14/04/2016

Opnieuw wijzigingen aan Vlaamse Wooncode op til

Op 25 maart 2016 gaf de Vlaamse regering haar (tweede) principiële goedkeuring aan het voorontwerp van wijzigingsdecreet van (o.a.) de Vlaamse Wooncode en het Kaderbesluit Sociale Huur.

Het persbericht van de Vlaamse regering luidde ter zake als volgt:

'Op voorstel van viceminister-president Liesbeth Homans
De Vlaamse Wooncode kan worden beschouwd als de ‘grondwet’ voor het woonbeleid in Vlaanderen. Het centrale uitgangspunt is het recht op menswaardig wonen voor iedere burger. Het institutioneel landschap van het Vlaams Woonbeleid is sinds de inwerkingtreding van de Vlaamse Wooncode in grote mate gewijzigd. Ook werden diverse uitvoeringsbesluiten uitgevaardigd en werden juridisch-technische en beleidspolitieke wijzigingen aan de Vlaamse Wooncode aangebracht. Daarom hecht de Vlaamse Regering nu, na advies van de Vlaamse Woonraad, opnieuw haar principiële goedkeuring aan het voorontwerp van decreet dat diverse decreten wijzigt voor wat woonbeleid betreft. Het omvat verschillende aspecten van het woonbeleid waarbij zowel juridisch-technische aanpassingen worden aangebracht als inhoudelijke beleidskeuzen worden vertaald. De juridisch-technische aanpassingen strekken ertoe een soepelere toepassing van de betreffende decreten mogelijk te maken, zonder dat geraakt wordt aan de grote principes, uitgangspunten en doelstellingen. De inhoudelijke aanpassingenaan de betreffende decreten kaderen in de verdere optimalisering en actualisering van de reglementering voor wonen. Over dit voorontwerp van wijzigingsdecreet wordt het advies ingewonnen van de Raad van State.

Het voorontwerp van decreet voorziet onder meer in een aanpassing van artikel 17bis Vlaamse Wooncode dat de herhuisvesting van bewoners regelt. Meer in het bijzonder wordt verduidelijkt dat geherhuisvest moet worden 'omdat dit noodzakelijk is wegens ernstige risico's voor hun veiligheid en gezondheid'. Op vandaag laat het artikel in het ongewisse wanneer juist in het geval van een ongeschikt/onbewoonbare/overbewoonbare woning moet geherhuisvest wordt. Ook de mogelijkheid om bepaalde herhuisvestingskosten terug te vorderen van de verhuurder/persoon die woning ter beschikking stelt wordt uitgebreid. Op vandaag voorziet artikel 17bis Vlaamse Wooncode een regresrecht voor de kosten om de woning te ontruimen, kosten voor vervoer en opslag, installatiekosten nieuw te betrekken woning en in een tussenkomst in de kosten voor de nieuwe woning/verblijfskost. Het voorontwerp van decreet voorziet in een regres van onder meer deze kosten. Waar de burgemeester op vandaag dus 2 rechtsgronden dient aan te voeren om haar kosten terug te vorderen (artikel 17bis Vlaamse Wooncode en artikel 1382 BW), zal in de toekomst mogelijkerwijze 1 rechtsgrond (artikel 17bis Vlaamse Wooncode) volstaan...

Hier vindt u alvast de tekst van het voorontwerp van decreet terug.

Gepost door Leandra Decuyper

Blog Lokale Besturen
Tags Leandra Decuyper, Lokale besturen, Vlaamse Wooncode
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
22/05/2015

Onoverwinnelijke dwaling bij inbreuken Wooncode geen vanzelfsprekendheid

Zo blijkt uit een niet-gepubliceerd arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 20 mei 2015:

‘Noch hetgeen in de notariële aankoop- en leningsakte vermeld staat, noch de omschrijving van het pand door de verzekeraar zijn van aard de beklaagde erop te laten vertrouwen dat het pand voldeed aan de vereiste zoals gesteld door de Vlaamse Wooncode; Ook het gegeven dat huurders er geen klachten over maakten en zich geen burgerlijke partij stellen is niet van aard anders te moeten oordelen; Het is de eigen plicht voor elke eigenaar/verhuurder zelf te beoordelen of de bewuste woning(en) voldoen aan de wettelijke voorwaarden; Beklaagde kan daartoe niet voorhouden onoverwinnelijk te hebben gedwaald.’

Referentie: Antwerpen, 20 mei 2015, rolnummer 2015/CO/208 (PUB504696-1) .

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Lokale besturen, Vlaamse Wooncode
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
10/04/2014

Onbewoonverklaring van een eerder ongeschikt bevonden pand kan niet ontvankelijk worden aangevochten

De verzoeker die een beslissing van de burgemeester tot onbewoonbaarverklaring van zijn logementshuis aanvocht voor de Raad van State krijgt nul op rekwest:

'8. De vraag die de besproken exceptie doet rijzen is niet of de bestreden beslissingen al dan niet ertoe strekken de rechtsorde te wijzigen en al dan niet voor vernietiging vatbaar zijn, maar of verzoeker er in de concrete omstandigheden van de zaak al dan niet een voldoende belang bij heeft om ze vernietigd te zien worden. In dat verband moet worden vastgesteld dat ze hem als zodanig geen nieuw, bijkomend nadeel doen lijden en dat hun vernietiging hem feitelijk geen werkelijk voordeel zou bijbrengen.

9. Reeds vóór de bestreden beslissingen volgde uit de besluiten van 27 december 2011 van ongeschiktverklaring, en uit het daarmee verband houdende verval van het conformiteitsattest en de intrekking van de uitbatingsvergunning, dat het verzoeker verboden was de kamerwoning nog voort uit te baten en de kamers te verhuren of voor bewoning ter beschikking te stellen. In dit licht brengen de aangevochten onbewoonbaarverklaringen verzoeker geen supplementair nadeel bij. 

10. Zoals artikel 9 van de ongeschiktverklaringen van 27 december 2011 uitwijst, kunnen de ongeschiktverklaringen pas worden opgeheven nadat een conformiteitsattest wordt voorgelegd. Tot zolang kan verzoeker ook niet de uitbatingsvergunning verkrijgen die voor het uitbaten van een kamerwoning vereist is. Het conformiteitsattest is immers één van de bescheiden die overeenkomstig artikel 197 van de algemene politieverordening van de stad K. op straffe van onontvankelijkheid van de aanvraag tot uitbatingsvergunning, bij de aanvraag gevoegd moeten worden. Een vernietiging van de bestreden beslissingen zou daar niets aan veranderen. Voorts kan, gelet op artikel 9 van de bestreden onbewoonbaarverklaringen, na de voorlegging van het conformiteitsattest evengoed een einde worden gesteld aan die besluiten als aan de ongeschiktverklaringen. Weliswaar verklaart verzoeker dat hij met de vernietiging niet nastreeft om de exploitatie van de kamerwoning te hervatten zonder over de nodige toelatingen en vergunningen te beschikken, maar welk voordeel hij dan wel concreet verwacht ten gevolge van een eventuele vernietiging, blijft ten enen male onduidelijk.

11. Dat verzoeker, zoals hij in de laatste memorie betoogt, diverse verbeteringswerken heeft uitgevoerd in het onroerend goed met het oog op het verkrijgen van de noodzakelijke toelatingen en vergunningen, mag waar zijn, maar doet voor de beoordeling van zijn belang te dezen niet ter zake. Waar – gelet op stuk 16 van verzoeker – in de ongeschiktverklaringen van 27 november 2011 “een negatief brandweerverslag als gebrek vastgesteld werd”, was het voor verzoeker zaak om met het oog op het verkrijgen van een conformiteitsattest het nodige te doen voor een positief brandweerverslag. Het brandweerverslag van 22 maart 2012 over de controle van 20 maart 2012, dat aan de bestreden beslissingen ten grondslag ligt, was evenwel manifest ongunstig. Die conclusie wordt door verzoeker niet wezenlijk betwist. Integendeel laat hij expliciet verstaan dat de controle van 20 maart 2012 te vroeg kwam en dat hij dan nog “volop bezig was met het uitvoeren van werken”. 

12. De exceptie van gebrek aan belang komt bijgevolg gegrond voor'.

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Lokale besturen, Vlaamse Wooncode
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags