28/07/2016

Tekortkoming in dossiersamenstelling stedenbouwkundige vergunning moet niet fataal zijn

Zo oordeelde de Raad voor Vergunningsbetwistingen in het arrest RvVb/A/1516/1235 van 16 juni 2016:

'De omstandigheid dat er in de samenstelling van het aanvraagdossier gegevens zouden ontbreken, tast in principe de wettigheid van een vergunning niet aan wanneer vaststaat dat het vergunningverlenend bestuursorgaan, ondanks deze lacunes, met kennis van zaken heeft kunnen beslissen. Het vergunningverlenend orgaan dient, voorafgaand aan de beoordeling ten gronde van de voorliggende aanvraag, te oordelen over de volledigheid van het ontvangen aanvraagdossier en moet in voorkomend geval oordelen of een bepaald document in een bouwaanvraagdossier essentieel is voor het beoordelen van de aanvraag. Onder voorbehoud van een marginale toetsing in het kader van het aan de Raad opgedragen legaliteitstoezicht, komt het de Raad niet toe het onderzoek over te doen, in welk geval het zich in de plaats zou stellen van het vergunningverlenend bestuursorgaan.

De verzoekende partijen tonen evenmin aan dat het ontbreken van de aanstiplijst van de hemelwaterverordening en het aanvraagformulier, en het statisch formulier, de verwerende partij zou belet hebben met kennis van zaken te oordelen'.

Eerder stelde de Raad van State in het arrest nr. 214.325 van 30 juni 2011:

'Onjuistheden en lacunes in het bouwdossier kunnen slechts tot de vernietiging van de stedenbouwkundige vergunning leiden, indien zij enerzijds van die aard zijn dat zij de vergunningverlenende overheid hebben misleid en haar hebben verhinderd met kennis van zaken te beslissen en indien zij anderzijds beslissend zijn geweest voor de toekenning van de stedenbouwkundige vergunning'. 

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Lokale besturen, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
13/07/2016

Moet inzameling textielafval aanbesteed worden?

In het arrest nr. 234.899 van 1 juni 2026, uitgesproken door de Raad van State bij uiterst dringende noodzakelijkheid, lijkt het antwoord daarop vooralsnog  ‘ja’ te zijn.

De Raad van State kwalificeert de toewijzing tot de inzameling van textielafval als overheidsopdracht:

‘In de huidige stand van het geding wordt de reden, namelijk de zogenaamde wettelijke delegatie, waarom het volgens de verwerende partij niet gaat om een overheidsopdracht, en waarop zij de bestreden beslissing heeft gesteund, niet bijgevallen. Het lijkt daarentegen, weliswaar na een prima facie onderzoek, dat de gunning van de textielovereenkomsten te dezen eerder als het gunnen van een overheidsopdracht moet worden beschouwd dan dat enig tegenovergesteld standpunt zou moeten worden ingenomen. Die vaststelling dient in elk geval de efficiënte rechtsbescherming in een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid zoals de onderhavige, die inzake overheidsopdrachten van bijzondere termijnvereisten is voorzien.’

Waar er een rechtstreekse toewijzing was aan kringloopwinkels besliste de Raad van State:

‘Uit de voorgaande bespreking van de kwalificatie van de textielovereenkomsten volgt dat in de huidige stand van het geding moet worden geoordeeld dat door de niet-eerbiediging van de regelgeving inzake overheidsopdrachten, de principiële verplichting tot in mededinging stellen niet werd gehonoreerd en de mogelijke gegadigden zoals de verzoekende partij niet gelijk zijn behandeld’.

Uit de voorzichtige bewoordingen van de Raad van State moet worden afgeleid dat het debat nog niet definitief beslecht is.

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Afval, Dirk Van Heuven, Lokale besturen, Overheidsopdrachten, Overheidsopdrachten overheidscontracten & PPS
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
12/07/2016

Decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid aangenomen in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement

In de plenaire vergadering van 6 juli 2016 werd de tekst van het Decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid aangenomen door het Vlaams Parlement.

Het is wachten op de publicatie van het decreet in het Belgisch Staatsblad.

Bekijk hier alvast de parlementaire documenten. 
Lees hier het bericht op onze blog Handelsvestigingen.

Gepost door Leandra Decuyper

Blog Handelsvestigingen, Lokale Besturen
Tags Handelsvestigingen, Integraal handelsvestigingenbeleid, Leandra Decuyper, Lokale besturen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
07/07/2016

Middelen Raad van State niet beperkt tot middelen van administratieve beroepsprocedure

De Raad van State is in het arrest nr. 235.284 van 30 juni 2016 overduidelijk:


‘Geen rechtsregel schrijft voor dat de Raad van State in het kader van beroepen tot nietigverklaring enkel kennis kan nemen van grieven of middelen die reeds tijdens de administratieve procedure door de betrokkene werden opgeworpen’.

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Lokale besturen, Raad van State
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
01/07/2016

Wanneer begint de 15-dagentermijn voor een UDN-procedure in overheidsopdrachten te lopen?

Ingevolge artikel 23 §1 en §3 van de Overheidsopdrachtenwet van 17 juni 2013 beschikt verzoekende partij over een termijn van 15 kalenderdagen voor het indienen van haar vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, te rekenen vanaf de bekendmaking of de kennisgeving van de gemotiveerde beslissing.

Wanneer begint de termijn dan echt te lopen? De dag van de verzending (per aangetekende zending en per mail) van de beslissing houdende niet-selectie of niet-toewijzing van de opdracht? Of de dag daarna? Of de dag van ontvangst van de aangetekende brief? Of de dag daarna?

Ziehier het antwoord van de Raad van State:

Luidens artikel 23, §§ 1 en 3, van de voormelde wet van 17 juni 2013 dient de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bij de Raad van State “op straffe van niet-ontvankelijkheid” te worden ingesteld binnen een termijn van vijftien dagen “vanaf de bekendmaking, de kennisgeving of de kennisneming van de rechtshandeling, al naargelang”. Te dezen vereist artikel 8, § 1, van de wet van 17 juni 2013, dat de aanbestedende instantie onmiddellijk na het nemen van de gemotiveerde gunningsbeslissing kennisgeving doet aan elke inschrijver van wie de offerte onregelmatig is bevonden, van de motieven voor de wering, in de vorm van een uittreksel van de gemotiveerde beslissing. Gelet op de verplichte kennisgeving van de bestreden beslissing dient de in artikel 23, §§ 1 en 3, van de wet van 17 juni 2013, bepaalde beroepstermijn te worden geacht in te gaan met de kennisgeving daarvan aan de verzoekende partij. Krachtens artikel 68 van de wet van 17 juni 2013 gebeurt de berekening van de in deze wet bepaalde termijnen “overeenkomstig Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971  houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden in het Gemeenschapsrecht”. Artikel 3, eerste lid, van deze Richtlijn bepaalt dat “[w]anneer een in dagen […] omschreven termijn ingaat op het ogenblik waarop een gebeurtenis of handeling plaatsvindt, […] de dag waarop deze gebeurtenis of handeling plaatsvindt, niet bij de termijn [wordt] inbegrepen”.

Uit dit alles moet worden afgeleid dat de termijn om tegen de thans bestreden beslissingen een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bij de Raad van State in te stellen aanvangt de dag na de dag waarop de kennisgeving werd verricht. Aangezien de  aangetekende brief ter kennisgeving werd verstuurd op 19 november 2015 en, voor zover als nodig, de bestreden beslissingen per e-mail van dezelfde datum aan de verzoekende partij werden toegestuurd, was de laatste dag om de vordering in te stellen vrijdag 4 december 2015. De vordering dagtekent van maandag 7 december 2015 en is dus niet tijdig. Voorts mag, voor zover als nodig, worden opgemerkt dat de verwerende partij in de kennisgeving de beroepsmogelijkheden heeft vermeld.’

Aldus begint de 15-dagen-termijn te lopen daags na verzending van de aangetekende brief houdende kennisgeving van de overheidsopdracht (verondersteld dat er ook een zending per mail is verstuurd en de beroepsmogelijkheden voor de Raad van State correct werden vermeld.

Referentie: RvS 29 december 2015, nr. 233.367.

Tags