26/06/2015

Verklaring van openbaar nut en 'omsloten grond'

In een arrest nr. 231.589 van 16 juni 2015 legt de Raad van State een zware tegenbewijslast op de schouders van verzoekende partijen die zich verzetten tegen een ministerieel besluit waarbij de oprichting van rioolwaterzuiveringsinfrastructuur van openbaar nut wordt verklaard

'Artikel 3, § 1, van het besluit van 20 maart 1991, luidt als volgt: 

“De aanvraag van de nv Aquafin hetzij om toepassing van de bepalingen van artikel 32octies, § 3, van bovenvermelde wet van 26 maart 1971, hetzij om verklaring van openbaar nut met het oog op de oprichting van rioolwaterzuiveringsinfrastructuur onder, op of boven private onbebouwde gronden die niet omsloten zijn met een muur of een omheining conform met de bouw- of stedenbouwverordeningen, wordt gericht aan de Gemeenschapsminister bevoegd voor het leefmilieu.” 

Het komt aan de verzoekers toe, wanneer zij de feitelijke juistheid van een gegeven betwisten waarop het bestreden besluit is gesteund, dit ook aan te tonen. 16. Het in artikel 10, eerste lid, van de Gaswet gebruikte begrip “omsloten” moet worden begrepen als aan alle kanten omringd.

Het in artikel 10, eerste lid, van de Gaswet gebruikte begrip “omsloten” moet worden begrepen als aan alle kanten omringd.

Het betoog van de verzoekers dat hun betrokken perceel aan de straatkant is afgesloten met een draad, een haag en een poort kan niet volstaan om te doen aannemen dat de verwerende partij is uitgegaan van een onjuist feitelijk gegeven. Ook de in de memorie van wederantwoord bijgebrachte gegevens en het bijgevoegde fotomateriaal leiden niet tot het besluit dat de verwerende partij zich op onjuiste gegevens gesteund zou hebben door aan te nemen dat het betrokken perceel niet omsloten is met een muur of een omheining zoals begrepen in het geciteerde artikel 3, §1, van het besluit van 20 maart 1991.

(...)

Artikel 10 van de Gaswet luidt als volgt: 

“Na onderzoek kan de Koning van openbaar nut verklaren het oprichten van een gasvervoerinstallatie onder, op of boven private gronden die niet bebouwd zijn en die niet omsloten zijn met een muur of met een omheining die overeenkomt met de bouw- of stedenbouwverordeningen. Deze verklaring van openbaar nut verleent aan de houder van een vervoervergunning, ten voordele van wie zij wordt gedaan, het recht gasvervoerinstallaties op te richten onder, op of boven deze private gronden, het toezicht op deze installaties te houden en de werken uit te voeren die nodig zijn voor de werking en het onderhoud ervan, onder de voorwaarden welke in die verklaring zijn genoemd. Met de uitvoering van de werken mag eerst een aanvang worden gemaakt twee maanden nadat de belanghebbende eigenaars en huurders op de hoogte zijn gebracht bij ter post aangetekend schrijven.”

Misschien verwacht de Raad van State een gerechtsdeurwaardersexploot dan wel een eigen vastelling bij wege van onderzoeksmaatregel.

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Lokale besturen, Verklaring van openbaar nut
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
26/06/2015

Verklaring van openbaar nut en 'bebouwde grond'

In een arrest nr. In een arrest nr. 231.589 van 16 juni 2015 is de Raad van State streng voor de verzoekers die zich verzetten tegen een ministerieel besluit waarbij de oprichting van rioolwaterzuiveringsinfrastructuur van openbaar nut wordt verklaard:

'Artikel 10 van de Gaswet luidt als volgt: 

“Na onderzoek kan de Koning van openbaar nut verklaren het oprichten van een gasvervoerinstallatie onder, op of boven private gronden die niet bebouwd zijn en die niet omsloten zijn met een muur of met een omheining die overeenkomt met de bouw- of stedenbouwverordeningen. Deze verklaring van openbaar nut verleent aan de houder van een vervoervergunning, ten voordele van wie zij wordt gedaan, het recht gasvervoerinstallaties op te richten onder, op of boven deze private gronden, het toezicht op deze installaties te houden en de werken uit te voeren die nodig zijn voor de werking en het onderhoud ervan, onder de voorwaarden welke in die verklaring zijn genoemd. Met de uitvoering van de werken mag eerst een aanvang worden gemaakt twee maanden nadat de belanghebbende eigenaars en huurders op de hoogte zijn gebracht bij ter post aangetekend schrijven.”

(...)

In een tweede onderdeel stellen de verzoekers dat de zone van openbaar nut bovendien bebouwd is, aangezien er zich een carport bevindt. De vermelding in het bestreden besluit dat deze onvergund is, brengt de verzoekers tot de “bedenkingen” dat het “te kort door de bocht” is om te stellen “dat de carport geheel onvergund is [...] in acht genomen de stedenbouwkundige vergunning van 27 januari 2004”, dat “de carport […] niet het voorwerp uit[maakt] van welkdanige herstelvordering” en “in het vergunningenregister […] niet bekend [is] als zijnde in overtreding”, en dat “artikel 10 van de wet van 12 april 1965 [niet] bepaalt […] dat het om vergunde bebouwing moet gaan”.

(...)


De verzoekers betwisten niet dat de inplanting van de carport niet conform de stedenbouwkundige vergunning van 27 januari 2004 is en zij stellen evenmin dat deze vergunbaar zou zijn. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat de inplanting van de carport niet conform de voormelde stedenbouwkundige vergunning is en dat bovendien de 5 meter brede erfdienstbaarheidsstrook (ruimingstrook) ten opzichte van de Disgracht, zijnde een bouwvrije strook, niet werd gerespecteerd. De verzoekers kunnen zich niet met goed gevolg op deze onvergunde carport beroepen om het bebouwde karakter van hun perceel te staven en op grond hiervan de schending van artikel 10 van de Gaswet in te roepen'.

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Lokale besturen, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw, Verklaring van openbaar nut
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
31/07/2007

Een verklaring van openbaar nut is niet de laatste horde

Het echtpaar Pype-Werbrouck, landbouwers in Torhout, verzetten zich tegen de verklaring van openbaar nut voor de oprichting van rioolwaterzuiveringsinfrastructuur door Aquafin.

De heer en mevrouw Pype vorderen de schorsing van deze verklaring en voeren een vierledig moeilijk te herstellen ernstig nadeel (MTHEN) in dat zij zouden ondervinden mocht de verklaring van openbaar nut niet geschorst worden door de Raad van State:
- Schade aan de teelaarde en de grond;
- Blijvende schade aan de drainagesystemen op de akkers;
- Schade door de aanwezigheid van de inspectieputten, waardoor het uitermate hinderlijk wordt om met landbouwvoertuigen het land te bewerken;
- Een moreel nadeel: verzoekers zijn respectievelijk vijfenzestig en zestig jaar oud; hun levenswerk zou door de aanleg van de infrastructuur ondermijnd worden.

De Raad van State ontwaart echter geen MTHEN (R.v.St., Pype, nr. 173.485, 12 juli 2007):

Overwegende dat met de verwerende partij en de tussenkomende partij wordt aangenomen dat het bestreden besluit enkel een verklaring van openbaar nut inhoudt die betrekking heeft op de oprichting van een rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de stad Torhout, de gemeente Hooglede en de gemeente Lichtervelde en dat voornoemd besluit “geenszins de nodige stedenbouwkundige vergunning (inhoudt) voor de oprichting van de betrokken rioolwaterzuiveringsinstallatie”; dat de tussenkomende partij daaraan op goede gronden toevoegt dat de nadelen die de verzoekers aanvoeren uitsluitend voortvloeien uit de bouw en de exploitatie van de op te richten rioolwaterzuiveringsinfrastructuur en dat zij bijgevolg hun oorzaak niet vinden in het bestreden besluit maar in beslissingen die later eventueel kunnen of zullen worden genomen;
Overwegende tenslotte dat de nadelen die de verzoekers inroepen op dit ogenblik een hypothetisch karakter vertonen;

Gepost door Tim Vermeir

Tags MTHEN, Nutsvoorzieningen, Raad van State, Verklaring van openbaar nut
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags