10/08/2018

Loutere ‘kantoorbelasting’ strijdig met het gelijkheidsbeginsel (bis)

Het hof van beroep te Brussel treedt de eerder door ons geblogde de rechtspraak van de fiscale rechter te Brussel bij.

Door het betwiste belastingsreglement werd een heffing van 15€/m² (bij effectief gebruik verminderd tot 10€/m²) per jaar gevestigd op kantoorgebouwen. In de motivering van de belasting werd het volgende gesteld:

‘Overwegende dat, bovenop het belangrijkste oogmerk van budgettaire aard van de belasting, er bijkomstig moet op gelet worden dat situaties die rijkdom voor de gemeente genereren niet op dezelfde manier belast worden als de situaties die geen opbrengst genereren om de gemeentelijke taken uit te voeren;

Overwegende dat het verantwoord is de kantooroppervlakten die bezet zijn minder te belasten gezien de bedrijven en de werknemers die er gevestigd zijn een bron van inkomsten vormen voor de lokale gemeenschap;’

Voor het hof van beroep volstaat dergelijke motivering van het belastingsreglement niet:

‘Het doel van de belasting is dus budgettair, en de belasting viseert ook wie gebruik maakt van de investeringen van de gemeente.

Geen van deze twee motieven kan in verband gebracht worden met het onderscheid dat het reglement maakt tussen kantoorgebouwen, die belast worden, en gebouwen voor elke andere economische activiteit, die niet belast worden. Een belasting op gebouwen die gebruikt worden voor elke andere economische activiteit zou nochtans ook bijdragen aan de budgettaire doelstelling en de gebouwen die gebruikt worden voor elke andere economische activiteit halen uiteraard ook voordeel uit de investeringen van de gemeente, ook in het bijzonder op het vlak van wegeninfrastructuur en openbare netheid.

Het reglement biedt geen objectieve en redelijke verantwoording voor het onderscheid (tussen kantoorgebouwen en gebouwen waarin een andere economische activiteit wordt uitgeoefend) dat in verhouding staat tot het doel en de gevolgen van de ingestelde belasting. Terecht merkt de eerste rechter op dat ook de vrijstelling van gebouwen met medische en paramedische beroepen geen motivering vindt in het reglement. In conclusie voert [de gemeente] aan dat zij de uitoefenaars van die beroepen niet wil afschrikken, in het belang van het algemeen welzijn van de bewoners, maar dat is een motief dat niet voorkomt in de motivering van het reglement.

Het bovenstaande volstaat voor de vaststelling dat het belastingreglement het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel en het niet-discriminatiebeginsel in belastingen schendt, zodat het met toepassing van artikel 159 van de Grondwet buiten toepassing moet gelaten worden. Dit reglement kan dus niet de grond vormen voor een wettige aanslag, zodat de eerste rechter terecht de aanslag heeft vernietigd’.

Referentie: Brussel, 27 juli 2018, nr. 2018/6165, ng. (Pub504328-1).

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Lokale belastingen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
19/06/2018

Beslissing van het college van burgemeester en schepenen over fiscaal bezwaar vormt geen zelfstandige vernietigingsgrond

Dat is alvast het oordeel van de fiscale rechter te Brussel in een vonnis van 8 juni 2018. De rechtbank antwoordt als volgt op het middel waarin werd opgeworpen dat de verwerping van het bezwaar gebrekkig gemotiveerd was:

‘Krachtens artikel 569, eerste lid, 32°n Gerechtelijk Wetboek neemt de rechtbank van eerste aanleg kennis van geschillen betreffende de toepassing van een belastingwet.

Artikel 1385 undecies, eerste lid, van hetzelfde wetboek bepaalt dat, tegen de belastingadministratie, de vordering inzake dergelijke geschillen slechts wordt toegelaten indien de eiser voorafgaandelijk het door of krachtens de wet georganiseerde administratief beroep heeft ingesteld en, in het tweede lid, dat die vordering wordt ingesteld binnen een termijn die varieert naargelang er over het administratief beroep al dan niet een beslissing is gewezen.

Artikel 9, §2 van het decreet van 30 mei 2008 regelt de procedure voor het indienen van een bezwaar tegen de gevestigde aanslag. Volgens artikel 9, §5, vierde lid van dat decreet, is de beslissing van de bevoegde overheid onherroepelijk wanneer het beroep niet tijdig bij de bevoegde instantie is ingesteld.

Uit die bepalingen volgt dat niet de door het college van burgemeester en schepenen genomen beslissing, maar de aanslag zelf het voorwerp kan uitmaken van een geschil voor de rechtbank van eerste aanleg, wanneer die aanslag na die beslissing geheel of gedeeltelijk blijft bestaan (in die zin: Cass. 31 januari 2014, www.cass.be).

Eiseres heeft in beginsel dan ook geen belang bij de vernietiging van de administratieve beslissing (Boeynaems, L., ‘De eigen aard van het rechtsgeding in fiscale zaken’, in Verstappen, J., e.a. (ed.), Tien jaar nieuwe fiscale procedure, Larcier, p. 219). De vernietiging van deze beslissing zal immers niet leiden tot de nietigheid van de bestreden aanslag'

Het middel is niet gegrond.’

Dit vonnis is een bewijs (temeer) dat deze verplichte en vertragende tussenstap in hoofde van de belastingsplichtige overbodig is. De belastingsplichtige kan immers enkel wettigheidsbezwaren inroepen tegen de aanslag zelf en het daaraan onderliggend belastingsreglement van de gemeente, niet tegen het besluit waarbij zijn bezwaar wordt verworpen.Het is algemeen geweten dat het college van burgemeester en schepenen omzeggens nooit ingaat op dergelijk fiscaal bezwaar...

Referentie: Rb. Brussel, 33e kamer, nr. 2018/6998 (PUB6209-1).

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Lokale belastingen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
26/04/2018

Over gemeentelijke en gewestelijke bevoegdheden inzake leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsgebouwen

In een vonnis van 27 maart 2018 stelt de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel dat 'een bedrijfsgebouw niet noodzakelijk [dient] te zijn opgenomen op de gemeentelijke lijst om te worden geregistreerd, vermits het bevoegde departement ook ambtshalve kan overgaan tot registratie (artikel 3, §2, lid 2 van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten). Hiervan moet de belastingsplichtige niet worden ingelicht.

Eiseres argumenteerde dat zij niet in staat was om te controleren of het registratieattest naar voldoening ondertekend was, met verwijzing naar artikel 5 en 11 van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juli 1997 tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten. In artikel 5 van het besluit wordt gesteld dat de secretaris-generaal van het departement ruimtelijke ordening, woonbeleid en onroerend erfgoed, - thans departement omgeving – gemachtigd is om ambtenaren te machtigen om de nodige vaststellingen te doen. Artikel 11 bepaalt dan weer dat de secretaris-generaal de daartoe in aanmerking komende bevoegdheden subdelegeert aan de personeelsleden van het departement tot op het meest functionele niveau en dat elke subdelegatie wordt medegedeeld aan het Rekenhof en aan de minister.

De Brusselse rechtbank reageert: ‘Verweerder voert terecht aan dat noch het Decreet, noch het Besluit van 1 juli 1997 een bepaling bevat aangaande vormvoorschriften nopens het registratieattest. De handtekening van de secretaris-generaal of een door hem aangewezen ambtenaar is derhalve niet voorgeschreven door het decreet of zijn uitvoeringsbepalingen en al zeker niet op straffe van nietigheid van het registratieattest. Zelfs indien er geen geldig subdelegatiebesluit aan de heer A. zou bestaan, dan nog kan dit niet leiden tot de nietigheid van het registratieattest of de daarin vervatte beslissing om de bedrijfsruimten om te nemen in de inventaris. Dat de heer A. adjunct is van de directeur en werkzaam op het bevoegde departement, wordt door eiseres alsdusdanig niet betwist.’.

Er werd beroep aangetekend tegen deze uitspraak.

Referentie: Rb. Brussel, 27 maart 2018, nr. 18/3967 ng. Rolnummer 2017/722/A, (Pub505740)

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Lokale belastingen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
31/01/2018

Over de motiveringsplicht van gemeentelijke belastingsreglementen

Het Brusselse hof van beroep overweegt in een  arrest van 17 janbuar 2018:

' Om na te gaan of het maken van categorieën van belastingplichtingen objectief en redelijk verantwoord is, volstaat het dat in redelijkheid blijkt dat een objectieve verantwoording bestaat of kan bestaan voor die categorieën. Voor de regelmatigheid van een belastingsverordening is niet vereist dat zij zelf de motivering bevat waarom zij door de provinciale overheid is goedgekeurd of dat deze motivering moet terug te vinden zijn in het adminitsratief dossier dat geleid heeft tot de goedkeuring van de belastingsverordening. Het volstaat dat deze motivering blijkt uit het administratief dossier zoals dat is aangevuld ingevolge de voor de rechter ter zake gevoerde betwisting'.

Het hof sluit zich aan bij recente cassatierechtspraak (Cass. 3 september 2015, AR F.13.0125).

Referentie: Brussel 17 januari 2018, AR 2013/AF/128, ng. (PUB502402-1)

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Lokale belastingen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
12/12/2017

Gunstregime voor de eigen gemeente-inwoners maakt lokaal belastingsreglement kwestbaar

Dit blijkt nogmaals uit het arrest nr. 240.035 van de Raad van State van 30 november 2017 met betrekking tot een gemeentelijke belasting op de economische bedrijvigheid:

‘Gewis is het een zaak van redelijk en goed bestuur om een billijke verdeling van de belastingdruk te betrachten. Eveneens ligt het in de rede dat wie een economische activiteit ontplooit in de gemeente en bijgevolg verondersteld mag worden voordeel te halen uit de gemeentelijke collectieve voorzieningen, aan de gemeente een belasting betaalt.

Een en ander rechtvaardigt evenwel nog niet dat in een belasting zou worden voorzien die strijdt met de fiscale gelijkheidsregel. Belet deze regel niet dat een verschillende fiscale behandeling wordt ingesteld ten aanzien van bepaalde categorieën, dat verschil moet wel op een objectief criterium berusten en redelijk verantwoord zijn. De verantwoording moet ondermeer redelijkerwijze relevant zijn in het licht van de aard en het doel van de belasting.

De aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting is een belasting die alleen wordt geheven van wie in de bevolkingsregisters van de gemeente is ingeschreven. Ze doet zich wezenlijk voor als een bijdrage in de gemeentelijke financieringsbehoeften, opgelegd vanwege het voordeel dat de belastingplichtige uit de gemeentelijke voorzieningen haalt doordat hij zijn hoofdverblijf in de gemeente heeft.

Het is in dit verband zonder belang of de belastingplichtige, naast het voordeel dat hij als een ingezetene van de gemeente geniet, ook nog een andere baat uit de gemeentelijke voorzieningen haalt doordat hij een economische bedrijvigheid op het grondgebied van de gemeente uitoefent en uit dien hoofde een bijkomend gebruik maakt van de gemeentelijke infrastructuur en dienstverlening.

Het tarief van de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting is voor alle inwoners van de gemeente gelijk, ongeacht of zij er een economische bedrijvigheid uitoefenen. Voorts is het onverschillig voor het voordeel dat de exploitant van een economische activiteit wegens – specifiek – die exploitatie haalt uit de voorzieningen van de gemeente of hij er al dan niet in de bevolkingsregisters is ingeschreven.

Uit wat voorafgaat, volgt dat de bijdrage die een gemeentenaar levert wegens het nut dat hij van de gemeente diensten geniet als ingezetene, niets van doen heeft met een eventuele bijdrage vanwege het nut dat hij van die diensten heeft als exploitant van een economische activiteit. Dat dus, zoals in de bestreden beslissing wordt overwogen, de natuurlijke personen met woonplaats op het grondgebied van de gemeente ten gevolge van hun onderworpenheid aan de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting ‘veel meer bijdragen tot de gemeentelijke financiën’ is niet terzake dienend'.

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Lokale belastingen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags