26/12/2012

Oplijsting leegstaande woningen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Met een Ordonnantie van 6 december 2012 tot wijziging van artikel 18 van de Ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode, heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een verplichting ingevoerd voor de Brusselse Intercommunale voor Waterdistributie en Sanering, Hydrobru, en de gewestelijke transmissienetbeheerder, Silbelga, om minstens één keer per jaar een lijst op te stellen van woningen in het gewest waar gedurende minstens 12 opeenvolgende maanden het water- of elektriciteitsverbruik minder bedraagt dan het verbruiksminimum vastgelegd door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.  Het door de Regering vastgelegde minimumwaterverbruik bedraagt 5 kubieke meter per jaar; het minimumelektriciteitsverbruik 100 kwh. Woningen die op de lijst terechtkomen worden automatisch als leegstaand beschouwd, wat o.m. meebrengt dat de eigenaar een administratieve geldboete riskeert en dat openbare vastgoedbeheerders (o.m. de gemeenten, de OCMW’s en de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM)) het beheer over de woning kunnen overnemen.

De lijst wordt ter beschikking gesteld van de gewestelijke en gemeentelijke diensten die belast zijn met leegstandsbestrijding. Minstens één keer per jaar moeten de gemeenten de lijst bijwerken voor de op hun grondgebied gelegen woningen. De gemeenten moeten ook ieder jaar vóór 1 juli een verslag opstellen over hun beleid inzake leegstandsbestrijding, met inbegrip van het beleid gevoerd door hun OCMW.

De wijzigingsordonnantie van 6 december 2012 is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en in werking getreden op 18 december 2012.

Gepost door Roel Meeus

Tags Brussels omgevingsrecht, Huisvesting, Leegstand, Roel Meeus
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
12/10/2012

Raad van State herbevestigt zijn onbevoegdheid ten aanzien van 'Vlaamse' sociale huisvestingsmaatschappijen

De rechtsmacht van de Raad van State beperkt zich tot de "akten en reglementen van de onderscheiden administratieve overheden en van de wetgevende vergaderingen" (artikel 14 RvS-wet).

Het feit dat het om een sociale huisvestingsmaatschappij gaat, die erkend is door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, die de Vlaamse Wooncode  moet naleven en die ook een doelstelling van algemeen nut nastreeft, volstaat niet om te besluiten dat zij kan worden beschouwd als een administratieve overheid.

Cruciaal is de vraag of de sociale huisvestingsmaatschappij, bij het gunnen van de opdracht, heeft gehandeld op grond van een bevoegdheid om eenzijdig bindende beslissingen te nemen.

De loutere toepassing van de overheidsopdrachtenreglementering volstaat hiertoe niet. Immers kan deze regelgeving ook - dwingend - van toepassing zijn op private personen.

In het arrest s.a. Hullbridge Associated van 22 juni 2011, met nr. 214.047, verklaarde de Raad van State zich wel bevoegd m.b.t. een Waalse huisvestingsmaatschappij, doch enkel om reden dat luidens de "Code wallon du logement" een dergelijke openbare huisvestingsmaatschappij een publiekrechtelijke rechtspersoon is.

Artikel 40 § 2 van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode bepaalt daarentegen dat "de sociale huisvestingsmaatschappijen, zonder hun burgerlijk karakter te verliezen, de vorm aannemen van coöperatieve of naamloze vennootschappen met een sociaal oogmerk". "Het Wetboek van vennootschappen is van toepassing op die maatschappijen voorzover daarvan niet wordt afgeweken in de Vlaamse Wooncode of in de statuten."


RvS 11 oktober 2012, nr. 220.973, CV GHR Partners Belgium t. cvba Inter-Vilvoordse Maatschappij voor Huisvesting
24/05/2012

Brussels demografisch gewestelijk bestemmingsplan in openbaar onderzoek

De Brusselse Hoofdstedelijke Regering heeft het ontwerp van gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan (GBP) en het bijhorende milieueffectenrapport, door de Regering aangenomen op 29 maart 2012 en ook wel het demografisch GBP genoemd, in openbaar onderzoek gebracht. Dit openbaar onderzoek loopt van 15 mei tot 13 juli 2012.
Het demografisch GBP, dat dus het bestaande GBP van 2001 zal wijzigen, moet vooral tegemoetkomen aan de uitdaging van de demografische groei waaraan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het hoofd moet bieden en aan de dubbele vaststelling van een tekort aan woningen en een dringende behoefte aan schoolinfrastructuur. Het is de bedoeling van de Regering om de bouw van woningen en schoolvoorzieningen te bevorderen in de verschillende zones van het GBP die kunnen verstedelijkt worden, waarbij de ruimten met een economische bestemming worden behouden.
Enkele speerpunten van het demografisch GBP zoals het thans voorligt:
-       Wijziging van voorschrift 4.4 van het GBP inzake de sterk gemengde gebieden (SGG): wijziging van de verschillende procentuele vloeroppervlakten voor totaalprojecten: een verhoging van de minimale vloeroppervlakte voor huisvesting van 35% tot 50% en van de minimale vloeroppervlakte voor groene ruimte van 10% tot 20%, de invoering van een minimale vloeroppervlakte voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten van 5%, en een verlaging van de maximale vloeroppervlakte voor kantoren, vergunde activiteiten in gebieden voor stedelijke industrie en handelszaken van 60% naar 40%.
-       Creatie van een nieuw voorschrift 4bis betreffende de ondernemingsgebieden in de stedelijke omgeving (OGSO): dit zijn gebieden bestemd voor productieactiviteiten en de in ondernemingen geïntegreerde diensten (“business to business”), met een vloeroppervlakte beperkt tot 2.000 m² per gebouw. Deze gebieden kunnen daarnaast ook bestemd worden voor woningen, handelszaken, groothandelszaken en voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten. Voor projecten van minstens 10.000 m² moet minstens 30% van de vloeroppervlakte bestemd worden voor productieactiviteiten, de in ondernemingen geïntegreerde diensten, handelszaken en groothandelszaken, en minstens 50% voor huisvesting.
-       Wijziging van voorschrift 7 van het GBP inzake de administratiegebieden: de promotie van huisvesting van een secundaire bestemming naar een hoofdbestemming, op gelijke voet met kantoren, om de herbestemming van leegstaande kantoren in huisvesting mogelijk te maken en de ruimere vestiging van woningen toe te laten.
-       Wijziging van voorschrift 8 van het GBP inzake gebieden voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten: verduidelijking dat huisvesting vergunbaar is als secundaire bestemming (niet enkel woningen die een gebruikelijke aanvulling zijn op het gebied of de inrichting).
-       Wijziging van de programma’s van enkele gebieden van gewestelijk belang (GGB) om het aandeel van de huisvesting in deze gebieden te verhogen.
-       Creatie van een nieuw gebied van gewestelijk belang (GGB), nl. nr. 15-Heizel.
-       Wijziging van enkele bodembestemmingen en bestemming van enkele gebieden als ondernemingsgebieden in de stedelijke omgeving (OGSO).
Het demografisch GBP zou tegen eind 2012 definitief moeten zijn goedgekeurd.
Meer informatie over het demografisch GBP vind je hier.

Gepost door Roel Meeus

Tags Brussels omgevingsrecht, Huisvesting, Roel Meeus, Ruimtelijke ordening & Stedenbouw
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
Tags