25/11/2015

Hoe milieubeheerssystemen op te leggen als selectiecriterium bij overheidsopdrachten?

De overheidsopdrachtenreglementering maakt het mogelijk om 'in passende gevallen' een EMAS of ISO 14.001-certificatie of een vergelijkbaar milieumanagementsysteem in de bedrijfsvoering te verlangen. 

De  bewoordingen in de regelgeving zijn echter complex en laten interpretatieruimte toe, waardoor heel wat aanbestedende overheden vragen hebben bij het correct juridisch gebruik van het selectiecriterium. Bovendien is het niet duidelijk in welke gevallen het opleggen van het selectiecriterium passend is. Het opleggen ervan mag de mededinging immers niet onredelijk beperken, moet relevant zijn en moet in een proportionele verhouding staan tot het voorwerp van de opdracht.

Daarom werd door de Vlaamse overheid een kant- en klare modelclausule opgesteld die gebruikt kan worden door (aarzelende) aanbestedende overheden:

'De [kandidaat / inschrijver] moet EMAS of ISO 14.001 zijn gecertificeerd. Certificeringen op basis van normen of standaarden die uitgaan van in andere lidstaten gevestigde instanties die gelijkwaardig zijn aan EMAS of ISO 14.001 en andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het vlak van milieubeheer worden ook aanvaard.'


26/07/2010

ISO-certificatie door de Raad van State aanvaard als selectiecriterium in overheidsopdrachten

In het arrest nummer 206.645 van 15 juli 2010 weerlegt de Raad van State de kritiek van verzoekende partij als zou een ISO-9002 niet onder het begrip “beroepskwalificaties” kan vallen, zoals opgenomen in artikel 19.1° van het Koninklijk Besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken:

“Deze zienswijze wordt niet bijgevallen. Artikel 19, eerste lid, 1°, maakt immers gewag van beroepskwalificaties van zowel “de aannemer” als “het ondernemingskader” als van “de verantwoordelijke(n) voor de leiding van de werken”. Er wordt niet ingezien om welke reden de beroepskwalificatie enkel van natuurlijke personen zou mogen worden gevraagd op grond van de betrokken bepaling.

In zoverre de verzoekende partij voorts de schending inroept van de omzendbrief van 10 februari 1998 van de eerste minister – “Overheidsopdrachten – Kwalificatieve selectie van aannemers, leveranciers en dienstverleners”, wordt vastgesteld dat verzoekende partij niet betoogt en evenmin blijkt dat deze omzendbrief het bindend karakter zou vertonen waardoor hij dienstig als vernietigingsgrond kan worden aangevoerd.

Wat de stelling van de verzoekende partij betreft dat een ISO-attest “nooit een garantie [kan] bieden dat een aannemer dermate geschoold is dat hij een technische bekwaamheid kan garanderen” en aan elke organisatie, ongeacht voor welke activiteit of product, kan worden toegekend, kan de argumentatie van de verwerende partij worden bijgevallen waar deze stelt dat “een ISO-certificaat […] een kwalitatief eindproduct garandeert door middel van het opleggen van eisen aan de volledige organisatie, van het volledige ondernemingskader tot en met de verantwoordelijke voor de leiding van de werken” en een kwalitatief eindproduct technische bekwaamheid van de aannemer en diens personeel impliceert".
Tags