02/10/2018

Wijzigingsbesluit RO definitief goedgekeurd

Vrijdag 28 september 2018 keurde de Vlaamse Regering het verzamelbesluit ruimtelijke ordening definitief goed (het besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten inzake ruimtelijke ordening, ruimtelijke veiligheidsrapportage en milieueffectrapportage). 

Dit besluit wijzigt onder meer de vrijgestelde handelingen, de handelingen die als handeling van algemeen belang beschouwd worden, de vergunningsplichtige functiewijzigingen en de handelingen waarvoor de medewerking van een architect vereist is. 

Daarnaast voert dit besluit ook nog enkele technische aanpassingen en correcties door.

Klik hier voor meer info, het wijzigingsbesluit en het bijhorende verslag vindt u op de website van de Vlaamse Regering. 

Deze wijzigingen treden in werking 10 dagen na de publicatie van het wijzigingsbesluit in het Belgisch Staatsblad

Gepost door Merlijn De Rechter

Blog Vlaams Omgevingsrecht
Tags Merlijn De Rechter, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
28/09/2018

Vergunningshouder moet zelf de bewijzen van aanplakking kunnen leveren

Minister Schauvliege kreeg in het Vlaams Parlement volgende vraag voorgeschoteld:

"Welke overheid dient - in geval van provinciale en Vlaamse projecten of gemeentegrensoverschrijdende projecten - controle uit te oefenen op het uithangen van de bekendmakingsaffiche m.b.t. de beslissing over de vergunningsaanvraag? Is dit voldoende duidelijk?"

Die verantwoordelijkheid ligt evenwel bij de vergunningshouder zelf. Haar antwoord op de vraag is immers:

"Over de controle van de aanplakking regelt het Omgevingsvergunningenbesluit niets. Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om de affiche correct en tijdig aan te plakken. Hij moet de gemeente op de startdatum van de aanplakking melden dat de affiche werd aangeplakt en aangeplakt zal blijven tot de laatste dag van een periode van dertig dagen. Het besluit inzake de omgevingsvergunning bepaalt bijvoorbeeld in artikel 58: “In geval van betwistingen over de bekendmaking stelt de gemeente of de vergunningsaanvrager de nodige verklaringen of bewijsstukken ter beschikking van het bevoegde bestuur, nadat daarom verzocht is.” Dit artikel maakt duidelijk dat ook de vergunningsaanvrager een taak heeft bij het verzamelen van bewijzen van aanplakking."

Indien de vergunningshouder dus ontegensprekelijk het bewijs zal willen leveren, zal hij meestal niet anders kunnen dan een gerechtsdeurwaarder aan te stellen. 

Het verslag van de schriftelijke vraag vindt u hier.

Gepost door Merlijn De Rechter

Blog Vlaams Omgevingsrecht
Tags Lokale besturen, Merlijn De Rechter, Omgevingsvergunning, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
19/09/2018

Mogelijkheid tot oprichting Intergemeentelijke GECORO

Een wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering inzake de vaststelling van nadere regels voor de samenstelling, de organisatie en de werkwijze van de provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening, voor wat betreft de intergemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (hierna igecoro), werd definitief goedgekeurd op 7 september 2018. Hiermee wordt de bepaling van de codextrein inzake de mogelijkheid van een igecoro operationeel gemaakt (art.1.3.3 VCRO). Dit besluit bevat de nodige technische en terminologische aanpassingen van het bestaande besluit van 9 mei 2000.

De organisatie van een gecoro in intergemeentelijk samenwerkingsverband biedt ook voor kleine gemeenten de mogelijkheid om over een ruimer grondgebied de nodige deskundigheid te vinden om tot een evenwichtige samenstelling te komen. 

Tegelijkertijd wordt de mogelijkheid om een vrijstelling van gecoro aan te vragen voor gemeenten met minder dan 10.000 inwoners opgeheven.

De mogelijkheid tot oprichting van een intergemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening treedt in werking op 1 januari 2019. Het ontwerp van besluit zal bijgevolg op hetzelfde moment in werking treden. 

De decretale bepaling vindt u in artikel 1.3.3 van de VCRO (opgelet: §11 wordt opgeheven vanaf 1/1/2019) en het besluit is terug te vinden via volgende link. Meer info vindt u hier.

Gepost door Merlijn De Rechter

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Lokale besturen, Merlijn De Rechter, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
29/08/2018

Nieuwe regelgeving in de maak voor de ontwikkeling van woonreservegebieden

De Vlaamse regering werkt aan nieuwe regelgeving over de woonreservegebieden. Dit zijn gebieden die meestal als 'woonuitbreidingsgebied' op het gewestplan staan aangeduid. Heel wat van deze gebieden zijn door de jaren heen (deels) ontwikkeld, maar er zijn ook nog heel veel gronden onbebouwd, vaak op slecht gelegen plekken

In het licht van de juridische en planmatige overwegingen wordt voorgesteld volgende wijzigingen aan te brengen in het decretale regime voor woonuitbreidingsgebieden (en bij uitbreiding alle woonreservegebieden):

- Het zonevreemd karakter van bestaande woningen in “niet-geordend” woonuitbreidingsgebied komt te vervallen, en via verkaveling of groepswoningbouw geordende delen van woonuitbreidingsgebieden krijgen het statuut van woongebied, om gewenste evoluties (functievermenging, ruimtelijk rendement) mogelijk te maken.

- Er wordt een specifieke decretale regeling opgenomen voor de zogenaamde restpercelen.

- Als een gemeente in haar nieuw gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan na afweging tot de conclusie komt dat een ontwikkeling voor wonen gewenst is (en er is vanuit provinciaal of gewestelijk niveau geen voorbehoud gemaakt bij die optie uit het gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan), dan is rechtstreekse aansnijding van (de betrokken delen van) het woonuitbreidingsgebied in het vergunningenbeleid mogelijk conform de voorschriften van het Inrichtingsbesluit van 1972 voor wonen.

- Op de regeling in het vorige punt na, is rechtstreekse aansnijding via groepswoningbouw of globale verkaveling niet langer mogelijk. Er is steeds een goedkeuring op Vlaams niveau nodig van een gemeentelijk voorstel tot woonontwikkeling. Het gemeentelijk voorstel moet conform zijn met de gemeentelijke ruimtelijke beleidsopties en een woonbehoefteninschatting, en de Vlaamse Regering beoordeelt het voorstel rekening houdend met de principes van het BRV. 

- De gemeenteraad spreekt zich op eigen initiatief of op verzoek van een particulier uit over de ontwikkelingsmogelijkheden van een nog onbebouwd woonuitbreidingsgebied op haar grondgebied. Ze kiest voor woonontwikkeling, behoud van open ruimte of een bedrijfs-, recreatie- of openbare nutsbestemming. Er is een voorafgaand advies van de Gecoro.

- De deputatie geeft advies.

- Een voorstel tot woonontwikkeling vindt alleen doorgang als de Vlaamse Regering het goedkeurt (cf. supra). Bij afkeuring moet de Vlaamse Regering binnen de twee jaar een RUP voorlopig en binnen de vier jaar definitief vaststellen met een open ruimtebestemming. Stelt de gemeente het behoud van open ruimte voor, dan wordt het gebied eveneens meegenomen in een gewestelijk planinitiatief voor open ruimte.
De andere voorstellen (bedrijfsbestemming, openbaar nut, recreatie) moeten ook de goedkeuring krijgen van de Vlaamse Regering maar leiden tot gemeentelijk planinitiatief. 

- Elke ontwikkeling in (voormalig) woonuitbreidingsgebied, met uitzondering van de bebouwing van restpercelen, moet beantwoorden aan door de Vlaamse regering nader te specificeren criteria i.v.m. dichtheid, groenvoorzieningen e.d. (“state of the art”- ontwikkeling cf. de BRV-principes) 

- Het toepassingsgebied van de decretale regeling wordt uitgebreid naar de reservegebieden voor woonwijken, woonreservegebieden en woonaansnijdingsgebieden.

Het voorontwerp van de decreetswijziging vindt u hier. De Raad van State moet nu advies verlenen.

Gepost door Merlijn De Rechter

Blog Vlaams Omgevingsrecht
Tags Lokale besturen, Merlijn De Rechter, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
27/07/2018

Publieke inspraak Plan-MER watergevoelige openruimtegebieden (tot en met 30 augustus)

De codextrein heeft de Vlaamse Regering de bevoegdheid gegeven om bepaalde gebieden aan te duiden als watergevoelig openruimtegebied. Deze watergevoelige openruimtegebieden zijn gebieden die volgens de bestemmingsvoorschriften ontwikkelbaar zijn, maar waarvoor de ontwikkeling problematisch is in het licht van het integraal waterbeheer.

Binnen deze afgebakende gebieden zal het nagenoeg onmogelijk zijn om te bouwen.

Het plan heeft tot doel watergevoelige openruimtegebieden aan te duiden voor het behoud of de versterking van het open of groene karakter in functie van waterbeheersing in 114 gemeenten.

De eerste fase van de procedure - 'de plan-MER' - is nu aangevat, waarin de milieueffecten zullen onderzocht worden. De Vlaamse Regering heeft hiervoor een (voorlopig) dossier opgesteld. 

Tot en met 30 augustus loopt hiertegen nu een openbaar onderzoek. 

Het dossier is te raadplegen op de website van het departement omgeving. 

Gepost door Merlijn De Rechter

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Merlijn De Rechter, Milieurecht, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags