25/10/2018

Vlaamse Regering keurt het kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving principieel goed

De Vlaamse Regering heeft op 19 oktober 2018 opnieuw het voorontwerp van kaderdecreet over de bestuurlijke handhaving principeel goedgekeurd. 

Het kaderdecreet bouwt de bestuurlijke handhaving uit als veralgemeend en volwaardig alternatief voor de strafrechtelijke handhaving, met een evenwaardige focus op de rechtsbescherming van de burger, en, waar nodig, een functioneel onderscheid tussen toezicht, opsporing, vervolging en sanctionering.

Het vormt de eerste stap tot stroomlijning van het bestuurlijke handhavingsrecht op Vlaams niveau, en behandelt onder andere het bestuurlijk toezicht, het strafrechtelijk en het bestuurlijk opsporingsonderzoek, de onmiddellijke inning, consignatie en inhouding, de bestuurlijke vervolging, het bestuurlijk beslag, protocolakkoorden met het Openbaar Ministerie, het voorstel tot betaling van een geldsom en de sanctieprocedure. 

In een eerste fase beperkt het voorontwerp zich tot de regeling van het toezicht, de opsporing, de vervolging en de beboeting. 

Het ontwerp van decreet vindt u hier.Meer uitleg staat in de bijhorende nota

Het voorontwerp gaat nu voor advies naar de Raad van State.

Gepost door Merlijn De Rechter

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Handhaving stedenbouw, Lokale besturen, Merlijn De Rechter, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
19/09/2018

Mogelijkheid tot oprichting Intergemeentelijke GECORO

Een wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering inzake de vaststelling van nadere regels voor de samenstelling, de organisatie en de werkwijze van de provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening, voor wat betreft de intergemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (hierna igecoro), werd definitief goedgekeurd op 7 september 2018. Hiermee wordt de bepaling van de codextrein inzake de mogelijkheid van een igecoro operationeel gemaakt (art.1.3.3 VCRO). Dit besluit bevat de nodige technische en terminologische aanpassingen van het bestaande besluit van 9 mei 2000.

De organisatie van een gecoro in intergemeentelijk samenwerkingsverband biedt ook voor kleine gemeenten de mogelijkheid om over een ruimer grondgebied de nodige deskundigheid te vinden om tot een evenwichtige samenstelling te komen. 

Tegelijkertijd wordt de mogelijkheid om een vrijstelling van gecoro aan te vragen voor gemeenten met minder dan 10.000 inwoners opgeheven.

De mogelijkheid tot oprichting van een intergemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening treedt in werking op 1 januari 2019. Het ontwerp van besluit zal bijgevolg op hetzelfde moment in werking treden. 

De decretale bepaling vindt u in artikel 1.3.3 van de VCRO (opgelet: §11 wordt opgeheven vanaf 1/1/2019) en het besluit is terug te vinden via volgende link. Meer info vindt u hier.

Gepost door Merlijn De Rechter

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Lokale besturen, Merlijn De Rechter, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
05/07/2018

Over de opzettelijke fout, overheidsaansprakelijkheid en verzekeringsdekking

In een arrest van het hof van beroep te Gent van 28 juni 2018 wierp de verzekeringsmaatschappij tegen de verzekerde ambtenaar op dat er sprake was van opzet. Het hof van beroep te Gent wijst in het arrest nr. 2016/AR/949 van 28 juni 2018 deze aanspraak af: de verzekeraar die beweert van dekking bevrijd te zijn, moet bewijzen dat de verzekerde een opzettelijke daad heeft begaan waardoor hij het voordeel van de verzekering heeft verloren.

‘Opzettelijke schuld, die krachtens artikel 8, eerste lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst de dekking van de verzekeraar uitsluit, is die welke de wil inhoudt om schade te veroorzaken en niet gewoon de wil om het risico op schade te creëren; opdat de verzekeraar van dekking zou zijn bevrijd, volstaat het, maar is het wel noodzakelijk, dat de schade gewild was, vermits de schuld opzettelijk is, zelfs als de aard of de omvang van het schadegeval niet als dusdanig door de pleger was beoogd (Cass. AR P. 11.0561.F, 26 oktober 2011).

Een opzettelijke fout veronderstelt de wil om een schade te veroorzaken die voortvloeit uit de totstandkoming van een door verzekeringsovereenkomst gedekt risico (Cass. 23 februari 2017, R.W., 2017-18, afl. 17, 665).

Hier heeft [de ambtenaar] zware fouten begaan (in de zin van artikel 2 van de Wet van 10 februari 2003 betreffende de aansprakelijkheid van en voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen, … doch [de verzekeringsmaatschappij] toont niet aan dat hij de wil had om schade te veroorzaken, dat hij daadwerkelijk de intentie had om een schade te veroorzaken die voortvloeit uit de totstandkoming van een door de verzekeringsovereenkomst gedekt risico. Het loutere feit dat [de ambtenaar] wist dat hij (onvermijdelijk) schade zou berokkenen volstaat niet. De wil om schade te veroorzaken is niet bewezen.’.

Ref. Pub5206, Gent  28 juni 2018, nr. 2016/AR/949

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Lokale besturen, Overheidsaansprakelijkheid
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
08/06/2018

Stedenbouwkundige verordeningen vallen ook onder de plan-MER-richtlijn

In een arrest van het Hof van Justitie van 7 juni 2018 (nr. C-671/16) staat het volgende te lezen aangaande een Brusselse Stedenbouwkundige Verordening:

"Uit de lezing van de bestreden verordening volgt dat zij met name voorschriften bevat met betrekking tot de inrichting van zones die zich in de omgeving van de gebouwen en de andere vrije ruimten bevinden, van doorgangsgebieden, van zones met koeren en tuinen, de omheiningen, de aansluitingen van de bouwwerken op de netwerken en op de riolering, de opvang van het regenwater en diverse kenmerken van de bouwwerken, met name het veelzijdig en duurzaam karakter ervan, bepaalde van hun uiterlijke kenmerken of nog de toegang van voertuigen tot de bouwwerken.

In het licht van de wijze waarop zij zijn omschreven, kunnen de door een dergelijke verordening vastgestelde criteria en modaliteiten, zoals de advocaat-generaal in punt 30 van haar conclusie heeft opgemerkt, aanzienlijke gevolgen hebben voor het stedelijk milieu.

Zulke criteria en modaliteiten kunnen immers, zoals de Commissie heeft benadrukt, een invloed hebben op de verlichting, de wind, het stedelijk landschap, de luchtkwaliteit, de biodiversiteit, het waterbeheer, de duurzaamheid van de bouwwerken en, meer in het algemeen, op de uitstoot in de betrokken zone. Meer in het bijzonder en zoals in de preambule van de bestreden verordening vermeld, kunnen het bouwvolume en de plaatsing van hoge gebouwen ongewenste schaduw- of windeffecten veroorzaken.

Gelet op deze gegevens, waarvan de verwijzende rechter echter het bestaan en de draagwijdte moet beoordelen rekening houdend met de betrokken verordening, dient te worden geoordeeld dat een verordening zoals aan de orde in het hoofdgeding valt onder het begrip „plannen en programma’s” in de zin van artikel 3, leden 1 en 2, van de SMB-richtlijn, die aan een milieueffectbeoordeling moet worden onderworpen."

Het integrale arrest vindt u hier.

Gepost door Merlijn De Rechter

Blog Lokale Besturen
Tags Brussels omgevingsrecht, Lokale besturen, Merlijn De Rechter, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
06/03/2018

Nieuwe richtlijnen voor het beoordelen van sloopaanvragen van vastgestelde gebouwen op de Inventaris Bouwkundig Erfgoed

Sinds 1 januari 2017 geeft het agentschap onroerend erfgoed niet langer advies bij vergunningsplichtige aanvragen over gebouwen en constructies opgenomen in de vastgestelde Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed. Met de implementatie van het kerntakenplan werd immers beslist om bepaalde zaken over te dragen naar de lokale besturen.

De vergunningverlenende overheid, meestal de stad of gemeente, in uitzonderlijke gevallen het Vlaams Gewest, moet in haar beslissing over het al dan niet toekennen van een sloopvergunning altijd zorgvuldig motiveren hoe ze rekening heeft gehouden met de erfgoedwaarden bij het nemen van haar beslissing. De vergunningverlener gaat na wat de aanwezige erfgoedwaarden zijn en wat de impact van de werkzaamheden op deze erfgoedwaarden zijn. Op basis van deze afweging neemt hij een beslissing.

Het agentschap maakte alzo een leidraad voor de vergunningverlenende overheid om haar te ondersteunen in de beoordeling van sloopaanvragen van gebouwen en constructies opgenomen in de vastgestelde Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed.

U vindt deze leidraad / richtlijnen hier (zie ook bron). 

Met deze richtlijnen wil het agentschap onroerend erfgoed de vergunningverlener aldus een hulpmiddel aangebieden bij het beoordelen van deze sloopaanvragen en het motiveren van de beslissing. 

Uiteraard kan deze richtlijn ook een leidraad zijn bij de beoordeling van waardevolle gebouwen en constructies die (nog) niet werden opgenomen in de vastgestelde Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed.

Gepost door Merlijn De Rechter

Blog Lokale Besturen, Vlaams Omgevingsrecht
Tags Lokale besturen, Merlijn De Rechter, Omgevingsvergunning, Vlaams omgevingsrecht
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags