10/03/2011

Dirk Van Heuven publiceert juridisch advies: "Het schepencollege en het Interministerieel Comité voor de Distributie moeten zelf niet met alle wettelijke criteria rekening houden!" (Retail Update Magazine 2011, nr. 1, p. 33)

In dit artikel bespreekt Dirk een belangrijk arrest van de Raad van State van 24 juni 2010 waarin wordt beslist dat enkel het Nationaal Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie met alle wettelijke criteria (en elementen) van de Handelsvestigingenwet en het Criteriabesluit rekening moet houden.
 Interesse?  Lees hier.

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Handelsvestigingen, Lokale Besturen
Tags Criteria handelsvestigingen, Dirk Van Heuven, Handelsvestigingen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
06/09/2010

Startnota "Winkelen in Vlaanderen"

Op 16 juli 2010 verspreidde de Vlaamse regering hiernavolgend persbericht over de Startnota "Winkelen in Vlaanderen":

"Op initiatief van Vlaams minister-president Kris PEETERS heeft de Vlaamse Regering vandaag de startnota ‘winkelen in Vlaanderen’ goedgekeurd. Deze nota vormt de basis voor overleg over een beleid van kernversterking.

De detailhandel draagt bij tot de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van de binnensteden en dorpskernen. De ontwikkeling van baanwinkels en perifere ontwikkelingen maakt echter de binnenstedelijke kleinhandel zeer kwetsbaar. Zonder heldere keuzes zullen perifere locaties in vele gevallen makkelijker zijn dan (her)ontwikkeling in een bestaand centrum. In het Vlaamse Regeerakkoord werd daarom afgesproken dat er een kernversterkend beleid zou gevoerd worden. Deze startnota vormt hiervoor een belangrijke stap.
Er zullen beleidsinitiatieven worden ontwikkeld om de verdere ontwikkeling van baanwinkellinten drastisch te beperken, nieuwe inplantingen van grootschalige handelszones zorgvuldig af te wegen en ten slotte – na een gewenste regionalisering van de IKEA-wet – de complementariteit met de handel en wandel van de stedelijke en dorpskernen beter te bewaken. Dit beleid zal ter advies worden voorgelegd aan de adviesraden. Intussen kan reeds gestart worden met de voorbereiding van het ruimtelijke afwegingskader voor de beoordeling van nieuwe winkelcentra en de beleidsvisie tegen verdere winkelverlinting, die worden vertaald in omzendbrieven.
Daarnaast zal ook beleid geïdentificeerd worden om de detailhandel en de lokale besturen die hierrond willen werken, te versterken. Hiertoe zal overleg opgestart worden met vertegenwoordigers van de diverse betrokken organisaties. In de startnota worden hiervoor reeds enkele voorstellen gedaan die vanuit de Vlaamse overheid op dat overleg ter bespreking zullen worden ingebracht. Dat gaat van voorstellen om een specifieke project op te starten om groot- en kleinhandel digitaal te laten samenwerken, uitbouw van gestructureerde informatie over detailhandel, een oproep voor gemeenten die projecten kunnen indienen om investeringen van handelaars om de kernen aantrekkelijker maken mee te ondersteunen, tot een lerend netwerk voor lokale besturen.
Deze startnota is een overlegnota waarin reeds enkele grote lijnen werden vastgelegd. Tegen het einde van het jaar zal een ViA-rondetafel worden georganiseerd over de detailhandel.
Het is duidelijk de bedoeling om o.a. van de detailhandel een speerpunt van het beleid te maken. Dit is immers een belangrijke sector in Vlaanderen omdat ze zorgt voor de distributie van de goederen naar de consument. Er zijn meer dan 50.000 detailhandelszaken in Vlaanderen die zorgen voor een rechtstreekse tewerkstelling van 136.000 personen, een omzet van 46 miljard euro en 1,4 miljard euro investeringen".

VVSG, NSZ en Unizo reageren eerder tevreden. Er zijn echter ook kritische stemmen.

Verdere ontwikkeling - "verlinting" - van baanwinkels tegengaan.  Dit lijkt de eerste doelstelling te zijn te zijn van het nieuwe Vlaamse beleid, zo blijkt ook uit een interview met minister-president Peeters.
Er wordt gedacht om (a) grote winkels (méér dan 1000 m² netto handelsoppervlakte) enkel toe te laten in het bestemmingsgebied "kleinhandelszone"; (b) een nieuw stedenbouwkundig ruimtelijk afwegingskader te maken voor grootschalige detailhandel met o.a. de fameuze ontwrichtingstoets; (c) de ontwikkeling van grootschalige detailhandel in woongebieden, woongebieden met landelijk karakter en in bedrijventerreinen te beperken: (d) zonevreemde functiewijzigingen voor perfere detailhandel te beperken; (e) detailhandel in de centra fiscaal te belonen. 
Het uitgangspunt is dat detailhandel in beginsel thuishoort in kernwinkelgebieden, zowel in de stedelijke gebieden als in de kernen van de buitengebieden.  Wanneer kleinhandelsactiviteiten buiten de kernwinkelgebieden onvermijdelijk zijn, wordt voorzien in een met de kernwinkelgebieden complementair "aanbodbeleid" via detailhandelszones.

Ontwrichtingstoets. Uitgangspunt is dat te veel perifere detailhandel het winkelapparaat in de (stads)centra leegzuigt, met finaal een verlies aan attractiviteit, leegloop en verloedering. Deze toets, die voorkomt in de nog steeds niet publiek bekende studie "Ruimtelijk afwegingskader voor grootschalige detailhandel", zou worden opgenomen op planningsniveau, eerder dan op vergunningsniveau.Heel concreet zou, na een maatschappelijke effectentoets, een kernversterkende regeling worden opgenomen in het grond- en pandendecreet waarbij o.a. assortimentsbeperkingen per zone mogelijk zouden zijn.  Deze regeling zou gelijke rechtskracht hebben als stedenbouwkundige verordeningen.
Deze toets stuit op nogal wat kritiek, o.a. van Voka en professor Boudewijn Bouckaert, waarbij vragen worden gesteld over de verenigbaarheid met de Dienstenrichtlijn.  De Nederlandse leringen zou hen ongelijk geven.

Twee omzendbrieven worden in het vooruitzicht gesteld:

- een eerste, "Ruimtelijke inplanting van de winkelcentra"
- een tweede, "Kernversterking en winkellinten"

Gemeentelijk commercieel handelspandenbeleid. De gemeenten spelen een fundamentele rol in het nieuwe beleid van handelsvestigingen, zowel op verordenend niveau als op het niveau van het gemeentelijk commercieel handelspandenbeleid.  De Startnota voorziet in heel wat financiële tegemoetkomingen voor de gemeenten én in de mogelijke oprichting van en ondersteuning door een Kenniscentrum Detailhandel.

Regionalisering.  Uiteraard is de sedert lang aangekondige regionalisering van de Dienstenrichtlijn van groot belang voor de invulling van het vlaamse detailhandelsbeleid.Zie bericht op onze blog Handelsvestigingen.
Tags