18/03/2018

Geloof Geopunt niet blind!

Heel wat eigenaars zijn onaangenaam verrast toen zij voor het eerst kennis hebben gekregen van het resultaat van de digitalisering van het oorspronkelijke gewestplan, zoals het is terug te vinden op www.geopunt.be.

Het komt regelmatig voor dat een perceel een andere bestemming heeft dan men jarenlang heeft verondersteld op basis van de vroegere ‘werkkaart’ van UGA, (de door de overheid aangeleverde, verkleinde versie van het gewestplan), of op basis van een jarenlange informatie- en vergunningenpraktijk.

Het blijkt dat er effectief fouten voorkomen bij de digitalisering. Vandaar dat in de Handleiding v3.2 te lezen is: ‘Aan de gegevens in deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend. De informatie op de kaart heeft louter een informatieve waarde en geen juridisch bindende kracht. Om uitsluitsel te krijgen over de juridische planningscontext van een bepaald perceel of gebied, dien je contact op te nemen met de stedenbouwkundige dienst van het betreffende gemeentebestuur’.  En dit terwijl gemeentebesturen, net zoals voordien bij de werkkaarten, wel degelijk in hun inlichtingen- en vergunningenpraktijk uitgaan van Geopunt. Anders zou de gemeentelijk stedenbouwkundige ambtenaar telkens de verplaatsing moeten maken naar het Brusselse om aldaar inzage te krijgen van het oorspronkelijke gewestplan, hetgeen niet realistisch is.

Maar blijkt dat het digitale gewestplan wél matcht met het oorspronkelijke gewestplan, dan nog is alle hoop niet verloren, ten bewijze de uitspraken van de 23e kamer van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 1 maart 2018. De rechtbank 2018 beslist de rechtbank dat een betwist perceel wel degelijk volledig gelegen is in woongebied en wordt de gemeente bevolen om zulks op te nemen in het vergunningenregister:

Rekening houdend met de omstandigheid dat de gewestplannen destijds niet de bedoeling hadden om bestemmingen tot op perceelsniveau vast te leggen, nu het de bedoeling was dat hiervoor bijzondere plannen van aanleg zouden worden opgesteld, mag in geval van 'grensbetwistingen' niet louter worden voortgegaan op een projectie van het gewestplan naar een kadestraal perceel om te beslissen wat de bestemming is.  De rechtbank dient in dergelijke gevallen over te gaan tot een interpretatie van het gewestplan om de bestemming op perceelsniveau te bapelen.

Zowel het ontwerp-gewestplan als het gewestplan bevatten een driehoekige uitstulping van het woongebied ter hoogte van de in de jaren 1970 reeds bestaande woonconcentratie tussen de … laan en de … straat, en die wordt doorkruist door de …straat. Op dat ogenblik bestond er reeds een voorontwerp van gemeentelijk bestemmingsplan waarop de bestaande woningen werden afgebeeld langs de …straat, waaronder ook 2 à 3 woningen in de strook die blijkens het plan op schaal 1 : 10.000 buiten het woongebied zijn gelegen.

Uit geen enkel stuk dat wordt voorgelegd, kan worden afgeleid dat ten tijde van de opmaak van het gewestplan de bedoeling bestond om die 2 à 3 bestaande woningen uit het woongebied te sluiten. De driehoekige uitstulping op het ontwerp-gewestplan en op het gewestplan had dan ook kennelijk de bedoeling de gehele bestaande woonkern en het woongebied in te lijven. Nu het terrein van mevrouw X gelegen was in dezelfde strook als de voormelde 2 à 3 reeds bestaande woningen en de bestemmingsgrens tussen de … laan en de …straat een rechte lijn is, besluit de rechtbank dat het de bedoeling was van de opstellers van het gewestplan om het goed van mevrouw … wel degelijk in het woongebied te situeren’.

Referentie: Rb. Brussel, 1 maart 2018, AR 2015/3557/A, ng. (pub505517).

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Dirk Van Heuven, Plannen- en vergunningenregister, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags