25/10/2010

Dirk Van Heuven spreekt op studiedag "Contracteren met de overheid" (M&D Seminars, St. Niklaas 30 november 2010)

Als eerste spreker verzorgt Dirk onder de titel "10 basisregels bij overheidscontracteren" de inleiding:

- De overheid is een bijzondere contractant
- De overheid dient het algemeen belang
- De overheid kan niet buiten de eigen bevoegdheden treden
- De overheid kan in principe vrij kiezen tussen de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke weg
- De mededinging als regel bij het kiezen van een medecontractant.
- De overheid is gehouden tot transparantie en objectiviteit
- De overheid is onderworpen aan de motiveringsplicht
- De overheid moet de openbaarheidsreglementering respecteren
- De domeinleer en de precariteitsregel als beperking op de contractvrijheid van de overheid
- De ‘acte détachable’ versus het eigenlijke contract

Anderen hebben het over (a) de rechtsbescherming bij overheidscontracteren; (b) de administratieve en de burgerrechtelijke benadering DBFM-contracten: een juridische analyse; (c) de prijs bij een contract met de overheid en (d) dading en alternatieve vormen van geschillenbeslechting in het overheidsopdrachtenrecht.

 Interesse? Kijk eens naar deze link.
26/07/2010

ISO-certificatie door de Raad van State aanvaard als selectiecriterium in overheidsopdrachten

In het arrest nummer 206.645 van 15 juli 2010 weerlegt de Raad van State de kritiek van verzoekende partij als zou een ISO-9002 niet onder het begrip “beroepskwalificaties” kan vallen, zoals opgenomen in artikel 19.1° van het Koninklijk Besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken:

“Deze zienswijze wordt niet bijgevallen. Artikel 19, eerste lid, 1°, maakt immers gewag van beroepskwalificaties van zowel “de aannemer” als “het ondernemingskader” als van “de verantwoordelijke(n) voor de leiding van de werken”. Er wordt niet ingezien om welke reden de beroepskwalificatie enkel van natuurlijke personen zou mogen worden gevraagd op grond van de betrokken bepaling.

In zoverre de verzoekende partij voorts de schending inroept van de omzendbrief van 10 februari 1998 van de eerste minister – “Overheidsopdrachten – Kwalificatieve selectie van aannemers, leveranciers en dienstverleners”, wordt vastgesteld dat verzoekende partij niet betoogt en evenmin blijkt dat deze omzendbrief het bindend karakter zou vertonen waardoor hij dienstig als vernietigingsgrond kan worden aangevoerd.

Wat de stelling van de verzoekende partij betreft dat een ISO-attest “nooit een garantie [kan] bieden dat een aannemer dermate geschoold is dat hij een technische bekwaamheid kan garanderen” en aan elke organisatie, ongeacht voor welke activiteit of product, kan worden toegekend, kan de argumentatie van de verwerende partij worden bijgevallen waar deze stelt dat “een ISO-certificaat […] een kwalitatief eindproduct garandeert door middel van het opleggen van eisen aan de volledige organisatie, van het volledige ondernemingskader tot en met de verantwoordelijke voor de leiding van de werken” en een kwalitatief eindproduct technische bekwaamheid van de aannemer en diens personeel impliceert".
11/07/2010

Bent u leidend ambtenaar of verantwoordelijke voor een aankoopdienst ?

Op 21 juni 2010 werd in Belgisch Staatsblad de “Omzendbrief : overheidsopdrachten – deontologie – belangenvermenging – verklaringen op erewoord” gepubliceerd.

Deze omzendbrief voorziet in nieuwe verplichtingen voor alle ambtenaren belast met taken in het kader van de gunning  van, of het toezicht op de uitvoering van overheidsopdrachten. In het bijzonder wordt gedacht aan de verantwoordelijke van een aankoopdienst van een beleidscel of een secretariaat van een minister, de verantwoordelijke van een aankoopdienst van een FOD, een ministerieel kabinet of een ministerie die desgevallend - via delegatie - beslissingsbevoegdheid heeft, de auteur van het bestek, het uitvoerend personeel van een aankoopdienst dat toegang heeft tot de inhoud van aanvragen tot deelneming en de offertes, het personeelslid dat deelneemt aan een evaluatiecommissie of een jury, de toezichthouder op de werf, het personeelslid dat schuldvorderingen of facturen beheert, het personeelslid dat tegelijkertijd via een arbeidscontract of een aannemingsovereenkomst is verbonden aan de kandidaat of inschrijver,...
Deze ambtenaren zijn verplicht een schriftelijke verklaring af te leggen waarin zij bevestigen kennis te hebben genomen van artikel 10 van de wet van 24 december 1993 inzake het verbod om tussen te komen bij de gunning van en het toezicht op de uitvoering van een overheidsopdracht in geval van belangenvermenging.
Naast deze algemene verklaring dient voor elke specifieke overheidsopdracht waarvoor zij menen zich in een mogelijke toestand van belangenvermenging te bevinden, een bijkomende kennisgeving te gebeuren.

Deze verklaringen worden opgemaakt conform het model van de Omzendbrief. Zij worden geviseerd door de hiërarchische meerdere en bewaard in het persoonlijk dossier in geval van een statutair personeelslid. Indien het om een contractueel personeelslid gaat, wordt één exemplaar bij de overheid bewaard, en één exemplaar aan het personeelslid overhandigd.

De voormelde verklaringen zijn evenwel niet vereist indien louter uitvoerende taken worden verricht die geen beoordelingsbevoegdheid, noch kennisname van vertrouwelijke gegevens impliceren, en die dus weinig gevaar op belangenvermenging inhouden.

Deze bijkomende verplichtingen doen geen afbreuk aan de reeds in artikel 10 voorziene wrakingsplicht in geval van bloed- of aanverwantschap enerzijds en eigendom, mede-eigendom, het optreden als werkend vennoot of de directie- of beheersbevoegdheid van een van de kandidaten of inschrijvers anderzijds, noch aan de bestaande informatieverplichting in geval van een aandeelhoudersschap van minstens 5 % van het maatschappelijk kapitaal van een kandidaat of inschrijver.

Deze omzendbrief treedt in werking de dag waarop hij in het Belgisch Staatsblad werd bekendgemaakt.

Voor meer informatie : Sofie Logie (slogie@publius.be)

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Overheidscontracten
Tags Dirk Van Heuven, Overheidscontracten, Overheidsopdrachten overheidscontracten & PPS, Sofie Logie
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
21/03/2010

Nieuwe omzendbrief vervreemding onroerende goederen door lokale besturen

Op 17 maart 2010 verscheen in het Belgisch Staatsblad de belangrijke omzendbrief BB 2010/02 van minister Bourgeois "Vervreemding van onroerende goederen door de provincies, gemeenten, O.C.M.W.'s en besturen van de erkende erediensten. - Procedure"

De omzendbrief is gericht aan:
-de provincieraden
-de deputaties
-de gemeenteraden
-de colleges van burgemeester en schepenen
-de O.C.M.W.-raden
-de besturen van de erkende erediensten

De omzendbrief wijst de provincies en de lokale besturen (gemeenten, O.C.M.W.'s en kerkbesturen) op de procedure die ze moeten volgen als ze een gedeelte van hun onroerend patrimonium willen vervreemden (verkopen, ruilen enzovoort) en maakt duidelijk welke stukken ze moeten opnemen in het dossier dat ze aan de toezichthoudende overheid voorleggen.

Principe
Allereerst wijst de minister erop dat bij elke onroerende vervreemding de openbare verkoop de algemene regel moet zijn en de onderhandse verkoop een uitzondering moet blijven. De hele bevolking moet immers de gelegenheid krijgen om een bod te doen. Daarnaast is de openbare verkoop ook de beste garantie voor het verkrijgen van een goede prijs en is dat de werkwijze die het best het algemeen belang dient, temeer omdat de individuele begunstiging bij een dergelijke procedure weinig kansen krijgt.
Alleen als het bestuur voldoende kan aantonen, door middel van een bijzondere motivering, dat de onderhandse procedure gerechtvaardigd is om redenen van algemeen belang, zal de onderhandse verkoop aanvaard worden.

Voldoende publiciteit
Het vervreemdend bestuur is ertoe gehouden om de bevolking in te lichten over de voorgenomen transactie. Om dat doel te bereiken, moet het voldoende en gepaste publiciteit voeren. Publiciteit maken heeft immers tot doel zo veel mogelijk kandidaat-kopers aan te trekken. Om dat te bereiken, zal het bestuur dan ook voldoende publiciteit moeten voeren in de eigen gemeente en in de omliggende gemeenten, zeker als het goed in een andere gemeente gelegen is.

Schattingsverslag
Ingeval het bestuurlijk toezicht wordt uitgeoefend op de besluiten met betrekking tot de vervreemding van onroerende goederen, leggen de besturen aan de toezichthoudende overheid alle documenten voor die haar in staat te stellen haar taak op een gedegen wijze uit te voeren. Zo leggen de besturen een metingsplan voor, uittreksels uit de kadastrale leggers en plans, in voorkomend geval het ontwerp van akte, het bewijs dat de nodige publiciteit werd gevoerd en in elk geval een recent schattingsverslag.
Een schattingsverslag is recent als het niet ouder is dan twee jaar. Het schattingsverslag kan, zoals momenteel gebruikelijk is, opgemaakt zijn door de ontvanger van de registratie of het aankoopcomité.

Om de achterstand die tegenwoordig wordt vastgesteld bij de opmaak van schattingsverslagen op te vangen krijgen de besturen nu ook de toestemming om een schattingsverslag te laten opmaken door een landmeter-expert die erkend is door de Federale Raad van Landmeters-experts. Het bestuur wijst die erkende landmeter-expert aan als schatter met toepassing van de wetgeving betreffende de overheidsopdrachten (dienstenopdracht).Lees verder op onze blog Lokale Besturen.
10/02/2010

Respect van contractuele engagementen door gemeente primeert op algemeen belang

Het Hof van Cassatie heeft zich moeten uitspreken over een arrest waarbij het hof van beroep te Gent een stad verplichtte tot respect van een contractuele taak die zij had aangegaan inzake de verkeersbereikbaarheid van een bedrijf (onder de vorm van een contractuele erfdienstbaarheid). Daardoor moest het verkeerscirculatieplan gewijzigd worden.

In het belangwekkend arrest van 29 oktober 2009 bevestigt het Hof van Cassatie dat de rechter vermag het respect van een contractuele erfdienstbaarheid in natura aan een overheid op te leggen. Het heet dat de rechterlijke macht bevoegd is om een door het lokale bestuur bij de uitoefening van zijn discretionaire begaan om een rechtmatige aantasting van een subjectief (contractueel) recht zowel te voorkomen als te vergoeden. Zij vermag daarbij aan het bestuur zijn beleidsvrijheid niet te ontnemen en zich al evenmin in de plaats te stellen van het bestuur. De rechter mengt zich, aldus het Hof van Cassatie, niet in de uitoefening van de bij wet aan de overheid voorbehouden machten, wanneer hij, om de benadeelde partij in haar rechten te hersellen, aan de overheid een maatregel oplegt om een einde te maken aan de schadelijke aantasting van de rechten van de benadeelde partij.

Referentie: Hof van Cassatie, 29 oktober 2009, nr. C.08.0390N (PUB 500691)

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Lokale besturen, Overheidscontracten
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags