30/01/2013

Dirk Van Heuven spreekt over regionalisering Ikea-Wet (Agentschap Ondernemen, Lamot, Mechelen, 15 maart 2013)

Dirk Van Heuven spreekt over de nieuwe, Vlaamse ‘Ikea-Wet’, na de voorziene regionalisering

De belangrijkste krachtlijnen van de nieuwe procedure, die waar mogelijk zal worden geïntegreerd in de stedenbouwkundige vergunningsprocedure, zijn terug te vinden in de nota ‘Winkelen in Vlaanderen 2.0’.

Dirk Van Heuven, Patrick Jordens en Willem De Laat bespreken deze winkelnota (Dirk Van Heuven van Publius en Willem De Laat van Idea Consult werken samen voor de Vlaamse regering met het oog op de totstandkoming van deze regelgeving). Minister-president Kris Peeters sluit de dag af.

Interesse?  Klik hier.
11/10/2011

Regionalisering het handelsvestigingenbeleid nakend?

Reeds vele jaren is er sprake van de regionalisering van de bevoegdheden inzake handelsvestigingen. Enkele jaren geleden behoorde deze bevoegdheid tot de zogenaamde "borrelnootjes" van de staatshervorming, die echter nooit werden uitgevoerd.

Zonet werd nota Di Rupo voorgesteld, officieel getiteld "Een efficiëntere federale staat en een grotere autonomie voor de deelstaten. Institutioneel akkoord voor de zesde staatshervorming".

Inzake het economische en industrieel beleid (pagina 40) worden onder meer overgedragen:

"Vergunningsbeleid inzake handelsvestigingen / Nationaal SociaalEconomisch Comité voor de Distributie

Naar de Gewesten 

Bij de overdracht zal in een verplicht overleg  voorzien worden, volgens nog te bepalen  modaliteiten, voor projecten in zones die aan  een ander Gewest grenzen én door hun  omvang en aantrekkingskracht een impact  kunnen hebben op een of meerdere andere Gewesten"

De startnota Winkelen in Vlaanderen, die de Vlaamse regering op 16 juli 2010 goedkeurde, stelde reeds dat de regionalisering van deze bevoegdheid zou worden voorbereid.

Ook belangrijk inzake handelsvestigingen: de gewesten worden eveneens bevoegd voor de wetgeving inzake handelshuur.

Op onze blog Grondwettelijkrecht.info gaan wij wat dieper in op enkele aspecten van de nota Di Rupo.

Gepost door Jonas Riemslagh

Blog Handelsvestigingen
Tags Handelsvestigingen, Staatshervorming & Bevoegdheidsverdeling
Stel hier je vraag bij dit blogbericht
14/10/2010

Sociaal-economische vergunning mag (moet) geweigerd worden wegens loutere schending ruimtelijke bestemmingsvoorschriften

In een bijzonder belangrijk arrest  nr. 207.259 van 9 september 2010 oordeelde de Raad van State in sterke bewoordingen dat de aanvraag voor een sociaal-economische vergunning kan worden afgewezen, louter omdat de handelsvestiging zou strijden met de geldende bestemmingsvoorschriften.

Het Interministerieel Comité voor de Distributie had een sociaal-economische vergunningsaanvraag afgewezen omdat de kleinhandelszaak niet zou thuishoren in een zone voor "ambachtelijke en tertiaire bedrijven".

Verzoekende partij stelde "dat de overheid die bevoegd is om uitspraak te doen over een socio-economische vergunning echter niet bevoegd is om de aanvraag te onderwerpen aan een stedenbouwkundige of planologische beoordeling". De vergunning van handelsvestigingen is vooralsnog immers een federale materie, terwijl de gewesten bevoegd zijn inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw.
Verzoekende partij argumenteerde ook "dat de beoordeling in het kader van de socioeconomische vergunning van het criterium "ruimtelijke ligging van de handelsvestiging" geen uitstaans heeft met een planologische toetsing".

De Raad van State verwierp deze argumenten en week daarmee af van het verslag van het auditoraat. De bindende bepalingen van het toepasselijke BPA gelden ook voor het Interministerieel Comité voor de Distributie. Deze beoordeling is zwart/wit en onderscheidt zich van een toets aan de goede plaatselijke ordening, die aan de gewesten toekomt.

De relevante passages uit het arrest worden hieronder weergegeven met eigen markeringen:

"De onverenigbaarheid met de bestemmingsvoorschriften van het toepasselijke BPA vormt het determinerende motief voor het weigeren van de gevraagde socio-economische vergunning die volgens de verwerende partijen betrekking zou hebben op een "zonevreemde" handelsvestiging, zulks in tegenstelling tot de andere overwegingen van de bestreden beslissing waarin gesteld wordt dat "Ieper ongeveer 35.115 inwoners telt en een subregionale invloed uitoefent op een uitgestrekt doch landelijk en dunbevolkt gebied in het zuiden van West-Vlaanderen", dat "de aantrekkingskracht van het handelscentrum wordt begrensd door deze van Roeselare, Kortrijk en Poperinge" en dat "de inplanting van deze zaak niet zal bijdragen tot de animatie van het handelsgebeuren van de stad en vanuit distributieplanologisch oogpunt op deze locatie niet aanvaardbaar is", motieven die, zo ze al bestaan uit meer dan louter beschrijvende gegevens, te algemeen zijn om de genomen beslissing te kunnen verantwoorden.

De plannen van aanleg hebben verordenende kracht. Deze verordenende kracht dringt zich eveneens op aan het Interministerieel Comité voor de Distributie wanneer het uitspraak moet doen over een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning voor een handelsvestiging.

De verplichting om de voorschriften van de plannen van aanleg in acht te nemen impliceert dat het Interministerieel Comité voor de Distributie de socio-economische vergunning dient te weigeren indien de handelsvestiging niet past in de bindende bepalingen van het plan. Aan die verplichting wordt geen afbreuk gedaan door het feit dat de beoordelingscriteria van de handelsvestigingswet en van het koninklijk besluit van 22 februari 2005 niet uitdrukkelijk melding maken van een toetsing van de aanvraag aan de dwingende bepalingen van de plannen van aanleg.

Het gegeven dat de voor het project vereiste stedenbouwkundige vergunning reeds voordien werd verleend, ontheft het Interministerieel Comité voor de Distributie niet van de gestelde verplichting.

Aangezien de handelsvestigingsvergunning een eigen finaliteit heeft die niet gericht is op het beoordelen van de goede plaatselijke ruimtelijke ordening, is het stedenbouwkundig onderzoek in het kader van dergelijke vergunningsaanvraag beperkt tot de vraag of de voorschriften van reglementaire waarde die de bestemming van het gebied vaststellen zich al dan niet tegen de vestiging van een kleinhandelsbedrijf of een handelsgeheel verzetten.

Het Interministerieel Comité voor de Distributie eigent zich geen bevoegdheden op het vlak van de stedenbouw en de ruimtelijke ordening toe wanneer haar beslissing, op grond van een correcte interpretatie van de toepasselijke planologische voorschriften, ertoe strekt de door een plan van aanleg of een ruimtelijk uitvoeringsplan gegeven bestemming te eerbiedigen.

Te dezen wordt vastgesteld dat de verwerende partij tot de onverenigbaarheid met de voorschriften van het BPA "Rijselweg-Oudstrijderslaan" heeft besloten op grond van het motief dat de beoogde handelsfunctie "Leen Bakker" niet verbonden is met een ambachtelijke hoofdbestemming, hetgeen zaak is van interpretatie en niet van appreciatie van de desbetreffende bepalingen van het BPA.

Voor het overige vormt de vraag of het Interministerieel Comité voor de Distributie, door de zienswijze van de in eerste aanleg beoordelende instantie op dat punt te bevestigen en tegelijk de beroepsargumenten van de verzoekende partij zowel naar bevoegdheid als ten gronde impliciet te verwerpen, een correcte interpretatie heeft gegeven aan de bestemmingsvoorschriften in kwestie, niet de inzet van onderhavig middel".
05/02/2010

Handelsvestigingen en bevoegdheidsverdeling

In een arrest van 13 november 2009 verwerpt de Raad van State twee middelen die de deelname van de gewesten aan het beslissingsproces over een sociaal-economische vergunning bekritiseren.

De Raad van State wijst er op dat de vertegenwoordiging van de gewesten in het Nationaal Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie faculatief is en bovendien zo bescheiden dat "het quorum of de meerderheid binnen het NSECD niet in beduidende mate beïnvloed kan worden door de aanwezigheid en het stemgedrag van het betrokken lid".

Verder is, aldus de Raad van State, de federale bevoegdheid inzake handelsvestigingen niet ondergeschikt aan de gewestelijke bevoegdheid inzake ruimtelijke ordening en een uitzondering op de ruime gewestelijke bevoegdheid inzake economie. De Raad vervolgt: "dat een (...)beslissing inzake een handelsvestiging een invloed heeft op het gewestbeleid inzake ruimtelijke ordening en economie is mogelijk, maar is tevens een onvermijdelijk gevolg van de exclusieve wijze van bevoegdheidsverdeling".

Of deze overweging ook stand houdt na de gewijzigde Handelsvestigingenwet, waardoor de hoofdfocus van het economische naar het ruimtelijke kantelt, is een open vraag.

Referentie: RvS, nr. 197.782, 13 november 2009In een arrest van 13 november 2009 verwerpt de Raad van State twee middelen die de deelname van de gewesten aan het beslissingsproces over een sociaal-economische vergunning bekritiseren.

De Raad van State wijst er op dat de vertegenwoordiging van de gewesten in het Nationaal Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie faculatief is en bovendien zo bescheiden dat "het quorum of de meerderheid binnen het NSECD niet in beduidende mate beïnvloed kan worden door de aanwezigheid en het stemgedrag van het betrokken lid".

Verder is, aldus de Raad van State, de federale bevoegdheid inzake handelsvestigingen niet ondergeschikt aan de gewestelijke bevoegdheid inzake ruimtelijke ordening en een uitzondering op de ruime gewestelijke bevoegdheid inzake economie. De Raad vervolgt: "dat een (...)beslissing inzake een handelsvestiging een invloed heeft op het gewestbeleid inzake ruimtelijke ordening en economie is mogelijk, maar is tevens een onvermijdelijk gevolg van de exclusieve wijze van bevoegdheidsverdeling".
Of deze overweging ook stand houdt na de gewijzigde Handelsvestigingenwet, waardoor de hoofdfocus van het economische naar het ruimtelijke kantelt, is een open vraag.

Referentie: RvS, nr. 197.782, 13 november 2009

Gepost door Dirk Van Heuven

Blog Handelsvestigingen, Lokale Besturen
Tags Dirk Van Heuven, Handelsvestigingen, Lokale besturen, Staatshervorming & Bevoegdheidsverdeling
Stel hier je vraag bij dit blogbericht