14/05/2013

Raad voor Vergunningsbetwistingen nuanceert rechtspraak over verslag van PSA

Eerder hebben we u bericht over het gemak waarmede de Raad voor Vergunningsbetwistingen ambtshalve middelen indient, ondermeer voor wat betreft het verslag van de provinciaal stedenbouwkundig ambtenaar (PSA).

Na het cassatiearrest nr. 220.059 van 28 juni 2012 lijkt de rechtspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen in rustiger vaarwater te komen:

- Het middel uitsluitend genomen uit de schending van artikel 4.7.23 VCRO raakt, aldus de RvVb de openbare orde niet en kan bijgevolg niet ambtshalve worden opgeworpen, tenzij tegelijk kan worden aangetoond dat de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening kennelijk onredelijk of onzorgvuldig zou zijn gebeurd

- De verzoeker kan geen belangenschade bij dergelijk middel doen gelden indien het advies van de PSA gelijkluidend is aan de beslissing die door de deputatie is genomen

Floris Sebreghts verwacht dat de Raad voor Vergunningsbetwistingen nog steeds, en zelfs ambtshalve, een middel kan putten uit de kennelijk onredelijk of onzorgvuldige beoordeling van de goede ruimtelijke ordening, gekoppeld aan een schending van de formele motiveringsplicht uit artikel 4.7.23 § 1 VCRO.
Een algemene, redelijke en draagkrachtige motivatie door de deputatie zou echter volstaan ‘zonder elk punt van beoordeling van de PSA daarom ook individueel te moeten weerleggen’.   Indien er geen verslag is opgesteld door de PSA, dan is er naar zijn mening een substantiële vormvereiste en is de beslissing van de deputatie onwettig, hetgeen eveneens ambtshalve kan opgeworpen worden door de RvVb.

Referentie F. Sebreghts, ‘Het verslag van de provinciaal stedenbouwkundig ambtenaar en de rechtspraak van de RvVb: Na een hobbelig parcours weer op de juiste koers?’, TOO 2013, 8-13.Lees hier het bericht op onze blog Lokale besturen.
Tags