde tekst van het besluit hier.

Gepost door Leandra Decuyper

Blog Lokale Besturen
Tags Leandra Decuyper, Lokale besturen, Onteigeningen, Vastgoed
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
12/01/2018

Instrumentendecreet omgevingsbeleid op komst

Althans zo luidt het in de berichten van de Vlaamse regering van vandaag:

'Het Vlaams Regeerakkoord 2014-2019 stelt een omgevingsbeleid voorop vanuit gebiedsgerichte en geïntegreerde realisaties in combinatie met een verbeterd instrumentarium. De Vlaamse Regering hecht haar principiële goedkeuring aan het voorontwerp van decreet over het realisatiegericht instrumentarium ('instrumentendecreet'). Het zet een logische en noodzakelijke vervolgstap in de bundeling en de afstemming van omgevingsinstrumenten met het oog op ruimtelijke realisaties op het terrein. Over dit voorontwerp van decreet wordt het advies ingewonnen van de SARO, de Minaraad, de SERV en de SALV.'

Als we het Vlaams Regeerakkoord 2014-2019 mogen geloven, beschikt Vlaanderen binnenkort over een uitvoeringsgericht en slagkrachtig (plannings)instrumenterium:

'Bij complexe processen waarbij verschillende thematieken aan bod komen is procescoördinatie en integratie noodzakelijk , de Vlaamse Regering zal in die gevallen een procesmanager aanduiden.

We zorgen voor een optimale instrumentele en organisatorische context met het oog op een geïntegreerd grond- en pandenbeleid. Hiervoor bouwen we het bestaande instrumentarium om tot een slagkrachtig instrumentarium. Hiervoor ontwikkelen we in eerste instantie een strategisch en anticipatief verwervingsbeleid vanuit vastgestelde richtlijnen in verband met financiële en beleidsmatige opportuniteiten.

We investeren in een modernisering van onze planologische instrumenten, met het oog op uitvoeringsgerichtheid, juridische houdbaarheid en flexibiliteit. Bestemmingen moeten dichter op realiteit en realisatie geënt worden.

We herdenken het huidige planningsinstrumentarium in functie van geïntegreerde Omgevingsplanning dat gericht is op realisatie op het terrein en dat tevens flankerende (niet-)ruimtelijke acties kan bevatten. We blijven inzetten op sterke gebiedsgerichte visies als basis voor het ruimtelijk ontwikkelingsbeleid. We blijven ruimtelijke uitvoeringsplannen maken maar stappen af van de grote gebiedsdekkende RUP’s. We focussen op meer gebiedsgerichte en/of projectmatige planprocessen. De noodzaak, realiseerbaarheid en de effecten op korte termijn zijn  belangrijke criteria om nieuwe planprocessen op te starten. Projectmatige incentives vanuit de problematiek van brownfields, ruimtelijk bedreigde bossen, het verbeteren van de infrastructuur, bescherming van aaneengesloten landbouwgebieden en het bereiken van instandhoudingsdoelstellingen zijn hier goede voorbeelden van. Bij de opmaak en evaluatie van het regelgevend kader is het is van groot belang dat een level playing field wordt gewaarborgd.
Ondernemingen moeten met gelijke wapens kunnen concurreren met hun partners in Europa. We zetten daarom welbewust in op een level playing field door Europese richtlijnen correct om te zetten.

(...)

We optimaliseren het flankerend instrumentarium en stemmen de verschillende financiële compensatiemogelijkheden op mekaar af. Door te streven naar een billijke compensatie voorgeleden nadelen als gevolg van ruimtelijke plannen wordt de kans op de effectieve uitvoering van ruimtelijke uitvoeringsplannen verhoogd.

We werken de conceptnota ‘ Harmonisering van de compenserende vergoedingen’ goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 20 december 2012 verder uit.'

We zijn alvast  benieuwd! 

Gepost door Leandra Decuyper

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Leandra Decuyper, Lokale besturen, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
11/01/2018

Plooit Grondwettelijk Hof voor terrorisme?

Aan u om te oordelen:

'De feiten en de rechtspleging in het bodemgeschil
F.B. wordt in april 1982 in België geboren uit Marokkaanse ouders en verkrijgt dienvolgens de Marokkaanse nationaliteit. In januari 1997 verkrijgt zijn moeder bijkomend de Belgische nationaliteit. Bijgevolg wordt aan F.B., op grond van artikel 12 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, eveneens de Belgische nationaliteit toegekend, met behoud van zijn Marokkaanse nationaliteit.
Na in het verleden reeds herhaaldelijk strafrechtelijk te zijn veroordeeld, wordt F.B. bij arrest van 27 januari 2016 van de correctionele kamer van het Hof van Beroep te Antwerpen schuldig bevonden aan het plegen van geweldmisdrijven en aan het leiden van een terroristische groep, zoals strafbaar gesteld bij artikel 140 van het Strafwetboek. Hij wordt veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van twaalf jaar en een geldboete van 30 000 euro en wordt gedurende een termijn van tien jaar uit alle rechten ontzet.
Bij dagvaarding van 6 oktober 2016 vordert de procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Antwerpen, op grond van artikel 23, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, om F.B. vervallen te verklaren van de Belgische nationaliteit. In het kader van die vordering heeft het Hof van Beroep vier prejudiciële vragen gesteld.

In rechte
Bij beschikking van 26 september 2017 heeft het Hof beslist dat de zaak in staat van wijzen is en dat geen terechtzitting zal worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek heeft ingediend om te worden gehoord.

Nadat de Ministerraad het Hof verzocht heeft te worden gehoord, heeft F.B. meegedeeld dat hij op de terechtzitting aanwezig wenst te zijn. Gezien hij een gevangenisstraf ondergaat, heeft hij het Hof gevraagd de nodige maatregelen te nemen voor zijn overbrenging naar het Hof.

Artikel 104 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof bepaalt :
« De terechtzittingen van het Hof zijn openbaar, tenzij die openbaarheid gevaar oplevert voor de orde of de goede zeden; in dat geval wordt zulks door het Hof bij een met redenen omkleed arrest verklaard »

De openbaarheid van de terechtzittingen van het Hof is de regel. Niettemin kan het Hof beslissen om de zitting te houden met gesloten deuren wanneer de openbaarheid gevaar oplevert voor de orde of de goede zeden.

Aangezien F.B. een gevangenisstraf ondergaat wegens inzonderheid het leiden van een terroristische groep en het algemeen dreigingsniveau daarenboven door het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse nog steeds is vastgesteld op een zeer hoog niveau, dient te worden verzekerd dat de terechtzitting onder optimale veiligheidsvoorwaarden verloopt.

In die omstandigheden en gelet op de actuele infrastructuur van het Hof zou de openbaarheid van de zitting aanleiding kunnen geven tot incidenten die een gevaar voor de orde kunnen vormen.

Bijgevolg dient de zitting met gesloten deuren te worden gehouden'..

Ref. GwH 11 januari 2018 , nr. 1/2018.

Gepost door Dirk Van Heuven

Tags Dirk Van Heuven, Grondwettelijk Hof
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
05/01/2018

Codextrein en Omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen en milieuactiviteiten van kracht sinds 1 januari 2018

Sinds 1 januari 2018 zijn de - langverwachte - omgevingsvergunning en de Codextrein van kracht. 

Zoals in eerdere blogs reeds uiteengezet, gaat het voorlopig enkel over de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelen en de exploitatie van ingedeelde inrichtingen (milieu). 

De omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten volgt later, op een nog door de Vlaams Regering te bepalen datum. 

Toch kort een aantal belangrijke innovaties, waarmee u rekening zult moeten houden:

  • de aanvraagprocedure wordt gedigitaliseerd en krijgt nieuwe termijnen. 

    Meer informatie vindt u hier
     
  • aan de beroepsprocedure werd een nieuwe ontvankelijkheidsvoorwaarde toegevoegd.

    De toegang tot het administratief beroep bij de deputatie zal enkel nog mogelijk zijn voor diegene die ook reeds eerder, n.a.v. het openbaar onderzoek, een gemotiveerd bezwaar heeft ingediend. De bekendmaking van de stedenbouwkundige aanvraag (de gehele affiche) wordt aldus van aanzienlijk belang. 
     
  • zowel op gewestelijk, provinciaal als gemeentelijk niveau wordt het mogelijk om ruimtelijke beleidsplannen uit te vaardigen. 

    Deze beleidsplannen komen in de plaats van structuurplannen. 
     
  • bij de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening kan nu ook rekening gehouden worden met de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het "ruimtelijk rendement"

    Het creëren van hoger ruimtelijk rendement gebeurt door de ruimte intensiever te gebruiken zonder afbreuk te doen aan de leefkwaliteit en dit op de best gelegen plaatsen. 
    Het doel is nieuwe ontwikkelingen zoveel mogelijk op te vangen binnen het bestaande ruimtebeslag.
     
  • er worden maatregelen in het leven geroepen die verouderde stedenbouwkundige - of verkavelingsvoorschriften - in het kader van de verhoging van het ruimtelijk rendement - eenvoudiger kunnen opheffen of wijzigen. 
     
  • het as-builtattest wordt gewijzigd. 
     
  • een verzoek tot vernietiging tegen een omgevingsvergunning voor de exploitatie van ingedeelde inrichtingen wordt voortaan behandeld door de Raad voor Vergunningsbetwistingen. 
     
  • en nog zoveel meer...

    Bij vragen, kunt u uiteraard bij ons terecht. 

Gepost door Merlijn De Rechter

Blog Lokale Besturen, Milieurecht, Ruimtelijke ordening en stedenbouw, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Merlijn De Rechter, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
05/01/2018

Zuiver commercieel belang in stedenbouwkwesties (andermaal) niet aanvaard door Raad van State

De Raad van State heeft op 23 november 2017 (nrs. 239.942 en 293.493) twee arresten geveld in cassatie tegen beslissingen van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. 

Aanleiding waren twee arresten, door de Raad voor Vergunningsbetwistingen uitgesproken op 6 december 2016. 

De Raad voor Vergunningsbetwistingen oordeelde:

"De in artikel 4.7.21, §2, 2° en in artikel 4.8.11, §1, eerste lid, 3° VCRO bedoelde “hinder en nadelen” moeten dan ook in een stedenbouwkundige context worden begrepen. Een commercieel nadeel kan bijgevolg slechts aanvaard worden als een afdoende belang op voorwaarde dat het rechtstreeks of onrechtstreeks veroorzaakt wordt door hinder of nadelen van stedenbouwkundige aard ten gevolge van de bestreden vergunningsbeslissing. 

De Raad noch de verwerende partij kan bijgevolg in het kader van een stedenbouwkundige vergunningsaanvraag of een verkavelingsvergunningsaanvraag op ontvankelijke wijze gevat worden wanneer de procedure wordt ingeleid louter om een commerciële strijd onder concurrenten uit te vechten of, zoals in casu te beletten dat mogelijke concurrenten zich in de ruime omgeving van bestaande handelszaken zouden kunnen vestigen.

Zoals blijkt uit de uiteenzetting in het verzoekschrift, voert de verzoekende partij ter verantwoording van haar belang enkel een commercieel nadeel aan, dat wil zeggen een mogelijk verlies aan cliënteel ten gevolge van de creatie van een ander winkelgebied.

Een commercieel nadeel of het risico daarop kan zoals gesteld maar in aanmerking worden genomen voor zover het voortvloeit uit of in verband staat met de stedenbouwkundige hinder die de bestreden beslissing veroorzaakt. De verzoekende partij beweert niet dat de omgeving van haar vestiging als gevolg van de bestreden beslissing aan enige stedenbouwkundige impact blootgesteld wordt. Zij beroept zich op een louter commercieel nadeel dat zij koppelt aan de oprichting van een andere handelszone die door de aanwezigheid van ruime parkingfaciliteiten over een comparatief voordeel zou beschikken.

Anders dan bij de beoordeling van een handelsvestigingsvergunning, waar de concurrentiepositie van een verzoekende partij een voldoende en geldig belang kan vormen, houdt het louter inroepen van een commercieel nadeel, in casu een comparatief commercieel nadeel van een bestaande winkelzone ten aanzien van een ander winkelgebied, geen afdoend rechtens vereist belang in om op te komen tegen een verkavelingsvergunning of een stedenbouwkundige vergunning. De regelgeving betreffende de ruimtelijke ordening en leefmilieu zijn niet in het leven geroepen om louter commerciële private belangen te dienen."

De Raad van State heeft de twee cassatieberoepen verworpen. 

Een commercieel belang zal ook in de toekomst enkel kunnen worden aanvaard op voorwaarde dat het rechtstreeks of onrechtstreeks veroorzaakt wordt door hinder of nadelen van stedenbouwkundige aard als gevolg van de bestreden vergunningsbeslissing. 

Tags