25/11/2015

Materiële vergissing in het gunningsverslag of meer dan dat? Bij twijfel volgt de vernietiging

In het arrest bij UDN nr. 232.491 van 8 oktober 2015 stelt de Raad van State zich streng op over wat door de aanbestedende overheid als een loutere materiële vergissing in het gunningsverslag werd beschouwd.

De zaak betrof een overheidsopdracht voor de plaatsing van kerstverlichting. Het debat betrof het tweede gunningscriterium 'Beschrijving van de werkwijze' dat op 30 punten stond. In het gunningsverslag werd volgende quoteringswijze gehanteerd:

'Quoteringswijze: Zeer goed = 4; Goed = 3; Voldoende=2; onvoldoende= 1; ontbreekt = 0. Deze quotering wordt vermenigvuldigd met 6.'

Dat ingevolge de gehanteerde quoteringswijze slechts een maximum van 24 punten behaald kon worden.  De aanbestedende overheid had vergeten om de quotering 'uitstekend = 5'  - die een maximumscore van 30 punten wel mogelijk maakte - op te nemen in het gunningsverslag.

De Raad van State besliste:

'Zelfs indien met de verwerende partij en de tussenkomende partij zou worden aangenomen dat het weglaten van de score “Uitstekend = 5” in het verslag van nazicht slechts het gevolg is van een materiële vergissing, valt op te merken dat uit het verslag van nazicht op het eerste gezicht niet blijkt of de verwerende partij aan de verzoekende partij met de beoordeling “zeer goed” de beste score dan wel de op één na beste score wilde toebedelen. In de motivering meent de verwerende partij dat de offerte van de verzoekende partij “uitermate rekening [houdt] met het behoud en respect voor het openbaar domein en de bestaande bomen” en dat zij de opdracht zal uitvoeren met “optimaal behoud van de ondergrond”. Dergelijke adjectieven “uitermate” en “optimaal” lijken er even goed te kunnen op wijzen dat de verwerende partij aan de offerte van de verzoekende partij voor dit gunningscriterium de beste score wou toekennen.

Er blijkt op het eerste gezicht dan ook niet of de beoordeling van het tweede gunningscriterium de beste score wou toekennen.'





10/12/2014

Ook bij een opdracht van werken kan met een gunningscriterium naar kwaliteit projectteam gepeild worden

Zo oordeelde de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel in een vonnis van 4 december 2014:

'Ook inzake opdrachten voor werken geldt dat aan het onderscheid tussen selectiecriteria en gunningscriteria voldaan wordt zo betreffende de vereisten van technische bekwaamheid wordt gevraagd naar het personeel dat ‘kan’ worden ingezet door de dienstverlener, terwijl het gunningscriterium peilt naar de kwaliteit van het projectteam dat voor de concrete opdracht ‘zal’ worden ingezet. Immers, in dergelijk geval peilt het selectiecriterium naar de persoon van de inschrijver op zich, los van de opdracht, terwijl het gunningscriterium de uitvoering van de opdracht voor ogen heeft.

De gunningswijze ‘open offerteaanvraag’ impliceert dat niet enkel de prijs, maar ook de kwaliteit van het voorstel wordt getoetst aan de hand van de kwalitatieve gunningscriteria. 

Kennelijk heeft T. in samenspraak met haar ontwerper gekozen voor de procedure van offerteaanvraag, gelet op het belang van een snelle en efficiënte uitvoering en een goede coördinatie van de werkzaamheden en organisatie van de werf, vanwaar het derde gunningscriterium ‘kwaliteit van het projectmanagement’.

Blijkbaar is het woonzorgcentrum tijdens de werken nog in gebruik, zodat snelle uitvoering met zo weinig mogelijk hinder van belang is.

Het beoordelingselement van het subgunningscriterium 3.1 ‘kwaliteit van het voorgestelde projectteam’, waarin wordt gevraagd naar ‘welke middelen, personeel en organisatiestructuur (organogram) de inschrijver voorziet’, peilt niet naar de kwaliteit van de inschrijver als aannemende vennootschap, maar naar de kwaliteit van het daadwerkelijk voor het project ingezette projectteam, en wel een kwalitatief hoogstaand projectmanagement garanderen. De aanbestedende overheid kan bij werken, niet minder dan bij diensten, verlangen dat de opdracht niet enkel door een deskundig bedrijf wordt uitgevoerd, maar ook door deskundige mensen binnen dit bedrijf.

Overigens kan men T. bijtreden in haar stellen dat het subgunningscriterium 3.1 breder is dan enkel een beoordeling van de bekwaamheid van het personeel. Andere beoordelingselementen in dit subgunningscriterium zijn de verhouding tussen eigen werk en het gedeelte in onderaanneming, de methodiek voor selectie van onderaannemers, de coördinatieopdracht betreffende de andere percelen (nevenaannemingen) en de onderaannemers en de frequentie van aanwezigheid op de werf.

De inschrijvers dienden in een nota bij hun offerte uiteen te zetten hoe zij al deze elementen zouden aanpakken.

Gelet op dit alles dient het subgunningscriterium 3.1 niet prima facie aanzien te worden als een ‘verboden’ selectiecriterium.’

Vonnis rechtbank van eerste aanleg Brussel van 4 december.2014, ng (Ref. pub505035 )

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen, Overheidscontracten
Tags Dirk Van Heuven, Gunningscriteria, Overheidsopdrachten overheidscontracten & PPS
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags