08/10/2012

Raad van State beperkt effect van schorsingsarrest van een sluitingsbeslissing tot de toekomst

In een belangwekkend arrest nr. 220.789 van 28 september 2012 beperkt de Raad van State de effecten van de schorsing van een door de burgemeester op basis van de Drugswet bevolen sluitingsbeslissing tot de toekomst.

In het dispositief van het arrest heet het:

“De Raad van State schorst de tenuitvoerlegging van de, door het college van burgemeester en schepenen op 30 mei 2012 bevestigde, beslissing van 23 mei 2012 van de burgemeester van de stad K. om het pand aan de … straat te K. gedurende 6 maanden te sluiten, in zoverre de duur van de sluiting verder reikt dan de dag van de officiële betekening van dit arrest”.

De Raad van State overweegt:

“De omstandigheid dat verzoekster het nadeel mogelijk ook had kunnen trachten te voorkomen met een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid of dat zij haar vordering tot schorsing eerder had kunnen instellen, spreekt dat [het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel] niet beslissend tegen. Wel brengt de houding van verzoekster mee dat reeds een aanzienlijk deel van de sluitingsduur verstreken zal zijn voordat over haar vordering tot schorsing uitspraak wordt gedaan.
Wat dat gedeelte betreft, is verzoekster in beginsel zonder belang bij de schorsing van de sluiting. Een schorsing werkt immers alleen voor de toekomst en kan dus niet behoeden voor een nadeel dat al geleden is.

Referentie: Pub503710

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Drugswet, Lokale besturen, Raad van State
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
17/09/2012

Sluitingsbevoegdheid in Drugswet slechts mogelijk bij grove schendingen van de drugswetgeving

Zo oordeelt in ieder geval de Raad van State, in een arrest uitgesproken bij uiterst dringende noodzakelijkheid.:

“In de memorie van toelichting is immers ook en wel degelijk, zoals verzoekster beweerde, te lezen dat gelet op het advies van de afdeling Wetgeving van de Raad van State en op de niet onaanzienlijke impact van de sluitingsmaatregel “de toepassing ervan voorbehouden [moet] blijven tot een beperkt aantal grove schendingen van de drugwetgeving.” (Parl.St. Kamer, 2005-2006, 2518/001, 46). Dat wordt in de Kamercommissie voor de justitie door de minister van Justitie uitdrukkelijk bevestigd waar zij toelicht: “Dit artikel is derhalve een bepaling waarvoor [de minister] de volle verantwoordelijkheid opneemt, ook al zal de toepassing ervan moeten worden beperkt tot de ernstige schending van de drugswetgeving” (Parl.St. Kamer, 2005-2006, 2518/021, 27).

Vooralsnog leidt de Raad van State hieruit af dat er niet alleen ernstige aanwijzingen moeten zijn van de in artikel 9bis bedoelde illegale activiteiten, maar dat die illegale activiteiten ook zelf een zeker gewicht moeten vertonen.”

(…)

“Deze loutere aanwezigheid in verzoeksters’ restaurant van personen die politioneel voor drugshandel gekend zijn, beantwoordt op het eerste gezicht niet aan de door het artikel 9bis beoogde, voldoende zwaarwichtige, illegale activiteit met betrekking tot de verkoop, aflevering of vergemakkelijking van het gebruik van verdovende middelen en psychotrope stoffen die de openbare veiligheid en rust in het gedrang brengt. Laat staan nog dat die aanwezigheid – als zodanig – kan volstaan opdat wordt aangenomen, zoals de bestreden beslissing in navolging van het bestuurlijk verslag van 7 mei 2012 van de commissaris van politie doet, dat er in verzoeksters’ inrichting drugs verhandeld worden, dat dan men er zich kan bevoorraden van drugs en dat er op grote schaal transacties van heroïne en cocaïne doorgaan.”

Referentie: RvS nr. 219.623, 5 juni 2012 (pub503589)

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Drugswet, Lokale besturen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags