14/11/2017

Codextrein in tweede stemming goedgekeurd. Inwerkingtreding Decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid uitgesteld!

Het ontwerp van decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving - waar de onmogelijkheid om nog in administratief beroep te gaan tegen een vergunning indien er geen bezwaarschrift werd ingediend in het kader van het openbaar onderzoek deel van uitmaakt (zie eerder blog) - werd vandaag door de Commissie voor Leefmilieu, Natuurlijk, Ruimtelijke Ordening, Energie en Dierenwelzijn, en na negatief advies van de Raad van State, goedgekeurd. 

Door de controverse die erond ontstaan is (lees: het negatieve advies van de Raad van State) heeft het parlementair proces vertraging opgelopen.

Deze vertraging heeft één groot gevolg. De Vlaamse Regering ziet zich niet meer in staat om tegen 1 januari 2018 de nodige uitvoeringsbesluiten te maken teneinde het Decreet Integraal Handelsvestigingenbeleid in werking te doen treden. Hierdoor wordt in inwerkingtreding uitgesteld tot een datum die door de Vlaamse Regering nog zal bepaald worden.

Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Van zodra er meer documenten ter beschikking zijn, brengen wij u verder op de hoogte.

14/03/2017

Gemeenten kunnen vanaf 1 mei 2017 kernwinkelgebieden & winkelarme gebieden afbakenen in ruimtelijke uitvoeringsplannen en stedenbouwkundige verordeningen

Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017 houdende regeling van het openbaar onderzoek over stedenbouwkundige verordeningen (zie ons eerder blogbericht) voorziet niet enkel in een regeling van het openbaar onderzoek over stedenbouwkundige verordeningen, maar laat ook artikel 10, §1 van het nieuwe Handelsvestigingsdecreet (Decreet betreffende het Integraal Handelsvestigingsbeleid) met ingang van 1 mei 2017 in werking treden. 

Artikel 10, §1 Handelsvestigingsdecreet luidt als volgt:

'Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen, vermeld in artikel 4, kunnen gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen en gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen:

1° kernwinkelgebieden en winkelarme gebieden afbakenen;

2° normen bevatten betreffende de oppervlakte van categorieën van kleinhandelsactiviteiten, vermeld in artikel 3;

3° deze normen differentiëren al naargelang het bestaande, dan wel nieuwe kleinhandelsbedrijven en handelsgehelen betreft;

4° de termijnen vanaf wanneer de omgevingsvergunningsplicht voor kleinhandelsactiviteiten geldt, vastgelegd bij artikel 11, eerste lid, 2°, verkorten tot:

a) 1,30, 60, 90, 120 of 150 dagen per jaar in geval de handelsactiviteiten verenigbaar zijn met de geldende stedenbouwkundige voorschriften;

b) 1, 30 of 60 dagen per jaar in alle andere gevallen. 

Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen, vermeld in artikel 4, kunnen provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen en provinciale stedenbouwkundige verordeningen:

1° winkelarme gebieden afbakenen met een gemeentegrensoverschrijdende impact, in overleg met de betrokken gemeenten, en op vraag van minstens een betrokken gemeente;

2° normen bevatten betreffende de oppervlakte van categorieën van kleinhandelsactiviteiten, vermeld in artikel 3;

3° deze normen differentiëren al naargelang het bestaande, dan wel nieuwe kleinhandelsbedrijven en handelsgehelen betreft.

De normen, vermeld in het eerste en tweede lid, kunnen:

1° geen beperkingen stellen aan geldende socio-economische verguningen en geldende omgevingsvergunningen voor kleinhandelsactiviteiten;

2° geen niet aan de vergunningsplicht onderworpen uitbreidingen van bestaande en vergunde handelsvestigingen verbieden.'

De mogelijkheden van lokale besturen met gemeentelijke en provinciale gemeentelijke uitvoeringsplannen en stedenbouwkundige verordeningen worden derhalve verder uitgebreid. 

De belangrijkste vernieuwing betreft ons inziens de mogelijkheid voor steden en gemeenten om kernwinkelgebieden en winkelarme gebieden af te bakenen. 

Een kernwinkelgebied is een gebied waar via stedenbouwkundige voorschriften een stimulerend beleid inzake kleinhandel wordt gevoerd. Verwacht kan worden dat vooral de bestaande handelscentra zullen afgebakend worden. Een winkelarm gebied is een gebied waar via stedenbouwkundige voorschriften beperkingen aan de kleinhandel worden opgelegd. Verwacht kan worden dat vooral in de periferie aanzienlijke winkelarme gebieden zullen worden ingevoerd om nieuwe, ‘ongewenste’ kleinhandelsontwikkelingen te vermijden of zelfs bestaande kleinhandel uit te doven.

Wij zien beide winkelgebieden alvast als een soort 'overdruk' bovenop een door een plan van aanleg afgebakend woongebied. 

Het wordt afwachten hoe lokale besturen hiermee verder aan de slag gaan. 

Aarzel alvast niet ons te contacteren mocht u hierover vragen en/of opmerkingen hebben!

14/03/2017

Vanaf 1 mei 2017 verplicht openbaar onderzoek bij de opmaak van stedenbouwkundige verordeningen

De regeling geldt zowel voor gewestelijke, provinciale als gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen. 

De openbare onderzoeken, die 30 dagen zullen duren, zullen ten minste op 3 manieren bekend gemaakt te worden, namelijk via een bericht in het Belgisch Staatsblad, een publicatie op de gewestelijke/provinciale/gemeentelijke website en publicatie via de pers (bericht in drukvorm). 

Toch die anti-reclamesticker maar van de brievenbus halen? Wel, als het om een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening gaat dient een (pers)bericht in minstens alle brievenbussen van de gemeente verspreid te worden. Dit het bericht dient evenwel niet verspreid te worden in de brievenbussen waarop een aanduiding is aangebracht dat bewoners geen publiciteit wensen te ontvangen. 

Het bericht dat het openbaar onderzoek aankondigt, moet ten minste de dag voor de start van het openbaar onderzoek, bekendgemaakt worden.

De aankondiging van het openbaar onderzoek dient minstens het onderwerp van de ontwerpverordening, de inzageplaats, de begin- en einddatum van het openbaar onderzoek en de adressen voor het opsturen van bezwaren/opmerkingen bevatten. 

De integrale tekst van het gepubliceerde besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2017 houdende regeling van het openbaar onderzoek vindt u hier.

14/02/2017

Binnenkort ook een verplicht openbaar onderzoek bij de opmaak van stedenbouwkundige verordeningen

Het Decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid heeft in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening de verplichting ingevoerd om bij de totstandkoming of de wijziging van stedenbouwkundige verordeningen een openbaar onderzoek te organiseren.

Inmiddels keurde de Vlaamse Regering op 10 februari 2017, na advies van de Raad van State, definitief de regeling van het openbaar onderzoek over stedenbouwkundige verordeningen goed. Het bericht van de Vlaamse Regering luidde:

“Het decreet over het integraal handelsvestigingsbeleid heeft in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening de verplichting ingevoerd om bij de totstandkoming of de wijziging van stedenbouwkundige verordeningen een openbaar onderzoek te organiseren. Het openbaar onderzoek van een ontwerp van gewestelijke, provinciale of gemeentelijke stedenbouwkundige verordening duurt dertig dagen en wordt minstens aangekondigd door een bericht in het Belgisch Staatsblad. De Vlaamse Regering keurt op 10 februari 2017, na advies van de Raad van State, definitief de regeling van het openbaar onderzoek over stedenbouwkundige verordeningen goed.”

Het besluit, waarvan u de tekst hier vindt, werd vooralsnog niet gepubliceerd in het Belgisch staatsblad. 

De nieuwe regeling treedt in werking de eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand van de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.

Wij houden u op de hoogte. 

13/01/2016

Zijn assortimentsbeperkingen voor detailhandel in ruimtelijke uitvoeringsplannen strijdig met de Dienstenrichtlijn?

Dat weten we niet, maar de Nederlandse Raad van State heeft daarover vandaag prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie.

Hierbij het persbericht van de Nederlandse Raad van State:

'Raad van State wil uitleg over Europese Dienstenrichtlijn

Woensdag 13 januari 2016

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft vandaag (13 januari 2016) prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie in Luxemburg. De Raad van State wil van het Hof uitleg over de Europese Dienstenrichtlijn.

Aanleiding

De gemeenteraad van Appingedam heeft het bestemmingsplan 'Stad Appingedam' vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op het Woonplein aan de rand van Appingedam. Het Woonplein is een winkelgebied voor omvangrijke detailhandel, zoals meubelen, keukens en bouwmaterialen. Een vastgoedbedrijf is het er niet mee eens dat daar geen schoen- en kledingwinkel mag worden gevestigd. Het vindt dat de gemeenteraad in strijd handelt met de Europese Dienstenrichtlijn door daar alleen detailhandel in omvangrijke goederen toe te staan.

Dienstenrichtlijn van toepassing?

De Afdeling bestuursrechtspraak ziet zich voor de vraag gesteld of de Europese Dienstenrichtlijn van toepassing is. Daarom wil zij allereerst van het Hof weten of detailhandel, die bestaat uit de verkoop van goederen aan consumenten, een dienst is. Daarnaast wil de Afdeling bestuursrechtspraak weten of de Dienstenrichtlijn van toepassing is op ruimtelijke-ordeningsvoorschriften die ertoe strekken de leefbaarheid van het stadscentrum te behouden en leegstand tegen te gaan. Ten derde wil de Afdeling bestuursrechtspraak duidelijkheid over de vraag of in deze zaak sprake is van een zogenoemde 'zuiver interne situatie' en of de Dienstenrichtlijn op zo’n situatie van toepassing is.

Toetsing aan de EU-regels

Als de Dienstenrichtlijn volgens het Hof van Justitie op deze zaak toegepast moet worden, ziet de Afdeling bestuursrechtspraak zich voor de volgende vragen gesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vraagt of de ruimtelijke-ordeningsvoorschriften in deze zaak moeten worden aangemerkt als eisen of als een vergunningstelsel zoals bedoeld in de Dienstenrichtlijn. Afhankelijk van het antwoord op die vraag wil de Afdeling bestuursrechtspraak weten of deze voorschriften dan in strijd zijn met de Dienstenrichtlijn. Mocht de Dienstenrichtlijn niet van toepassing zijn, dan wil de Afdeling bestuursrechtspraak antwoord op de vraag of de algemene verdragsbepalingen voor het vrij verkeer gelden en aan de voorschriften van het bestemmingsplan in de weg staan.

Eerdere vragen

De Afdeling bestuursrechtspraak stelde in juli 2014 al eerder vragen aan het Hof van Justitie over de Dienstenrichtlijn. Het Hof heeft die op 1 oktober 2015 beantwoord. Bij de Afdeling bestuursrechtspraak bestaan echter nog vragen over (onder meer) het toepassingsbereik van de Dienstenrichtlijn. Daarom heeft zij vandaag deze verdere vragen gesteld.

Schorsing behandeling

De behandeling van de zaak bij de Afdeling bestuursrechtspraak wordt geschorst in afwachting van de antwoorden van het Hof in Luxemburg. Dit duurt naar verwachting ongeveer een tot anderhalf jaar. Daarna zal de Afdeling bestuursrechtspraak de behandeling voortzetten en uiteindelijk een definitieve uitspraak doen in deze zaak'.

Lees hier de volledige tekst van de verwijzingsuitspraak met zaak nummer 201309296/4.

En lees ter herinnering nog dit eerdere blogbericht: http://www.handelsvestigingen.info/2014/09/nederlandse-raad-van-state-retail.html