07/12/2018

Binnenkort ook digitale indiening van omgevingsvergunning voor kleinhandelsvestigingen

Op 7 december 2018 werd het Ministerieel besluit van 23 november 2018 tot uitvoering van artikel 153/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. 

In dit MB staat te lezen:

"De datum vanaf wanneer aanvragen die louter betrekking hebben op kleinhandelsactiviteiten of vegetatiewijzigingen digitaal ingediend kunnen worden en vervolgens digitaal behandeld worden, wordt bepaald op 15 januari 2019."

Het omgevingsloket zal dus vanaf 15 januari 2019 ook gebruikt kunnen worden voor omgevingsvergunning voor enkel kleinhandelsactiviteiten.

 

25/10/2018

Vlaamse Regering keurt het kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving principieel goed

De Vlaamse Regering heeft op 19 oktober 2018 opnieuw het voorontwerp van kaderdecreet over de bestuurlijke handhaving principeel goedgekeurd. 

Het kaderdecreet bouwt de bestuurlijke handhaving uit als veralgemeend en volwaardig alternatief voor de strafrechtelijke handhaving, met een evenwaardige focus op de rechtsbescherming van de burger, en, waar nodig, een functioneel onderscheid tussen toezicht, opsporing, vervolging en sanctionering.

Het vormt de eerste stap tot stroomlijning van het bestuurlijke handhavingsrecht op Vlaams niveau, en behandelt onder andere het bestuurlijk toezicht, het strafrechtelijk en het bestuurlijk opsporingsonderzoek, de onmiddellijke inning, consignatie en inhouding, de bestuurlijke vervolging, het bestuurlijk beslag, protocolakkoorden met het Openbaar Ministerie, het voorstel tot betaling van een geldsom en de sanctieprocedure. 

In een eerste fase beperkt het voorontwerp zich tot de regeling van het toezicht, de opsporing, de vervolging en de beboeting. 

Het ontwerp van decreet vindt u hier.Meer uitleg staat in de bijhorende nota

Het voorontwerp gaat nu voor advies naar de Raad van State.

Gepost door Merlijn De Rechter

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Handhaving stedenbouw, Lokale besturen, Merlijn De Rechter, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
19/09/2018

Mogelijkheid tot oprichting Intergemeentelijke GECORO

Een wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering inzake de vaststelling van nadere regels voor de samenstelling, de organisatie en de werkwijze van de provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening, voor wat betreft de intergemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (hierna igecoro), werd definitief goedgekeurd op 7 september 2018. Hiermee wordt de bepaling van de codextrein inzake de mogelijkheid van een igecoro operationeel gemaakt (art.1.3.3 VCRO). Dit besluit bevat de nodige technische en terminologische aanpassingen van het bestaande besluit van 9 mei 2000.

De organisatie van een gecoro in intergemeentelijk samenwerkingsverband biedt ook voor kleine gemeenten de mogelijkheid om over een ruimer grondgebied de nodige deskundigheid te vinden om tot een evenwichtige samenstelling te komen. 

Tegelijkertijd wordt de mogelijkheid om een vrijstelling van gecoro aan te vragen voor gemeenten met minder dan 10.000 inwoners opgeheven.

De mogelijkheid tot oprichting van een intergemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening treedt in werking op 1 januari 2019. Het ontwerp van besluit zal bijgevolg op hetzelfde moment in werking treden. 

De decretale bepaling vindt u in artikel 1.3.3 van de VCRO (opgelet: §11 wordt opgeheven vanaf 1/1/2019) en het besluit is terug te vinden via volgende link. Meer info vindt u hier.

Gepost door Merlijn De Rechter

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Lokale besturen, Merlijn De Rechter, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
27/07/2018

Publieke inspraak Plan-MER watergevoelige openruimtegebieden (tot en met 30 augustus)

De codextrein heeft de Vlaamse Regering de bevoegdheid gegeven om bepaalde gebieden aan te duiden als watergevoelig openruimtegebied. Deze watergevoelige openruimtegebieden zijn gebieden die volgens de bestemmingsvoorschriften ontwikkelbaar zijn, maar waarvoor de ontwikkeling problematisch is in het licht van het integraal waterbeheer.

Binnen deze afgebakende gebieden zal het nagenoeg onmogelijk zijn om te bouwen.

Het plan heeft tot doel watergevoelige openruimtegebieden aan te duiden voor het behoud of de versterking van het open of groene karakter in functie van waterbeheersing in 114 gemeenten.

De eerste fase van de procedure - 'de plan-MER' - is nu aangevat, waarin de milieueffecten zullen onderzocht worden. De Vlaamse Regering heeft hiervoor een (voorlopig) dossier opgesteld. 

Tot en met 30 augustus loopt hiertegen nu een openbaar onderzoek. 

Het dossier is te raadplegen op de website van het departement omgeving. 

Gepost door Merlijn De Rechter

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Merlijn De Rechter, Milieurecht, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
19/07/2018

Grondwettelijk Hof schorst nieuwe regeling in 'Codextrein' aangaande het mengen van delfstoffen met abraakmaterialen in ontginningsgebied!

De verzoekende partijen voor het Grondwettelijk Hof vorderden de schorsing en de vernietiging van de artikelen 68 en 69 van het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving. Ingevolge deze artikelen is het thans in ontginningsgebieden mogelijk om, naast de ontginning van primaire grondstoffen, de ontgonnen grondstoffen mechanisch te bewerken en te verrijken door menging met afbraakstoffen.

Het Grondwettelijk Hof willigt - hetgeen uitzonderlijk is - de schorsingsvordering in met arrest nr. 107/2018 van 19 juni 2018:

'B.10.1. Het in het middel uiteengezette verschil in behandeling berust op een objectief criterium, te weten de vaststelling of men al dan niet in de buurt van een bestemmingsgebied « ontginningsgebied » of « gebied voor de winning van oppervlaktedelfstoffen » woont. Enkel de burgers in de buurt van die gebieden hebben niet de mogelijkheid gehad hun recht op inspraak uit te oefenen, terwijl de mogelijkheid tot inspraak wel bestaat voor burgers die in de buurt van een ander bestemmingsgebied wonen en terwijl die mogelijkheid tot inspraak hun een waarborg biedt voor de vrijwaring van het recht op bescherming van een gezond leefmilieu (artikel 23, derde lid, 4°, van de Grondwet).

B.10.2. De decreetgever wenste met de bestreden artikelen 68 en 69 van het decreet van 8 december 2017 de duurzame ontwikkeling en de duurzame materialenkringloop te bevorderen in ontginningsgebieden en gebieden voor de winning van oppervlaktedelfstoffen (Parl. St., Vlaams Parlement, 2016-2017, nr. 1149/3, p. 24). Die redengeving kan eveneens worden toegepast op andere bestemmingsgebieden aangezien ook in die andere bestemmingsgebieden de duurzame ontwikkeling en het creëren van een duurzame materialenkringloop het toestaan van bijkomende exploitatiemogelijkheden zou kunnen verantwoorden.

B.10.3. Door ofwel in een ontginningsgebied ofwel in een gebied voor de winning van oppervlaktedelfstoffen het mechanisch bewerken van ontgonnen delfstoffen en het verrijken van ontgonnen delfstoffen toe te laten, houdt dit niet alleen een constante aanwezigheid van machines, materialen en materieel in (Parl. St., Vlaams Parlement, ibid., p. 24), maar ook een constante aan- en afvoer van afvalstoffen, hetgeen een aanzienlijke weerslag op het milieu zal hebben, zelfs indien de verrijking van de delfstof een nevenactiviteit moet blijven.

Het bestemmingsgebied « ontginningsgebied » of « gebied voor de winning van oppervlaktedelfstoffen » heeft slechts een tijdelijk karakter, aangezien na de stopzetting van de ontginningen de oorspronkelijke of toekomstige bestemming, die door de grondkleur op het plan is aangegeven, moet worden geëerbiedigd. Voorwaarden voor de sanering van de plaats moeten worden opgelegd opdat de aangegeven bestemming kan worden gerealiseerd (artikel 17.6.3, derde lid, van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen).

Bovendien kan de uitbreiding van exploitatiemogelijkheden van bestemmingsgebieden ook worden bereikt via de aanname van een ruimtelijk uitvoeringsplan, waar inspraakmogelijkheden wel aanwezig zijn, zoals nader bepaald in hoofdstuk II (« Ruimtelijke uitvoeringsplannen ») in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening

B.11. In het beperkte kader van het onderzoek waartoe het Hof vermag over te gaan bij de behandeling van de vordering tot schorsing, dient het middel dat is afgeleid uit de schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet als ernstig te worden beschouwd in de zin van artikel 20, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof. Bijgevolg dienen de overige middelen in dit stadium niet te worden onderzocht.

B.12. Daar is voldaan aan de twee in artikel 20, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof voorgeschreven grondvoorwaarden om tot de schorsing te kunnen besluiten, dient deze te worden bevoleni.

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Dirk Van Heuven, Grondwettelijk Hof, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags