21/09/2012

Misdrijf van belangenneming vereist geen schade aan openbaar belang

In een arrest van 26 oktober 2011 heeft het Hof van Cassatie de puntjes op de i gezet omtrent het misdrijf van de belangenneming.

Eerste herinnerde het hof eraan dat "artikel 245, , lid 1 Strafwetboek iedere persoon die een openbaar ambt uitoefent [straft], die enig belang, welk het ook zij, neemt of aanvaardt in de verrichtingen, aanbestedingen, aannemingen of werken in regie waarover hij ten tijde van de handeling geheel of ten dele het beheer of het toezicht had. Het tweede lid van die bepaling preciseert dat de strafbaarstelling niet toepasselijk is op hem die in de gegeven omstandigheden zijn private belangen door zijn betrekking niet kon bevorderen en openlijk heeft gehandeld."

Vervolgens bevestigde het Hof van Cassatie dat geen schade aan het openbaar belang moet aangetoond worden om tot het misdrijf van de belangenneming te besluiten.

De zaak betrof een schepen van openbare werken die twee contracten had toegekend aan een vennootschap waarvan hij de enige aandeelhouder was:

"De appelrechters oordelen eerst dat de eiser in zijn hoedanigheid van schepen van openbare werken een belang had genomen door twee contracten toe te wijzen aan een vennootschap waarvan hij, buiten medeweten van de gemeente, de enige aandeelhouder was en waarin zijn zoon, diens vriendin en haar kinderen een bestuursfunctie waarnamen. Zij vermelden vervolgens dat de eiser op het einde van het boekjaar mogelijke dividenden kon ontvangen en dat hij een moreel belang erbij had de onder zijn beheer en toezicht vallende werkzaamheden toe te vertrouwen aan die vennootschap wegens zijn familiebanden en zijn affectieve banden met de bestuurders van de vennootschap."

Gepost door Jonas Riemslagh

Blog Lokale Besturen
Tags Belangenneming & Kiesheidsregels, College van burgemeester en schepenen, Lokale besturen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
05/11/2011

Omzendbrief BB 2011/4 legt grenzen aan de beslissingen die in 2012 door gemeenten, districten en provincies genomen kunnen worden

In het Belgisch Staatsblad van 3 november 2011 werd de omzendbrief BB 2011/4 "beslissingen tijdens het jaar van de gemeenteraads-, stadsdistrictsraads- en provincieraadsverkiezingen en gebruik van informatiemiddelen" gepubliceerd.

Deze omzendbrief is zo kort en krachtig dat we hem integraal publiceren:

"Aan de provinciegouverneurs
Ter kennisgeving aan :
- de colleges van burgemeester en schepenen;
- de voorzitters van de raden voor maatschappelijk welzijn;
- de leden van de deputaties van de provincieraden.

Op 14 oktober 2012 hebben de verkiezingen plaats voor de vernieuwing van de gemeenteraden, de stadsdistrictsraden en de provincieraden.
De gemeenteraden en provincieraden, zowel als de uitvoerende organen, behouden vanzelfsprekend hun volle bevoegdheid tot aan hun vernieuwing na de verkiezingen, maar het is een algemene regel van behoorlijk bestuur dat zij in het jaar van de verkiezingen de nodige voorzichtigheid in acht nemen.

Ik verzoek de provinciale, gemeentelijke en OCMW-overheden om in het jaar van de verkiezingen en tot aan de installatie van de nieuwe raden met de nodige omzichtigheid op te treden en in extremis geen beslissingen te nemen die het beleid van de nieuwe raden of de toekomstige ontwikkeling van de financiën nodeloos zouden verstoren.

Daarnaast verzoek ik de lokale en provinciale overheden met aandrang om inzake het gebruik van de gemeentelijke en provinciale informatiebladen of andere publicaties uitgaande van het bestuur, de nodige kiesheid aan de dag te leggen. Daartoe behoort ook de elektronisch beschikbaar gestelde informatie.

Deze informatiekanalen hebben tot doel de bevolking op een neutrale en objectieve wijze te informeren over de organisatie en de werking van de diensten en over de gemeentelijke of provinciale activiteiten. Het zijn officiële publicaties van de overheid en niet van een zittende meerderheid. Het gemeentelijk of provinciaal infoblad - of enige andere publicatie verspreid met financiële of andere middelen van de gemeente of provincie - mag dan ook niet politiek gekleurd zijn.

Een verstandig bestuur legt zichzelf ter zake uit eigen beweging strenge regels op. Een deontologisch correcte houding is bepalend voor het imago van het bestuur, zijn mandatarissen en voor de overheid in het algemeen.
In ieder geval is het niet mogelijk dat de leden van het college of de deputatie in het jaar van de verkiezingen, en zelfs daar buiten, gebruik makend van de informatiekanalen op een systematische wijze hun verwezenlijkingen van de afgelopen bestuursperiode op een rijtje plaatsen. Dat lijkt mij geen onafhankelijke redactionele bijdrage. Bij officiële overheidsinformatie moet elke schijn van partijdigheid worden geweerd.

Ik verzoek de gouverneurs de datum van publicatie van deze omzendbrief in het Belgisch Staatsblad te vermelden in het bestuursmemoriaal.

Volledigheidshalve stuur ik aan alle gemeente- OCMW- en provinciebesturen een afschrift van deze omzendbrief".

De zgn. "beslissingen in extremis", waarbij het oude gemeentebestuur verstrekkende (nieuwe) beslissingen neemt die het nieuwe gemeentebestuur (na de verkiezingen) voor voldongen feiten stelt, zoals belangrijke benoemingen, zijn juridisch kwetsbaar en kunnen door de Raad van State worden vernietigd. Meer in het algemeen mag verwacht worden dat het bestuurlijk toezicht zal toekijken op het respect van deze omzendbrief.

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Belangenneming & Kiesheidsregels, Dirk Van Heuven, Lokale besturen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
25/01/2011

In dit land kan elke burger namens de gemeente strafklacht neerleggen tegen ... gemeentemandatarissen (wegens belangenneming)

Artikel 194, eerste lid Gemeentedecreet (voorheen artikel 271, § 1, Nieuwe Gemeentewet dat quasi-ongewijzigd is) bepaalt dat wanneer het college van burgemeester en schepenen of de gemeenteraad niet in rechte optreden, één of meer inwoners in rechte kunnen optreden namens de gemeente, mits zij een zekerheidsstelling aanbieden om persoonlijk de kosten van het geding te dragen en in te staan voor de veroordeling tot schadevergoeding of boete wegens tergend en roekeloos geding of hoger beroep die kan worden uitgesproken.
Dit recht staat volgens artikel 194, tweede lid Gemeentedecreet ook open voor de rechtspersonen waarvan de maatschappelijke zetel in de gemeente is gevestigd.
De gemeente kan luidens het derde lid over het geding geen dading aangaan of er afstand van doen zonder instemming van degene die het geding in haar naam heeft gevoerd.

Vele gemeenten hebben reeds moeten ondervinden dat dit recht in de praktijk vaak gebruikt wordt tegen de gemeente of tegen door de gemeente gesteunde projecten, in het bijzonder in het kader van milieustakingsprocedures (zie ons eerder blogbericht Milieustakingsvorderingen: gemeenten, wees op uw hoede).

Een nieuwe illustratie hoever de substitutiemogelijkheid wel reikt is te vinden in het recente arrest P.09.1627.N/3 van het Hof van Cassatie van 26 oktober 2010:

" Anders dan waarvan het middel uitgaat, bestaat dit vorderingsrecht van voormeld artikel 271, § 1, Nieuwe Gemeentewet ook voor de strafgerechten, zodat een klacht met burgerlijkepartijstelling waardoor de strafvordering op gang wordt gebracht, tot de mogelijkheden behoort".

Aldus kon én kan een gemeentemandatris op vordering van een burger doch namens de gemeente veroordeeld worden wegens belangenneming. 
Het Hof van Cassatie voegt daaraan toe:


"Voor de toepassing van die bepaling moet de inwoner niet doen blijken van een persoonlijk belang. Enkel in hoofde van de gemeente en niet van de betrokken inwoner moet de ontvankelijkheid van de vordering worden onderzocht".

Het arrest van het Hof is ten andere ook belangwekkend omwille van zijn gestrengheid over artikel 245 Strafwetboek (belangenneming).

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Lokale Besturen
Tags Belangenneming & Kiesheidsregels, Decreet Lokaal Bestuur, Dirk Van Heuven, Lokale besturen
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags