24/01/2017

Binnenkort ook rechtsplegingsvergoeding bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen?

Vandaag werd het decreet van 9 december 2016 houdende wijziging van diverse decreten, wat de optimalisatie van de organisatie en de rechtspleging van de Vlaamse bestuursrechtcolleges betreft in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. 

Dit wijzigingsdecreet voorziet naar analogie met artikel 1022 Ger.W. en artikel 30/1 RvS-wet in de mogelijkheid om een rechtsplegingsvergoeding toe te kennen. De hoogte van de tegemoetkoming is evenwel niet decretaal bepaald en wordt overgelaten aan de Vlaamse Regering. 

Daarnaast voorziet het decreet in een verhoging van de rolrechten. Zo zal de tussenkomende partij in de toekomst per soort vordering een rolrecht verschuldigd zijn en zullen ook in het geval van UDN-procedures rolrechten verschuldigd zijn.

Het aanpassingsdecreet is voorlopig nog niet in werking getreden. De inwerkingtreding is uitgesteld naar een door de Vlaamse Regering nader te bepalen datum. 

Meer informatie over het aanpassingsdecreet vindt u hier

Gepost door Leandra Decuyper

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Leandra Decuyper, Procedure, Raad voor Vergunningsbetwistingen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
14/05/2013

Raad voor Vergunningsbetwistingen nuanceert rechtspraak over verslag van PSA

Eerder hebben we u bericht over het gemak waarmede de Raad voor Vergunningsbetwistingen ambtshalve middelen indient, ondermeer voor wat betreft het verslag van de provinciaal stedenbouwkundig ambtenaar (PSA).

Na het cassatiearrest nr. 220.059 van 28 juni 2012 lijkt de rechtspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen in rustiger vaarwater te komen:

- Het middel uitsluitend genomen uit de schending van artikel 4.7.23 VCRO raakt, aldus de RvVb de openbare orde niet en kan bijgevolg niet ambtshalve worden opgeworpen, tenzij tegelijk kan worden aangetoond dat de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening kennelijk onredelijk of onzorgvuldig zou zijn gebeurd

- De verzoeker kan geen belangenschade bij dergelijk middel doen gelden indien het advies van de PSA gelijkluidend is aan de beslissing die door de deputatie is genomen

Floris Sebreghts verwacht dat de Raad voor Vergunningsbetwistingen nog steeds, en zelfs ambtshalve, een middel kan putten uit de kennelijk onredelijk of onzorgvuldige beoordeling van de goede ruimtelijke ordening, gekoppeld aan een schending van de formele motiveringsplicht uit artikel 4.7.23 § 1 VCRO.
Een algemene, redelijke en draagkrachtige motivatie door de deputatie zou echter volstaan ‘zonder elk punt van beoordeling van de PSA daarom ook individueel te moeten weerleggen’.   Indien er geen verslag is opgesteld door de PSA, dan is er naar zijn mening een substantiële vormvereiste en is de beslissing van de deputatie onwettig, hetgeen eveneens ambtshalve kan opgeworpen worden door de RvVb.

Referentie F. Sebreghts, ‘Het verslag van de provinciaal stedenbouwkundig ambtenaar en de rechtspraak van de RvVb: Na een hobbelig parcours weer op de juiste koers?’, TOO 2013, 8-13.Lees hier het bericht op onze blog Lokale besturen.
Tags