17/03/2011

Erkenningsvereisten bij raamcontracten bepaald door deelcontract

In het arrest nr. 210.675 van 25 januari 2011 diende de Raad van State zich uit te spreken over de waarde van een raamovereenkomst in het licht van de erkenningsvereisten.

De verzoekende partij stelde dat bij de gunning van een opdracht van werken de regelgeving over de erkenning van aannemers was geschonden. Zij meende dat de opdracht een erkenning van klasse 4,  minstens van klasse 3 vereiste. De aanbestedende overheid oordeelde in het bestek en in het gunningsverslag dat de werken onder klasse 3 vielen. De gekozen inschrijver beschikte slechts over een erkenning van klasse 2. De opdracht betrof een raamcontract:.

Opgeworpen werd:

"Anticiperend op het verweer merkt verzoekende partij op dat men de opdracht niet mag onderverdelen in deelopdrachten om de klasse-drempels te omzeilen. Zij benadrukt in dit verband dat de aankondiging van de opdracht slechts één besteknummer draagt, dat er geen verdeling in percelen is, dat geen afzonderlijke procedure is gevolgd om eventuele deelaspecten te gunnen en dat er slechts één alomvattende offerte werd ingediend door de partijen. (...)"

De Raad van State volgt deze argumentatie niet. Aan de erkenningsvoorwaarden moet pas voldaan zijn wanneer de deelopdracht wordt gegund. Bovendien moet de waarde van verschillen dedeelopdrachten naar oordeel van de Raad niet worden opgeteld, aangezien deze enkel stelt dat de deelopdrachten het bedrag niet mogen overschrijven van de erkenningsklasse van de aannemer:

"Luidens artikel 3 van de wet van 20 maart 1991 lijken de erkenningsvoorwaarden te moeten zijn vervuld op het ogenblik van de gunning. Voorts lijken de erkenningsvoorwaarden luidens artikel 3 van het koninklijk besluit van 26 september 1991 definitief te worden bepaald door het bedrag van de inschrijving waaruit volgt dat de aanduiding van de erkenningsvoorwaarden in het bestek precair lijkt.

Een raamovereenkomst is luidens artikel 3, 15°, van de wet van 15 juni 2006 overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten, een overeenkomst gesloten tussen één of meer aanbestedende overheden of overheidsbedrijven en één of meer aannemers, leveranciers of dienstverleners met het doel gedurende een bepaalde periode de voorwaarden inzake “te gunnen opdrachten” vast te leggen, met name wat betreft de prijzen en eventueel de beoogde hoeveelheden. Artikel 1.5 en artikel 32 van de Richtlijn 2004/18/EG hebben het evenzeer over de “gunning” van opdrachten gebaseerd op een “gesloten” raamovereenkomst.

Te dezen lijkt de rechtsfiguur van de raamovereenkomst met te gunnen deelopdrachten gehanteerd te zijn. Reeds in het collegebesluit van 12 maart 2010 wordt verwezen naar een voorstel te werken met een raamcontract, terminologie die ook terugkomt in de weliswaar ingetrokken collegebesluiten van 16 juli 2010 tot goedkeuring van de bestekken SB/GB/10/06566 en SB/GB/10/06567 en in het selectiebesluit van 10 september 2010. In die laatste besluiten en in het bestek SB/GB/10/06567 is verder sprake van deelopdrachten die aanvangen met een apart aanvangsbevel met een eigen uitvoeringstermijn en een voorlopige oplevering. In de huidige stand van het geding blijkt verder dat deze raamovereenkomst, waarvoor weliswaar een raming bestaat voor de jaren 2010, 2011 en 2012 en een visum voor 880.000 euro voor het lopend dienstjaar, niet gegund wordt voor een bepaald goedgekeurd bedrag maar met verwijzing naar de voorgestelde aanpassingscoëfficiënt op de opgelegde eenheidsprijzen.

Dit betekent dat in de huidige stand van de zaak lijkt te moeten worden aangenomen dat het goed te keuren bedrag van een (deel)opdracht pas kan worden bepaald in functie van de effectief in het kader van deze raamovereenkomst geplaatste bestellingen en dat de klasse waarvoor de aannemer erkend moet zijn, bepaald wordt in functie van het goed te keuren bedrag van elke deelopdracht en niet in functie van het totale geraamde bedrag van de globale opdracht. Pas op het tijdstip van de bestellingen zal duidelijk zijn wat de juiste hoeveelheden van een concrete deelopdracht zijn en staat het bedrag van de inschrijving vast. Dergelijke optie lijkt wel in te houden dat aan tussenkomende partij geen deelopdrachten kunnen worden gegund die, mocht zij alsdan slechts over een erkenning klasse 2 beschikken, het bedrag van klasse 2 overschrijden."
Tags