04/11/2014

RvVb: 'niet de kwantiteit, maar de kwaliteit van het MTHEN is van belang'

De Raad voor Vergunningsbetwistingen verwierp in een arrest nr. S/2014/0113 van 26 augustus 2014 het moeilijk te herstellen ernstig nadeel als volgt:

'2. De verzoekende partij geeft bij de uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat zij met de voorliggende vordering tot schorsing wenst te voorkomen een omstandige opsomming van de nadelen die zij naar haar oordeel ingevolge de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing zal lijden en waarop zij reeds in het kader van het openbaar onderzoek de aandacht heeft gevestigd. Meer specifiek wijst de verzoekende partij op: (i) schending van de privacy, (ii) geluidshinder, (iii) schending van de nachtrust, (iv) hinder en overlast door fijn stof, (v) lichtvervuiling, (vi) mobiliteitsproblemen en (vii) risico‟s voor de gezondheid. De verzoekende partij is in dit verband tevens de mening toegedaan dat de bestreden beslissing onvoldoende tegemoet is gekomen aan deze nadelen.

3. De Raad is evenwel van oordeel dat de verzoekende partij, veeleer dan een opsomming geven van de nadelen die de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing naar alle waarschijnlijkheid kan veroorzaken, voor alles de ernst van de ingeroepen nadelen voldoende concreet en precies dient aan te tonen. Niet de kwantiteit maar wel de kwaliteit, dit wil zeggen de mate waarin ze ernstig en moeilijk te herstellen zijn, van ingeroepen nadelen maken of zij de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing in voorkomend geval kunnen verantwoorden

De bewijslast met betrekking tot het daadwerkelijk bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel rust echter in de eerste plaats op de verzoekende partij. Het komt de Raad geenszins toe om het administratief dossier en de door de partijen neergelegde stukkenbundels ambtshalve te onderzoeken in de veronderstelling uit vermelde stukken één of ander nadeel te kunnen puren of bevestigd te zien op grond waarvan de bestreden beslissing desgevallend zou kunnen geschorst worden. 

Aan het verzoekschrift wordt slechts één foto toegevoegd van het perceel waarop de tijdelijke parking wordt voorzien maar de Raad kan hieruit niet afleiden dat de aantasting van het woon- en leefklimaat van de verzoekende partij inderdaad dermate ernstig zal zijn dat de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing zich opdringt. 

Dit alles nog los van de vaststelling dat de verzoekende partij niet aantoont dat de parking daadwerkelijk zeer frequent gebruikt zal worden, stelt zich bijkomend de vraag of de ingeroepen nadelen een rechtstreeks gevolg zijn van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing dan wel veeleer zijn te wijten aan het mogelijk asociaal gedrag van de potentiële gebruikers. Het instellen van een vordering tot schorsing bij de Raad kan echter niet aangewend worden als alternatief voor meer geëigende maatregelen, met inbegrip van politioneel optreden, om te verhelpen aan eventuele overlast die zou kunnen voortvloeien uit de onoordeelkundige exploitatie van de parking, inclusief eventueel hinderlijk of asociaal gedrag van de gebruikers.

De Raad wenst bijkomend op te merken dat de verzoekende partij bovendien zonder meer lijkt aan te nemen dat de ingeroepen nadelen naderhand niet vallen te compenseren en derhalve tevens moeilijk te herstellen zijn. De verzoekende partij maakt aldus abstractie van het tijdelijk karakter van de parking. Een gegeven dat nochtans essentieel is bij het beantwoorden van de vraag of de ingeroepen nadelen ook moeilijk te herstellen zijn.

4. In zoverre de verzoekende partij in haar uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel aanvoert dat de bestreden beslissing onvoldoende tegemoet is gekomen aan haar bezwaren, zoals geformuleerd tijdens het openbaar onderzoek, is de Raad van oordeel dat de verzoekende partij hiermee minstens onrechtstreeks de wettigheid van de bestreden beslissing viseert. De gebeurlijke onregelmatigheid van de bestreden beslissing betreft evenwel een discussie over de grond van de zaak en levert de verzoekende partij op zich geen nadeel op dat de voor de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing vereiste ernst vertoont. 

Er is dan ook niet voldaan aan de in artikel 4.8.18, §2, eerste lid VCRO gestelde voorwaarde dat een bestreden vergunningsbeslissing slechts geschorst kan worden ter voorkoming van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen'. 

Het arrest is ook belangwekkend omdat:

- er wordt in aangegeven dat het MTHEN bij een tijdelijke vergunning anders moet beoordeeld worden dan bij een definitieve vergunning
- De hinder die veroorzaakt werd door derden (bezoekers) volgens de Raad voor Vergunningsbetwistingen anders kan worden bestreden (in het bijzonder door politionele maatregelen) dan door een schorsingsberoep bij de Raad

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Vlaams Omgevingsrecht
Tags Dirk Van Heuven, MTHEN, Raad voor Vergunningsbetwistingen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
31/07/2007

Een verklaring van openbaar nut is niet de laatste horde

Het echtpaar Pype-Werbrouck, landbouwers in Torhout, verzetten zich tegen de verklaring van openbaar nut voor de oprichting van rioolwaterzuiveringsinfrastructuur door Aquafin.

De heer en mevrouw Pype vorderen de schorsing van deze verklaring en voeren een vierledig moeilijk te herstellen ernstig nadeel (MTHEN) in dat zij zouden ondervinden mocht de verklaring van openbaar nut niet geschorst worden door de Raad van State:
- Schade aan de teelaarde en de grond;
- Blijvende schade aan de drainagesystemen op de akkers;
- Schade door de aanwezigheid van de inspectieputten, waardoor het uitermate hinderlijk wordt om met landbouwvoertuigen het land te bewerken;
- Een moreel nadeel: verzoekers zijn respectievelijk vijfenzestig en zestig jaar oud; hun levenswerk zou door de aanleg van de infrastructuur ondermijnd worden.

De Raad van State ontwaart echter geen MTHEN (R.v.St., Pype, nr. 173.485, 12 juli 2007):

Overwegende dat met de verwerende partij en de tussenkomende partij wordt aangenomen dat het bestreden besluit enkel een verklaring van openbaar nut inhoudt die betrekking heeft op de oprichting van een rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de stad Torhout, de gemeente Hooglede en de gemeente Lichtervelde en dat voornoemd besluit “geenszins de nodige stedenbouwkundige vergunning (inhoudt) voor de oprichting van de betrokken rioolwaterzuiveringsinstallatie”; dat de tussenkomende partij daaraan op goede gronden toevoegt dat de nadelen die de verzoekers aanvoeren uitsluitend voortvloeien uit de bouw en de exploitatie van de op te richten rioolwaterzuiveringsinfrastructuur en dat zij bijgevolg hun oorzaak niet vinden in het bestreden besluit maar in beslissingen die later eventueel kunnen of zullen worden genomen;
Overwegende tenslotte dat de nadelen die de verzoekers inroepen op dit ogenblik een hypothetisch karakter vertonen;

Gepost door Tim Vermeir

Tags MTHEN, Nutsvoorzieningen, Raad van State, Verklaring van openbaar nut
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
16/07/2007

GSM-mast en de horeca

Een uitbater van een Irish Pub verzet zich tegen de aflevering van een stedenbouwkundige vergunning voor een zendinstallatie voor mobiele telefonie, die in de plaats zou komen van een bestaande mast van de NMBS.

De Raad van State meent in zijn arrest van 22 juni 2007 (R.v.St., Van Rompaey, nr. 172.624, 22 juni 2007) dat het ingeroepen moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet overtuigd "omdat zij niet precies is, niet wordt geconcretiseerd en vaag blijft, zowel wat de aard van het nadeel betreft, als wat de afstand van de op te richten pyloon tot de horecazaak en de woonplaats van de verzoeker betreft":

"Overwegende dat de verzoeker niet verduidelijkt hoe en vanuit welke vertrekken in zijn woning hij zal worden geconfronteerd met de aanwezigheid van de op te richten mast; dat ook wat het uitzicht vanop het terras van zijn horecazaak (een “Irish Pub”) betreft, het betoog van de verzoeker niet overtuigt; dat uit de neergelegde foto’s, die dan nog in de winterperiode werden genomen, blijkt dat het zicht vanop het terras van de horecazaak in de richting van de zendmast benomen wordt door bomen en groen, zodat de bestaande mast van de NMBS amper zichtbaar is; dat verzoekers uiteenzetting geen concrete en precieze gegevens bevat betreffende het moeilijk te herstellen ernstig nadeel;"

Gepost door Tim Vermeir

Tags GSM-mast, MTHEN, Nutsvoorzieningen, Raad van State
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags