05/02/2019

Vlaams Regering keurt het ontwerp van het Kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving definitief goed

Na advies van de Raad van State, keurde de Vlaamse Regering op vrijdag 25 januari het ontwerp van decreet bestuurlijke handhaving goed.

Een en ander werd al aangekondigd in onze eerdere blog

Het kaderdecreet bouwt de bestuurlijke handhaving uit als veralgemeend en volwaardig alternatief voor de strafrechtelijke handhaving, met een evenwaardige focus op de rechtsbescherming van de burger, en, waar nodig, een functioneel onderscheid tussen toezicht, opsporing, vervolging en sanctionering. Het vormt de eerste stap tot stroomlijning van het bestuurlijke handhavingsrecht op Vlaams niveau, en behandelt onder andere het bestuurlijk toezicht, het strafrechtelijk en het bestuurlijk opsporingsonderzoek, de onmiddellijke inning, consignatie en inhouding, de bestuurlijke vervolging, het bestuurlijk beslag, protocolakkoorden met het Openbaar Ministerie, het voorstel tot betaling van een geldsom en de sanctieprocedure. 

Het initiële ontwerp werd slechts in beperkte mate n.a.v. het advies van de Raad van State gewijzigd. 

Het ontwerpdecreet wordt nu ingediend bij het Vlaams Parlement. 

Het ontwerpdecreet vindt u hier. De memorie van toelichting hier

Gepost door Merlijn De Rechter

Blog Vlaams Omgevingsrecht
Tags Bestuurlijke handhaving, Lokale besturen, Merlijn De Rechter, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
17/01/2019

Herziening of opheffing van stedenbouwkundige voorschriften in APA’s, BPA’s en gemeentelijke RUP’s weldra mogelijk

Met de codextrein voerde de decreetgever een soepele procedure in om verouderde of te gedetailleerde voorschriften van APA’s, BPA’s en gemeentelijke RUP’s te herzien of op te heffen (artikel 7.4.4/1 VCRO). Het doel daarvan is om verschillende vormen van ruimtelijke rendementsverhoging te bevorderen (bv. intensivering van het ruimtegebruik, verweving van verschillende functies, hergebruik van constructies en tijdelijk toelaten van ruimtegebruik) en de mogelijkheden te vergroten voor energieprestatiebevorderende werken.

Een herziening of opheffing kan alleen betrekking hebben op inrichtingsvoorschriften en kan geen wijziging van de (hoofd)bestemming van het gebied tot gevolg hebben.

Het initiatiefrecht ligt bij het College van Burgemeester en Schepenen dat vooraf het advies inwint van de gemeentelijke omgevingsambtenaar. De procedure tot herziening of opheffing omvat een openbaar onderzoek, adviesronde en eventueel een plan-m.e.r. of plan-m.e.r.-screening. De uiteindelijke beslissing ligt in handen van de gemeenteraad.

De Vlaamse Regering heeft inmiddels het nodige uitvoeringsbesluit goedgekeurd.

Het is nu wachten op de publicatie hiervan in het Belgisch Staatsblad.

U kan het besluit alvast hier raadplegen.

Gepost door Celine Van De Velde

Blog Vlaams Omgevingsrecht
Tags Celine Van De Velde, Merlijn De Rechter, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
17/12/2018

Ontwikkelingsmogelijkheden voor woonreservegebieden: voorontwerp wijzigingsdecreet Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening

In een eerdere blog werd reeds aangegeven dat de Vlaamse Regering werkt aan een nieuwe regelgeving over de woonreservegebieden. De inhoud van het eerste ontwerp werd in die blog ook reeds kort toegelicht. 

De Vlaamse Regering hechtte, na advies van de SARO, de Minaraad en de SERV, op 14 december 2018 opnieuw haar principiële goedkeuring aan het voorontwerp van decreet dat de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening wijzigt, wat betreft de ontwikkelingsmogelijkheden voor woonreservegebieden.

De regeling helpt de lokale besturen en de Vlaamse Regering de doelstelling realiseren om slecht gelegen juridisch woonaanbod te neutraliseren en zo het ritme van bijkomend ruimtebeslag af te remmen.

De adviezen vindt u hier

Het decreet wordt andermaal gevoegd. De bijhorende memorie vindt u dan weer hier

Over dit voorontwerp van wijzigingsdecreet wordt nu het advies ingewonnen van de Raad van State.

Wij houden u op de hoogte. 

07/12/2018

Binnenkort ook digitale indiening van omgevingsvergunning voor kleinhandelsvestigingen

Op 7 december 2018 werd het Ministerieel besluit van 23 november 2018 tot uitvoering van artikel 153/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. 

In dit MB staat te lezen:

"De datum vanaf wanneer aanvragen die louter betrekking hebben op kleinhandelsactiviteiten of vegetatiewijzigingen digitaal ingediend kunnen worden en vervolgens digitaal behandeld worden, wordt bepaald op 15 januari 2019."

Het omgevingsloket zal dus vanaf 15 januari 2019 ook gebruikt kunnen worden voor omgevingsvergunning voor enkel kleinhandelsactiviteiten.

 

07/11/2018

Hof van Justitie heeft zich uitgesproken over (te vrijblijvende?) Nederlandse Programma Aanpak Stikstof (PAS)

De PAS is een programmatische aanpak die ervoor moet zorgen dat de stikstofdeposities dalen en andere maatregelen worden genomen ter verbetering van de staat van instandhouding van stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden, waardoor bijkomend vergunningen kunnen worden verleend zonder een hypotheek te leggen op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen voor die gebieden.

Bij onze noorderburen werd een dergelijke Programmatische Aanpak Stikstof eerder al uitgewerkt in wat in de rechtsleer beschouwd werd als een ronduit unieke en innovatieve poging om economische ontwikkelingen te verzoenen met stringente natuureisen.

Vlaanderen volgde later. Op 23 april 2014 keurde de Vlaamse regering de gebiedsgerichte instandhoudingsdoelen (S-IHD) voor de verschillende speciale beschermingszones goed. Wegens de gevolgen voor de vergunningverlening keurde zij eveneens het concept goed van een programmatische aanpak stikstof (PAS).

Het Europese Hof van Justitie werd door de Nederlandse Raad van State bevraagd omtrent de Nederlandse PAS. In het arrest in de gevoegde zaken C-293/17 en C-294/7 van vandaag, 7 november 2018, heeft het Hof zich hierover uitgesproken.

Het heet dat het Nederlandse stikstofbeleid als te vrijblijvend wordt beschouwd.

Een vrijstelling voor bemesten en beweiden is alleen mogelijk als op grond van ‘objectieve gegevens’ is verzekerd dat geen aantasting van het Natura 2000-gebied zal plaatsvinden.

De PAS is toegestaan, maar dan moet de passende beoordeling wel grondig en volledig zijn getoetst en worden gegarandeerd dat er geen wetenschappelijke twijfel is dat er geen schadelijke gevolgen zijn voor de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden.

Bij een passende beoordeling mag geen rekening worden gehouden met maatregelen als de verwachte voordelen niet vaststaan.

Het Hof oordeelde (o.m.):

‘122. De verwijzende rechter wenst met name te vernemen of er bij een passende beoordeling als bedoeld in artikel 6, lid 3, van de habitatrichtlijn, alleen rekening kan worden gehouden met dergelijke maatregelen als die maatregelen reeds zijn getroffen en resultaat hebben gehad.

123. Dienaangaande moet worden vastgesteld dat het in strijd met de nuttige werking van artikel 6, leden 1 en 2, van de habitatrichtlijn zou zijn dat naar het effect van maatregelen die krachtens die bepalingen nodig zijn, kan worden verwezen om, voordat die maatregelen daadwerkelijk worden uitgevoerd, op grond van lid 3 van dat artikel een vergunning te verlenen voor een plan of project dat gevolgen heeft voor het betrokken gebied [zie in die zin arrest van 17 april 2018, Commissie/Polen (oerbos van Białowieża), C‑441/17, EU:C:2018:255, punt 213].’

Gepost door Meindert Gees

Blog Vlaams Omgevingsrecht
Tags Meindert Gees, Milieurecht, Passende beoordeling, Vlaams Gewest, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags