01/06/2016

Naar een hervorming van het bestuurlijk toezicht

Op 27 mei  2015 keurde de Vlaamse regering de conceptnota inzake de hervorming van het bestuurlijk toezicht op lokale besturen goed.

In het Vlaamse Regeerakkoord 2014-2015 van 23 juli 2014 luidde het wat betreft bestuurlijk toezicht onder meer als volgt:

'We gaan verder in het vereenvoudigen van het administratief toezicht. We schaffen het goedkeuringstoezicht af. Het algemeen toezicht (ex post) wordt de norm.'

Met deze conceptnota wordt lvast werk gemaakt van die vereenvoudiging:

- inperking van het goedkeuringstoezicht

Enkel het goedkeuringstoezicht op de jaarrekeningen en de beslissingen inzake de oprichting en statuten van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en OCMW-verenigingen zou voorlopig behouden worden. 

- digitalisering

Vervanging van de inzendingsplicht door online bekendmakingsplicht, één uniek adres voor klachten, enz.

Tot slot voorziet de conceptnota tevens een aantal voorstellen specifiek wat financieel toezicht betreft.

We zijn benieuwd hoe deze conceptnota verder zal uitgewerkt worden in het Decreet Lokale Besturen.

Wij volgen dit alvast mee op.

Gepost door Leandra Decuyper

Blog Lokale Besturen
Tags Bestuurlijk toezicht, Leandra Decuyper, Lokale besturen, Provincie
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
27/05/2015

Beslissing om niet in het kader van algemeen administratief toezicht op te treden is geen voor vernietiging vatbare rechtshandeling

Zo oordeelt de Raad van State in het arrest nr. 230.977 van 27 april 2015:

'Het blijkt niet dat de regelgeving voor verzoeker een bij de toezichthoudende overheid verplicht in te stellen beroep tegen de evaluatie- en ontslagbeslissing van verzoeker openstelt.

Met zijn beroep bij de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen appelleert verzoeker in wezen aan de uitoefening van het algemeen administratief toezicht door de toezichthoudende overheid.
De beslissing van de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen van 14 oktober 2014 waarin hij zich ervan onthoudt om in het kader van het facultatief administratief vernietigingstoezicht op te treden, is geen voor vernietiging vatbare rechtshandeling in de zin van artikel 14 van de
gecoördineerde wetten op de Raad van State. Die beslissing wijzigt namelijk de rechtssituatie van verzoeker niet en kan bijgevolg niet met een annulatieberoep worden bestreden.

Het beroep is bijgevolg niet ontvankelijk'.

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Bestuurlijk toezicht, Dirk Van Heuven, Lokale besturen, Raad van State
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
09/04/2014

Noch de Raad van State, noch het bestuurlijk toezicht zijn bevoegd bij ontslag van een contractueel ambtenaar

Zo oordeelde de gouverneur van West-Vlaanderen in een beslissing van 2 april 2014:

'(…) Indien u bovenvermelde reden van beëindiging van uw arbeidsovereenkomst wegens dringende reden betwist, indien u meent dat niet voldaan werd aan de hoorplicht, indien u van mening bent dat het recht om te ontslaan werd misbruikt of indien u meent dat de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (hierna verkort: arbeidsovereenkomstenwet) is overtreden, dient u zich tot de arbeidsrechtbank te wenden.

De werkgever en de werknemer kunnen overeenkomstig de arbeidsovereenkomstenwet op ieder ogenblik een einde maken aan de arbeidsovereenkomst. Bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst dienen wel een aantal essentiële regels te worden nageleefd die zijn vastgelegd in de arbeidsovereenkomstenwet. Enkel de arbeidsrechtbanken zijn bevoegd om overtredingen van de arbeidsovereenkomstenwet vast te stellen en eventuele vergoedingen op te leggen.

U dient hierbij wel rekening te houden met de geldende termijnen waarbinnen u uw zaak aanhangig moet maken (zie artikel 15 van de arbeidsovereenkomstenwet).

De Raad van State heeft in een recent arrest meegedeeld dat het besluit om een contract te beëindigen en de onwettigheid die daarbij beweerdelijk is begaan, de uitvoering zelf van het contract betreffen en er niet van af te scheiden zijn. De Raad van State bepaalt: ‘De bestreden beslissing is niet – zoals het besluit waarmee een administratieve overheid beslist een arbeidsovereenkomst te sluiten, welk besluit aan de overeenkomst voorafgaat – een zogeheten afscheidbare akte, die ideëel van het contract kan worden afgesplitst.

Integendeel heeft het beroep betrekking op het besluit om een contract te beëindigen en op de onwettigheid die daarbij beweerdelijk is begaan. Dat besluit en die onwettigheid betreffen de uitvoering zelf van het contract en zijn er niet van af te scheiden. De Raad van State is zonder rechtsmacht’. (R.v.St., nr. 214.639, Calant, 14 juli 2011)’.

De gouverneur verwijst de contractuele ambtenaar die geklaagd had over het ontslag wegens dringende redenen zodoende rechtstreeks door naar een arbeidsrechtbank, zonder zelf inhoudelijk op de klacht in te gaan (en zijn schorsingstoezicht uit te oefenen). Enkel de arbeidsrechtbank is bevoegd.

Referentie: gouverneur West-Vlaanderen, 2 april 2014, ng. (pub504519)

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Bestuurlijk toezicht, Dirk Van Heuven, Gemeentepersoneel, Lokale besturen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
08/09/2011

Toezichthoudende overheid mag toetsen aan contracten

Artikel 249 Gemeentedecreet bepaalt dat de toezichthoudende overheid de beslissingen van het bestuur "toetst aan het recht en aan het algemeen belang, namelijk elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang". 

In arrest nr. 214.025 van 21 juni 2011 bevestigt de Raad van State dat de toezichthoudende overheid ook rekening mag houden met het de contracten van de gemeente. De minister had geoordeeld dat een beslissing van de gemeente een schending uitmaakte van artikel 1134 Burgerlijk Wetboek en van de bepalingen van een contract waarin de gemeente partij was. De Raad van State stelt dat dit een rechtsgeldig motief was om de beslissing van de gemeente te vernietigen.

Inhoudelijk handelde de beslissing over de doorverkoop van gronden die waren verkregen op basis van de Wet op de Economische Expansie. De minister stelde dat de gemeente geen vergoeding kon eisen voor de eventuele meerwaarde die de verkoper realiseerde. Deze zienswijze werd recent ook door het Hof van Cassatie bevestigd.


Gepost door Jonas Riemslagh

Blog Lokale Besturen
Tags Bestuurlijk toezicht, Economische expansie, Lokale besturen, Patrimonium, Raad van State
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
22/04/2011

Gemeentebelasting op tweede verblijven: hoeveel is te veel?

Op 21 december 2010 vernietigde de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand het belastingsreglement op tweede verblijven van de gemeente Lennik.

De belasting bedroeg 1.000 euro per jaar per tweede verblijf. In een eerder reglement (van 2008) was de belasting vastgesteld op 500 euro.

Het belastingsreglement werd eerder door de provinciegouverneur geschorst. Uit de "gemotiveerde rechtvaardiging" die de gemeenteraad goedkeurde, blijkt dat de gouverneur van oordeel was dat het belastingstarief niet als gematigd kon worden beschouwd.

Volgende motivatie van de gemeenteraad werd door de minister niet gevolgd:

Ingeval de gemeente opteert voor de invoering van een heffing op leegstand moet deze volgens het decreet ‘Grond en pandenbeleid” minimaal vastgesteld worden op 990 euro.

Het is dus noodzakelijk het bedrag van de belasting op tweede verblijven minstens op eenzelfde niveau te brengen als dat van de heffing op leegstand, om te vermijden dat de inschrijving van een pand als tweede verblijf een ontwijkingsmogelijkheid biedt voor de ingevoerde gemeentelijke leegstandsheffing.

De belasting op tweede verblijven beperken tot 650 euro, zoals wordt aangegeven in de gecoördineerde omzendbrief van 14 juli 2004 is dus gezien voorgaand feit totaal onlogisch geworden.

Tevens dateert de omzendbrief uit 2004 (daar waar het decreet grond- en pandenbeleid dateert van maart 2009) en werd het erin vermelde bedrag van 650 euro niet geactualiseerd.

Om haar woonbeleid optimaal te kunnen realiseren wil de gemeente Lennik niet fungeren als gemeente met een groot aantal tweede verblijven. Volgens artikel 42 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, laatst gewijzigd bij Decreet van 23 januari 2009 en volgens het Verdrag van Lissabon over de autonomie van de lokale besturen behoort de heffing van belastingen toe aan de gemeenteraad.

De grondwet verankert trouwens de gemeentelijke autonomie, ook op het vlak van de heffing van belastingen."

Samengevat: de gemeente wordt door het bestuurlijk toezicht niet gevolg in haar standpunt dat 1.000 euro per jaar per tweede verblijf niet onredelijk hoog is.

Tot slot nog dit. Het toezicht dat de gouverneur en de minister uitoefenen, is in regel ruimer dan de toets die door de Raad van State wordt toegepast, want houdt ook rekening met de opportuniteit van de beslissing.

Gepost door Jonas Riemslagh

Blog Lokale Besturen
Tags Bestuurlijk toezicht, Grond & Pandendecreet, Lokale belastingen, Lokale besturen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags