17/10/2018

Verliest de verzoekende partij die zich beriep op voorschriften van een verkaveling (of een BPA) van meer dan 15 jaar oud, na de Codextrein het belang bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen?

De Raad voor Vergunningsbetwistingen moest in het arrest RvVb/A/1819/0128 van 2 oktober 2018 zich over deze vraag buigen naar aanleiding van een belangenexceptie. Tussenkomende partij wierp op dat door de nieuwe 'Codextrein' verkavelingsvoorschriften van verkavelingen ouder dan 15 jaar geschrapt worden als weigeringsgrond, voor het aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning. Waar alle middelen betrekking hadden op de miskenning van een verkavelingsvoorschrift kon, zo werd geargumenteerd, een vernietiging aan verzoekende partij geen nut bieden op het ogenblik dat de deputatie moet herbeslissen na een gebeurlijk vernietigingsarrest.

Artikel 4.3.1, § 1 VCRO bepaalt na de inwerkingtreding op 30 december 2017 van de Codextrein (decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving, BS) dat een vergunning wordt geweigerd als het aangevraagde onverenigbaar is met c) verkavelingsvoorschriften anders dan inzake wegenis en openbaar groen voor zover de verkaveling niet ouder is dan vijftien jaar op het ogenblik van de indiening van de vergunningsaanvraag, en voor zover van die verkavelingsvoorschriften niet op geldige wijze is afgeweken.

De Raad van State verwierp deze exceptie:

‘De door de tussenkomende partij bedoelde nieuwe regelgeving was immers niet van toepassing op het ogenblik dat de bestreden beslissing werd genomen, zodat de wettigheid van de bestreden beslissing niet op grond van deze regelgeving dient beoordeeld te worden en er evenmin kan geanticipeerd worden op een navolgende herstelbeslissing bij een gebeurlijke vernietiging, met toepassing van nieuwe regelgeving, om het belang van verzoekende partijen te beoordelen.’

Gepost door Dirk Van Heuven

Tags Dirk Van Heuven, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw, VCRO, Verkavelingsvergunning
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
09/10/2018

Habitattoets ook bij 'natuurparkings' vereist!

De Raad van State vernietigt met zijn arrest nr. 242.577 van 9 oktober 2018 het besluit van 25 juli 2016 van de provincieraad van de provincie West-Vlaanderen tot definitieve vaststelling van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Kemmelberg’. De Raad van State stelt in dit arrest vast dat het plan in de ontwikkeling van een parkeerzone van maximaal 2750m² verharde oppervlakte voor 60 voertuigen voorziet, in een gebied dat met het besluit van de Vlaamse regering van 23 april 2014 als een speciale beschermingszone “BE2500003 West-Vlaams Heuvelland” is afgebakend. De Raad is van oordeel dat de dienst Milieueffectrapportage van de Vlaamse overheid en de provincie er niet mochten van uitgaan dat er geen risico op een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van deze zone is:

'5.3. Een ruimtelijk uitvoeringsplan is, zoals elke bestuurshandeling, onderworpen aan de materiëlemotiveringsverplichting, hetgeen inhoudt dat het moet worden gedragen door rechtens verantwoorde motieven die blijken, hetzij uit het ruimtelijk uitvoeringsplan zelf, hetzij uit de stukken van het dossier.

5.4. Het zorgvuldigheidsbeginsel houdt onder meer in dat de overheid haar besluiten op een zorgvuldige wijze moet voorbereiden door de relevante gegevens en de op het spel staande belangen te inventariseren en deze gegevens en belangen tegen elkaar af te wegen in het licht van het doel van het besluit.

(...)

5.7. Verzoeker betoogt, zoals ook aangevoerd in zijn bezwaarschrift,  dat de aanleg van een parking voor 60 voertuigen de toekomstige invulling van het habitatrichtlijngebied hypothekeert.

5.8. Terecht stelt verzoeker dat het argument van de Procoro dat zich op de kwestieuze locatie momenteel geen habitat zou bevinden, zijn voormelde kritiek niet weerlegt, nu de instandhoudingsdoelstellingen een “stijging” van de natuurwaarden beogen. Het argument van de Procoro dat volgens het advies van de afdeling Natuur en Bos geen onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur “in het VEN” zal worden veroorzaakt, toont voorts evenmin aan dat de aanleg van de kwestieuze parking de toekomstige invulling van het “habitatrichtlijngebied” niet vermag te hypothekeren.

Dat de aanleg van de kwestieuze parking in habitatgebied toelaat om elders bestaande parkings te “supprimeren” en het vervangen van die parkings door één grote groene parking ten voordele komt van het gehele habitatrichtlijngebied, komt de Raad van State dan weer voor als een “compenserende maatregel” in de zin van artikel 6, vierde lid, van de habitatrichtlijn, waarvoor de bij deze bepaling gestelde voorwaarden niet blijken
te zijn vervuld.

5.9. De door de verwerende partij aangevoerde omstandigheid dat de instandhoudingsdoelstellingen gerealiseerd zullen worden “in het natuurgebied” van het PRUP, dat zij het initiatief zal nemen om dit zoveel als mogelijk op haar gronden te realiseren, en dat in de “creatie van ca. 170 ha extra natuurgebied” wordt voorzien, overtuigen er voorts evenmin van dat de toekomstige invulling van het habitatrichtlijngebied door de kwestieuze parkeerlocatie niet kan gehypothekeerd worden.

5.10. Gelet op het voormelde, vermocht de dienst Mer, daarin bijgetreden door de plannende overheid, er niet met goed gevolg van uitgaan dat er geen risico op een betekenisvolle aantasting van de actuele “en potentieel te realiseren” habitats bestaat en dat “een passende beoordeling [dus] niet nodig is”.'

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags MER, Meindert Gees, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
02/10/2018

Wijzigingsbesluit RO definitief goedgekeurd

Vrijdag 28 september 2018 keurde de Vlaamse Regering het verzamelbesluit ruimtelijke ordening definitief goed (het besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten inzake ruimtelijke ordening, ruimtelijke veiligheidsrapportage en milieueffectrapportage). 

Dit besluit wijzigt onder meer de vrijgestelde handelingen, de handelingen die als handeling van algemeen belang beschouwd worden, de vergunningsplichtige functiewijzigingen en de handelingen waarvoor de medewerking van een architect vereist is. 

Daarnaast voert dit besluit ook nog enkele technische aanpassingen en correcties door.

Klik hier voor meer info, het wijzigingsbesluit en het bijhorende verslag vindt u op de website van de Vlaamse Regering. 

Deze wijzigingen treden in werking 10 dagen na de publicatie van het wijzigingsbesluit in het Belgisch Staatsblad

Gepost door Merlijn De Rechter

Blog Vlaams Omgevingsrecht
Tags Merlijn De Rechter, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
19/09/2018

Mogelijkheid tot oprichting Intergemeentelijke GECORO

Een wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering inzake de vaststelling van nadere regels voor de samenstelling, de organisatie en de werkwijze van de provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening, voor wat betreft de intergemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (hierna igecoro), werd definitief goedgekeurd op 7 september 2018. Hiermee wordt de bepaling van de codextrein inzake de mogelijkheid van een igecoro operationeel gemaakt (art.1.3.3 VCRO). Dit besluit bevat de nodige technische en terminologische aanpassingen van het bestaande besluit van 9 mei 2000.

De organisatie van een gecoro in intergemeentelijk samenwerkingsverband biedt ook voor kleine gemeenten de mogelijkheid om over een ruimer grondgebied de nodige deskundigheid te vinden om tot een evenwichtige samenstelling te komen. 

Tegelijkertijd wordt de mogelijkheid om een vrijstelling van gecoro aan te vragen voor gemeenten met minder dan 10.000 inwoners opgeheven.

De mogelijkheid tot oprichting van een intergemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening treedt in werking op 1 januari 2019. Het ontwerp van besluit zal bijgevolg op hetzelfde moment in werking treden. 

De decretale bepaling vindt u in artikel 1.3.3 van de VCRO (opgelet: §11 wordt opgeheven vanaf 1/1/2019) en het besluit is terug te vinden via volgende link. Meer info vindt u hier.

Gepost door Merlijn De Rechter

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Lokale besturen, Merlijn De Rechter, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
29/08/2018

Nieuwe regelgeving in de maak voor de ontwikkeling van woonreservegebieden

De Vlaamse regering werkt aan nieuwe regelgeving over de woonreservegebieden. Dit zijn gebieden die meestal als 'woonuitbreidingsgebied' op het gewestplan staan aangeduid. Heel wat van deze gebieden zijn door de jaren heen (deels) ontwikkeld, maar er zijn ook nog heel veel gronden onbebouwd, vaak op slecht gelegen plekken

In het licht van de juridische en planmatige overwegingen wordt voorgesteld volgende wijzigingen aan te brengen in het decretale regime voor woonuitbreidingsgebieden (en bij uitbreiding alle woonreservegebieden):

- Het zonevreemd karakter van bestaande woningen in “niet-geordend” woonuitbreidingsgebied komt te vervallen, en via verkaveling of groepswoningbouw geordende delen van woonuitbreidingsgebieden krijgen het statuut van woongebied, om gewenste evoluties (functievermenging, ruimtelijk rendement) mogelijk te maken.

- Er wordt een specifieke decretale regeling opgenomen voor de zogenaamde restpercelen.

- Als een gemeente in haar nieuw gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan na afweging tot de conclusie komt dat een ontwikkeling voor wonen gewenst is (en er is vanuit provinciaal of gewestelijk niveau geen voorbehoud gemaakt bij die optie uit het gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan), dan is rechtstreekse aansnijding van (de betrokken delen van) het woonuitbreidingsgebied in het vergunningenbeleid mogelijk conform de voorschriften van het Inrichtingsbesluit van 1972 voor wonen.

- Op de regeling in het vorige punt na, is rechtstreekse aansnijding via groepswoningbouw of globale verkaveling niet langer mogelijk. Er is steeds een goedkeuring op Vlaams niveau nodig van een gemeentelijk voorstel tot woonontwikkeling. Het gemeentelijk voorstel moet conform zijn met de gemeentelijke ruimtelijke beleidsopties en een woonbehoefteninschatting, en de Vlaamse Regering beoordeelt het voorstel rekening houdend met de principes van het BRV. 

- De gemeenteraad spreekt zich op eigen initiatief of op verzoek van een particulier uit over de ontwikkelingsmogelijkheden van een nog onbebouwd woonuitbreidingsgebied op haar grondgebied. Ze kiest voor woonontwikkeling, behoud van open ruimte of een bedrijfs-, recreatie- of openbare nutsbestemming. Er is een voorafgaand advies van de Gecoro.

- De deputatie geeft advies.

- Een voorstel tot woonontwikkeling vindt alleen doorgang als de Vlaamse Regering het goedkeurt (cf. supra). Bij afkeuring moet de Vlaamse Regering binnen de twee jaar een RUP voorlopig en binnen de vier jaar definitief vaststellen met een open ruimtebestemming. Stelt de gemeente het behoud van open ruimte voor, dan wordt het gebied eveneens meegenomen in een gewestelijk planinitiatief voor open ruimte.
De andere voorstellen (bedrijfsbestemming, openbaar nut, recreatie) moeten ook de goedkeuring krijgen van de Vlaamse Regering maar leiden tot gemeentelijk planinitiatief. 

- Elke ontwikkeling in (voormalig) woonuitbreidingsgebied, met uitzondering van de bebouwing van restpercelen, moet beantwoorden aan door de Vlaamse regering nader te specificeren criteria i.v.m. dichtheid, groenvoorzieningen e.d. (“state of the art”- ontwikkeling cf. de BRV-principes) 

- Het toepassingsgebied van de decretale regeling wordt uitgebreid naar de reservegebieden voor woonwijken, woonreservegebieden en woonaansnijdingsgebieden.

Het voorontwerp van de decreetswijziging vindt u hier. De Raad van State moet nu advies verlenen.

Gepost door Merlijn De Rechter

Blog Vlaams Omgevingsrecht
Tags Lokale besturen, Merlijn De Rechter, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags