09/01/2013

Geen vergoedende intresten op forfaitaire 'rechtsplegingsvergoeding' bij Raad van State

In een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 21 oktober 2011 wordt aan de verzoekende partij een forfaitaire vergoeding toegekend van 5.000 euro in een procedure tot schorsing en vernietiging van een milieuvergunningsbesluit en van 2.500 euro voor de 3  volgende zaken, samen met 12.500 euro. 

De rechtbank stelt:

‘Deze zaken vertoonden een zekere complexiteit en veronderstellen een belangrijke tijdsbesteding van de geraadpleegde advocaat. Deze complexiteit en tijdsbesteding zal evenwel wel kleiner geweest zijn bij de 3 laatste zaken dan bij de eerste zaak, nu de feitelijke en juridische situatie reeds bekend was en de argumentatie deels kon bestaan uit een herneming van de reeds eerder aangevoerde argumenten’.

Eerder oordeelden de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen op 1 maart 2011 en de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 27 oktober 2011 dat de basisrechtsplegingsvergoeding volstond.  O.i. hangt een en ander af van de bijzonder complexiteit van de procedue, niet van het loutere feit dat het om een administratieve procedure voor de Raad van State gaat.

Belangwekkend is alleszins dat de rechtbank van eerste aanleg te Brussel expliciet beslist dat geen intresten verschuldigd kunnen zijn op de forfaitaire rechtsplegingsvergoeding:

‘Nu het hier gaat om forfaitaire bedragen die bepaald worden aan de hand van de tarieven die gelden op de datum van dit vonnis, bestaat er geen reden om hierop nog vergoedende intresten toe te kennen’.

Referentie: Rb. Brussel, 21 oktober 2011, AR08/11503/A, ng. (Pub503733)

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Gerechtskosten, Interesten, Lokale besturen, Overheidsaansprakelijkheid, Raad van State
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags